Een kolkend duel der Duitse giganten, op historische grond

EK atletiek Het speerwerpen werd aangekondigd als een historische show tussen drie Duitsers. Een show werd het, historisch niet.

Thomas Röhler zet zijn lichaam op maximale spanning, vlak voor de afworp. De regerend olympisch kampioen pakte de Europese titel bij het speerwerpen. Foto Kai Pfaffenbach/Reuters

Twee uur voor de strijd losbarst, drommen de mensen samen. Atletiekfanaten, zoals er zoveel zijn in Duitsland. Uit alle hoeken van de stad krioelen ze naar het olympisch stadion van Berlijn, daar waar in 1936 de Hitlerspelen plaatsvonden en waar Jesse Owens het feest der nazi’s verstoorde door als zwarte atleet vier gouden medailles te winnen. De plek ook waar Usain Bolt op de WK atletiek van 2009 historie schreef door wereldrecords te lopen op de 100 en 200 meter. Er is op deze grond al veel gebeurd dat het voorstellingsvermogen te boven ging.

De Duitsers weten dat de speerwerpfinale die aanstonds is, er eentje met eeuwigheidswaarde kan worden, zeker vanuit hun perspectief. Drie van hun landgenoten hebben zich op woensdagochtend gekwalificeerd, en zijn ook de besten ter wereld. Het trio domineert al drie seizoenen. Samen zijn ze goed voor de negen beste prestaties op de wereldranglijst dit jaar: ze smijten een speer van 800 gram over de negentig meter. Een duel der giganten is op handen, gelijk een finale op de Spelen.

De hoofdrolspelers heten Thomas Röhler, Johannes Vetter, en Andreas Hofmann – respectievelijk regerend olympisch, wereld- en Duits kampioen; ongekend op een EK. Generatiegenoten zijn ze, allen halverwege de twintig, maar verschillend van bouw en karakter. Vrienden van elkaar.

Röhler is met 82 kilo de lichtste van de drie, moet het van zijn beweeglijkheid en katapulterende arm hebben. De man keilde als kind hele dagen steentjes in de Oostzee, was op slag verkocht toen hij de olympische speerwerpfinale van 2000 op tv zag en gooide vorig seizoen na jaren van bondstraining bij oud-werper Boris Obergföll 93,30 meter, met reeds olympisch goud op zak.

Technisch als Jan Zelezny

Zijn dynamische techniek – tijdens zijn aanloop heft hij zijn knieën tot negentig graden, daarna volgt een katachtige versnelling met vinnige passen zijwaarts om dan tegen zijn been aan te lopen en zijn rechterarm via een indraaiende romp naar voren te laten schieten – lijkt op die van grootheid Jan Zelezny, de Tsjech die uitgerekend in Röhlers woonplaats Jena het huidige wereldrecord wierp. De speer die hij op 28 mei 1996 losliet vloog 98,48 meter ver en twee decennia lang kwam daar niemand in de buurt. Tot mei vorig jaar, toen Johannes Vetter uit Dresden uithaalde in het Zwitserse Luzern: 94,44 was de tweede worp ooit. Een maand later pakte hij in Londen de wereldtitel.

Vetter is de krachtpatser van de drie, met zijn korte nek en granieten armen. Bij zijn afworp komt zoveel kracht vrij dat hij zichzelf achter zijn speer aan gooit, en plat op zijn borst op de grond landt. Is Röhler met zijn vluchtweganalyses, uitgevoerd door een drone, de professor van het stel, dan is Vetter de rocker, niet vies van branie. Op zijn linkerschouder prijkt een tattoo van een krijger met een speer, in zijn oren draagt hij zwarte knoppen. Hij gooit ook op techniek maar is vooral oersterk, de sportsoldaat van 105 kilo, die tijdens de warming-up woensdag zijn enkel verzwikte maar even later in zijn eerste worp „op safe” al over de 87 meter kwam en zich als favoriet kwalificeerde voor de finale. Vier jaar geleden haalde hij de tachtig nog niet, tot ook hij de weg vond naar Boris Obergföll, en in het Institute for Applied Training Science in Leipzig ontdekte wat beter kon.

Daarom zijn die Duitsers zo goed in speerwerpen: hun worpen benaderen de biomechanische perfectie. Bovendien maken ze elkaar beter, de concurrentiestrijd is groot, en kennis wordt gecentraliseerd en gedeeld. In 2016 smeten vijf Duitsers een speer over 85 meter. Bij de vrouwen een soortgelijke hegemonie. Atletiek wordt in Duitsland vaak live uitgezonden op de publieke omroep. Jongelingen zien hun landgenoten aan het werk en willen dat ook.

Alleen Andreas Hofmann uit Heidelberg, 108 kilo droge spieren, haalde nog nooit een internationale medaille, maar pakte twee weken geleden wel de Duitse titel, wierp dus verder dan Röhler én Vetter. Zijn techniek: rustig aanlopen, versnellen, exploderen. De volgorde op de wereldranglijst is deze: Vetter (92,70), Hofmann (92,06), Röhler (91,78).

Benadering wereldrecord

Om half negen ontploft het stadion. Veertigduizend toeschouwers gillen het uit als een presentator aanduidt hoe ver het wel eens zou kunnen gaan. Negentig meter plus, in Duitse kranten wordt gesproken van een benadering van het wereldrecord.

Maar via de marathonpoort trekt een verraderlijke tegenwind door het stadion – er is storm op komst. Dat maakt het werpen niet makkelijker. Vetter gooit moeizaam, alsof de druk van een verwachtingsvol stadion hem in de weg zit. Hij blijft met 83,27 ver verwijderd van zijn persoonlijk record. Röhler en Hofmann raken wel op dreef – 89,47 om 87,60 meter – daarmee worden ze één en twee. Als hun speer vliegt, roffelt de spanning over de tribune, en als de punt zich in het gras boort, lijkt het alsof er een belangrijk doelpunt wordt gemaakt.

Thomas Röhler is duidelijk de beste. Als de druk van een bomvol stadion op zijn schouders rust, kan hij terugvallen op zijn techniek. Terwijl Röhler en Hofmann er tot aan het einde toe een feestje van maken, slaat titelfavoriet Vetter zichzelf voor de kop van frustratie. Hij wordt vijfde.

Het wordt geen avond voor de boeken, de dwarrelwind is te lastig. Fraai is het wel, als de nummers één en twee met één Duitse vlag een ereronde maken en het publiek trakteren op een minutenlange toegift.

    • Dennis Meinema