Max Hastings

Foto: Merlijn Doomernik

‘Naar diplomaten wordt niet meer geluisterd’

Max Hastings

Zijn boek over de Korea-oorlog is razend actueel, omdat het laat zien hoezeer de buitenlandse politiek van de VS is afgebrokkeld. „De Amerikanen zagen hun Aziatische tegenstanders niet als echte mensen, maar als spleetogen.”

Definitief vrede in Korea? „Als je dat gelooft, geloof je alles.” De Brit Max Hastings (1945), journalist, historicus en auteur van twee dozijn boeken, bekeek in juni de top tussen Donald Trump en Kim Jong-un met een flinke dosis scepsis. „Mensen die, zoals ik, wat ouder zijn, hebben de plicht om optimistisch te blijven over de toekomst, maar niet om naïef te zijn. Antonio Gramsci, de oprichter van de Italiaanse communistische partij zei het ooit fraai: ‘We moeten optimisme hebben van de geest, maar pessimisme van het intellect’. Dat lijkt me nog steeds een bruikbaar devies.”

Hastings heeft een lange en illustere loopbaan achter de rug. Hij was oorlogscorrespondent in onder meer Vietnam en op de Falkland-eilanden, waar hij de hoofdstad Port Stanley binnenging nog voordat die door Britse para’s was ingenomen. In de jaren negentig was hij hoofdredacteur van The Daily Telegraph en de Evening Standard. Sinds hij daar in 2002 afzwaaide, werkt hij gestaag aan de uitbreiding van zijn historisch oeuvre.

Zijn recentste boek De geheime oorlog (2015) ging over clandestiene operaties en spionage tijdens de Tweede Wereldoorlog. In januari verschijnt een lijvig nieuw werk van zijn hand over de Vietnamoorlog, maar Hastings was onlangs in Nederland om de vertaling van zijn The Korean War te promoten.

Hij publiceerde dit boek al in 1987, maar het is – al zegt hij het zelf – nog steeds een goede beschrijving van het conflict. „Ik moest indertijd slechts naar één ding gissen, en dat was de rol die Stalin had gespeeld bij het uitbreken van de oorlog. Ik ging ervan uit dat hij de Noord-Koreaanse leider Kim Il-sung expliciet toestemming had gegeven voor zijn aanval op Zuid-Korea. Uit de Russische archieven die sindsdien zijn geopend, blijkt dat ik dat goed had gezien. Kim is naar Moskou geweest om hulp te vragen, en die kreeg hij. Stalin hoopte op een snelle zege. Hij was geschokt toen Amerika op grote schaal troepen stuurde en de kans op een spoedige overwinning vervloog.”

Hastings beschrijft met zwierige pen het spectaculaire verloop van het eerste oorlogsjaar. De troepen van Kim Il-sung boekten na hun inval op 25 juni 1950 aanvankelijk enorme successen. In september was alleen nog een stuk land rondom de zuidelijke haven Pusan in handen van de Amerikanen en de overgebleven troepen van de Zuid-Koreaanse leider Singman Rhee. Dat de VN Veiligheidsraad een resolutie had aangenomen die het Noord-Koreaanse geweld veroordeelde – Rusland had zijn zetel tijdelijk onbezet gelaten en dus geen veto uitgesproken – mocht weinig baten.

Nucleaire bunker busters

De communisten waren echter te ver opgerukt: hun troepen raakten uitgeput en werden slecht bevoorraad. Terwijl de Amerikanen hun eenheden rondom Pusan versterkten, voerden ze halverwege september een amfibische landing uit bij Incheon, ver achter de Noord-Koreaanse linies. Nu was het de beurt aan Kims mannen om hals over kop te vluchten, met de vijand op hun hielen.

De Amerikanen denderden de 38ste parallel voorbij – de grens tussen de twee Korea’s – en opperbevelhebber Douglas MacArthur wilde nu ook de rivier de Yalu over trekken. Die lag aan de grens met China, en voor Mao Tse-tung was de aanwezigheid van zo’n grote Amerikaanse troepenmacht voor zijn deur onaanvaardbaar. Hij gaf in oktober zijn Volksleger de opdracht de VN-troepen terug te dringen. Uiteindelijk kwam het front rond de 38ste parallel to stilstand, waar gedurende twee jaar een stellingenoorlog werd uitgevochten. In juli 1953 tekenden de strijdende partijen een wapenstilstand.

Hoewel er dus al 65 jaar niet meer gevochten wordt, zijn beide Korea’s nog steeds officieel met elkaar in staat van oorlog. En daar zal de top tussen Trump en Kim Jong-un niks aan veranderen, aldus Hastings. Hij ziet echter ook geen makkelijke militaire oplossing voor de Amerikanen. „Alle belangrijke installaties in Noord-Korea bevinden zich diep onder de grond. Dat betekent dat je grondtroepen moet inzetten, of nucleaire bunker busters. Ik denk dat zelfs Donald Trump voor dat laatste zou terugschrikken.”

Dat is een interessante parallel met de Korea-oorlog, want toen waren Amerikaanse generaals bereid om het atoomwapen te gebruiken en zag de president dat niet zitten.

„Dat klopt. De belangrijkste voorstander was generaal MacArthur zelf, maar hij was zeker niet de enige. Er ontstond in de loop van de oorlog grote druk op president Harry Truman om de bom in te zetten. Gelukkig heeft hij die weten te weerstaan.”

Ten opzichte van de oorlogen in Oost-Azië is er een ontwikkeling bijgekomen die mij veel zorgen baart: de fixatie op geheime, op elektronische wijze verkregen inlichtingen.

