Regen bij Vogelenzang .

Foto Olivier Middendorp

Wat heeft Nederland geleerd van de hevige droogte?

Verzilting

De maatregelen die Nederland nam om de schade van de droogte te beperken, waren verstandig. Maar hoe zal dat in de toekomst gaan?

De droogte was hevig, heeft vele records gebroken en houdt aan, ook al heeft het deze week eindelijk geregend. „Met één buitje gaan we het niet redden”, vertelde directeur-generaal Michèle Blom van Rijkswaterstaat woensdag in een twitterfilmpje. „We hebben twee tot drie maanden typisch Nederlands weer nodig om de voorraad weer aan te vullen.”

Hebben we de droogte goed doorstaan? Heeft Nederland de juiste maatregelen genomen? Is de schade niet onnodig groot geweest? En kunnen we er iets van leren, voor vergelijkbare zomers die volgens klimaatwetenschappers ongetwijfeld komen? „Deze droogte is een live stresstest”, zegt deltacommissaris Wim Kuijken. Hij voert namens de regering de regie over het programma voor de komende decennia om Nederland te beveiligen tegen te veel én ook tegen te weinig water.

Wat Kuijken betreft hebben de watermanagers de test goed doorstaan. „Ik herinner me het recordjaar 1976 nog heel goed. Toen werd Nederland verrast door de droogte. Er moesten toen hals over kop waterlopen worden verlegd. Zulke maatregelen waren nu niet nodig.”

De boeren hebben het zwaar. Veel particuliere tuintjes zijn naar de knoppen. Beken zijn drooggevallen, de natuur heeft een tik gekregen. Maar er zijn geen uitgedroogde veendijken bezweken, zoals in 2003 in Wilnis. De drinkwatervoorziening is geen moment in gevaar geweest. De verzilting van het water in het westen, met z’n bolgewassen en bomenteelt, blijft beperkt door onder meer de aanvoer van extra water uit het Amsterdam-Rijnkanaal. „De maatregelen waren verstandig en goed gecoördineerd”, zegt Huub Savenije, emeritus hoogleraar hydrologie aan de TU Delft. „Daar valt niets op aan te merken.”

Droogte in de Oostvaardersplassen, bij Lelystad. Foto Olivier Middendorp

Toch geeft het relatieve succes van de maatregelen te denken. Kan Nederland hevige droogte ook in de toekomst aan? Moeten we geen drastische maatregelen nemen? Spoort de inrichting van Nederland nog met de natuur?

Lees ook: de droogte is een buitenkans voor archeologen. Het legt begraven landschappen bloot

Om te beginnen zijn we door de droogte weer met de neus op de feiten gedrukt; we gebruiken ontzettend veel rivierwater om het zilte water uit zee buiten de deur te houden. Dat water zijn we ’s winters liever kwijt dan rijk, maar ’s zomers, bij een tekort, hadden we het goed kunnen gebruiken voor andere dingen. „We verkeren in een luxe positie met al dat rivierwater. Nederland is 36.000 vierkante kilometer groot en krijgt via de Rijn water uit een stroomgebied van 185.000 vierkante kilometer. Daarmee hebben we een ontzettend groot voordeel ten opzichte van andere Europese landen”, zegt Frans Klijn, rivierdeskundige bij kennisinstituut Deltares. Het zou wel mooi zijn het overtollige rivierwater uit de winter te sparen voor de droge zomers. „Dat is de opgave voor de toekomst.”

Mammoettanker

Water ‘vasthouden’ is het devies. In natte natuurgebieden bijvoorbeeld. In vijvers in steden. Op boerenland. En nadenken of je de koers van de „mammoettanker” niet nu al moet wijzigen, om te voorkomen dat ons watermanagement over enkele tientallen jaren stagneert. Frans Klijn: „Met ons huidige systeem kunnen we het nog lang volhouden. Maar het is als bij het gas; als je er lang van afhankelijk bent, kom je er moeilijk los van. Het risico bestaat dat we onszelf in een groef hebben gemanoeuvreerd waar we niet meer uitkomen.”

Bron: De Ingenieur, Rijkswaterstaat

De verzilting treedt niet alleen op door droogte, maar wordt ook heviger door zeespiegelstijging. Het is denkbaar dat de zee over honderd jaar een meter hoger ligt. Dan krijg je problemen met het inlaten van zoet water. We zouden veel minder rivierwater nodig hebben door het verzilte water al eerder tegen te houden. Je zou nieuwe keringen of sluizen kunnen bouwen, zoals in de Hollandse IJssel, waar brak water indringt, of zelfs in de Nieuwe Waterweg bij Rotterdam. Dat is duur, en bovendien onwenselijk voor de Rotterdamse haven. „Al kun je je voorstellen dat de haven op lange termijn buitengaats komt te liggen, en schepen de Waterweg niet meer op hoeven”, zegt emeritus hoogleraar Huub Savenije. Maar het is nog niet nodig, denkt deltacommissaris Kuijken. „We hebben nu de kleinschalige wateraanvoer om water van oost naar west te brengen. Dat systeem gaan we komende jaren uitbreiden. Dat is veel goedkoper dan het afsluiten van de Waterweg.”