U bent in uw boek zeer kritisch over MacArthur, en niet alleen omdat hij atoombommen wilde gebruiken.

„Ja, MacArthur had naam gemaakt tijdens de Tweede Wereldoorlog als opperbevelhebber in de Stille Oceaan. De pers in de Verenigde Staten had hem toen op het schild gehesen als een meesterlijk strateeg, maar dat was hij helemaal niet. Hij beschikte vooral over een goed ontwikkeld gevoel voor publiciteit.

„Na de oorlog kreeg hij de leiding over de bezettingsmacht in Japan. Hij creëerde daar een positie voor zichzelf als een soort mikado naast de echte mikado, keizer Hirohito. Hij verwaarloosde echter het niveau van de Amerikaanse troepen in Azië, qua training en materiaal. En dat terwijl Kim Il-sung in het noorden van Korea met Russische en Chinese hulp zijn leger opbouwde. Dat was vragen om problemen.”

Het was uiteindelijk wel MacArthur die het bevel gaf tot de landing bij Incheon. U moet toch toegeven dat dit een meesterzet bleek?

„Zeker, de aanval bij Incheon was een geniale ingeving, misschien wel de enige uit zijn carrière. De Amerikanen beschikten eigenlijk niet over voldoende geschikt materieel om een landing te kunnen ondernemen, maar dat maakte de verrassing ook zo groot. Je zou kunnen zeggen dat alleen iemand met de hubris van MacArthur zo’n gok zou wagen. Een betere, prudentere commandant had het niet aangedurfd.

„Hij ging hierdoor nog meer in zijn eigen onfeilbaarheid geloven, tot grote bezorgdheid van Truman. Dat hij MacArthur in het voorjaar van 1951 uiteindelijk ontsloeg, hoewel die bij het grote publiek veel populairder was dan hij, vind ik bijzonder dapper. De Korea-oorlog heeft Truman zijn presidentschap gekost, maar voor deze beslissing verdient hij alle lof.”

Max Hastings. Foto: Merlijn Doomernik

Binnenkort verschijnt uw boek over de Vietnamoorlog. Welke lessen hadden de Amerikanen geleerd in Korea die ze hier toepasten?

„Bijzonder weinig, om eerlijk te zijn. Omdat ze in Korea een gelijk spel hadden gehaald, dachten de Amerikanen dat ze in Vietnam minstens hetzelfde konden bereiken. Ze zagen daarbij echter over het hoofd dat het terrein in Korea heel anders was. Een bergrug verdeelt het land in tweeën en zorgde ervoor dat er niet over een breed front kon worden gevochten. In Vietnam was dat anders. Daar had je een westerlijke grens van duizend kilometer met Laos en Cambodja waarlangs de communisten Zuid-Vietnam konden binnendringen.

„De rode draad die beide oorlogen met elkaar verbindt, is de minachting van de Amerikanen voor hun Aziatische tegenstanders. Een sergeant die in Korea en Vietnam had gediend, vertelde me dat zijn mannen hun geweren scherp stelden door op Koreaanse boeren te schieten. Ze zagen hen niet als echte mensen, maar als gooks (wat kan worden vertaald als ‘spleetogen’, red.). Daar was vijftien jaar later niks aan veranderd.

„Daar kwam bij dat de Amerikanen zich ook weinig aantrokken van de mensen in wier naam ze vochten. Zowel de Zuid-Koreanen als de Zuid-Vietnamezen hadden niet veel te vertellen over het verloop van de oorlog. Voorop stond het Amerikaanse geopolitieke belang: de strijd tegen het wereldwijde communisme. Maar zonder steun van de plaatselijke bevolking was dit een zinloze missie.”

Waarom duurde de Vietnam-oorlog zoveel langer dan die in Korea?

„Daar zijn verschillende oorzaken voor, maar de belangrijkste is misschien wel dat de Noord-Vietnamezen militair veel sterker waren dan de Noord-Koreanen en hun eigen beslissingen konden nemen. Ze liepen niet aan de leiband van de Sovjet-Unie en China. Hun einddoel was de totale ondergang van het regime in Saigon en om dat te bereiken waren ze tot alles bereid. In Noord-Korea was dat anders: Kim was afhankelijk van het Chinese leger. Mao kon hem daarom vertellen wat hij moest doen. De communisten waren in China nog niet zo lang aan de macht en een langdurige oorlog met de Verenigde Staten was niet in het belang van de partij.”

Hoe kijkt u terug op het westerse optreden in het Midden-Oosten van de afgelopen decennia?

„Daaruit blijkt natuurlijk dat we nog steeds weinig respect hebben voor de inwoners van het land waarin we vechten. Maar ten opzichte van de oorlogen in Oost-Azië is er een ontwikkeling bijgekomen die mij veel zorgen baart: de fixatie op geheime, op elektronische wijze verkregen inlichtingen. De ministeries van Buitenlandse Zaken in zowel Washington als Londen zijn bijna helemaal uitgekleed. En dat terwijl diplomaten met een gedegen kennis over het land dat zij volgen, bij uitstek in staat zijn politici te behoeden voor het maken van fouten. Naar dit soort mensen wordt echter niet meer geluisterd; de inlichtingen die de National Security Agency (NSA) bij elkaar spioneert vindt de politiek veel interessanter.

„En dat terwijl je bij de Korea-oorlog ziet dat de staf van het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken meteen bijzonder goed geïnformeerde analyses kon schrijven, die het verloop van het conflict vrij nauwkeurig voorspelden. Dat soort diplomatieke experts bestaat nu bijna niet meer, en dat maakt de wereld op sommige gebieden een stuk gevaarlijker dan tijdens de Koude Oorlog.”

    • Bart Funnekotter