Boeren die door de droogte in moeilijkheden kwamen, kunnen rekenen op steun van minister Schouten van Landbouw.

Een andere mogelijke maatregel tegen de droogte is het bijvullen van de nationale waterton, het IJsselmeer. Geen gek idee als je bedenkt dat er tijdens de droogte meer water uit het IJsselmeer verdampt en er wordt uitgehaald dan er via de IJssel weer in stroomt. Onlangs is besloten dat het peil ’s zomers enkele tientallen centimeters mag fluctueren al naar gelang de behoefte aan zoet water.

Maar je zou het drastischer kunnen aanpakken, zoals het peil structureel met anderhalve meter te verhogen. Dat was wat oud-minister Cees Veerman in 2008, als voorzitter van een commissie, voorstelde. „Met die peilverhoging krijg je er een enorme schijf zoet water bij”, zei Veerman destijds. Dat water hebben we „hard nodig” in droge zomers. „Tegen het indringen van zout water uit zee. Voor het drinkwater. En voor landbouw en industrie.”

Er kwam veel verzet, vooral van steden langs het IJsselmeer die hoge kosten voorzagen voor hun dijken en jachthavens. „Plaatsen als Enkhuizen en Stavoren waren daar niet blij mee”, herinnert deltacommissaris Kuijken zich. Het is ook niet nodig, volgens hem. „Dat voorstel van Veerman was een klaroenstoot. Hij wilde het onderwerp droogte op de agenda krijgen. Maar voorlopig hebben we voldoende aan het flexibele peil waartoe we hebben besloten. We kunnen met dat peil gaan spelen, dankzij pompen in de Afsluitdijk.”

Alles goed en wel, maar zouden we in Nederland toch niet wat meer moeten leren leven met verzilt water? Het op een kier zetten van de Haringvlietdam waartoe Nederland internationaal verplicht is, heeft jaren vertraging opgelopen, onder meer doordat boeren last van zilt water zouden krijgen, en er een nieuw inlaatpunt voor zoet water moest worden gebouwd. „Dat heb ik vorig jaar geopend”, zegt deltacommissaris Wim Kuijken. „Dat is de manier waarop we in Nederland met elkaar omgaan. Je kunt niet het water laten verzilten en tegen boeren zeggen: zoek een ander plekje. Je moet dat fatsoenlijk regelen. Anders krijg je geen draagvlak.”

Lavendel in plaats van aardbeien

Maar waarom eigenlijk ligt Goeree-Overflakkee aan het zoetwaterinfuus van het Haringvliet en doen de zuidelijker gelegen Zeeuwse eilanden het ‘gewoon’ met grondwater? „Geef die verzilte gebieden terug aan de natuur”, zegt hydroloog Savenije. „En zwicht niet meteen voor de zware boerenlobby.”

Boeren zouden gewassen kunnen telen die tegen verzilting bestand zijn. Waarom altijd aardbeien op de volle grond telen en geen lavendel? Waarom geen quinoa in plaats van wortels? „De bollengewassen in het westen van het land hebben al lang last van verzilting en het doorspoelen van zilte wateren wordt een dure grap”, zegt plantenfysioloog en gewasonderzoeker Greet Blom van Wageningen Universiteit.

Droogte in de Amsterdamse Waterleidingduinen.

Foto Olivier Middendorp

Het kan anders, leert haar onderzoek naar onder meer droogtebestendige gewassen, waterbesparing en ondergrondse irrigatie in Afrika. „Boeren die hier hun gewassen beregenen, laten veel water verdampen. Bij ondergrondse irrigatie kun je planten op maat bedruppelen.”

Er is onderzoek naar veredeling van gewassen, zoals de aardappel die dieper wortelt bij droogte, en naar het aanpassingsvermogen van bestaande gewassen. „Daar kunnen we in Nederland veel van leren. Als je een kamerplant elke dag veel water geeft, is hij niet bestand tegen droge omstandigheden. Door dat niet te doen, kan een plant weerstand opbouwen.”

Ook de weerstand tegen verzilting valt te sturen, zegt Blom, door andere gewassen te telen. De vraag is of deze „enorme stap” voor boeren lonend is. „Je moet het wel terug kunnen verdienen.” Aardappelen, beaamt ze, zou je ook in waterbesparende kassen kunnen verbouwen. „Maar daar hangt wel een prijskaartje aan.”

De teelt van zilte gewassen is een van de „interessante innovaties” die her en der opduiken, constateert deltacommissaris Kuijken. Toch moeten we er niet alle heil van verwachten, vindt hij, net zo min als van andere rigoureuze veranderingen. „We hebben de laatste jaren met allerlei extreme weertypes te maken gehad. Onze strategie is: flexibel zijn. Flexibiliteit in al onze maatregelen is de beste manier om extremen op te vangen. We gaan adaptief te werk, nuchter en alert. We kunnen onze koers altijd bijstellen.”

    • Arjen Schreuder