Recensie

En toen was er LSD

Psychedelica Zij die dankzij LSD of andere middelen in een andere werkelijkheid hebben vertoefd, vergeten dat zelden. Wat gebeurt er in het brein, hoe zag die andere geestverruimende wereld eruit, hoe werd LSD populair en weer impopulair?

Illustratie Getty Images

Wie om zich heen kijkt ziet dat stoelen, tafel en familieleden er meestal precies zo bij staan als we verwachten. Buiten bewegen bomen in de wind, door de straat rijdt een auto. Tijd voor koffie. Alles normaal, toch? Absoluut. Maar is dit overzichtelijke en gecontroleerde bewustzijn de enige wijze om onszelf en onze omgeving waar te nemen? We zijn er totaal aan gewend, maar is het alleen zaligmakend? Dat is de grote kwestie die de bekende Amerikaanse journalist Michael Pollan (1955) zijn lezers voorlegt in zijn nieuwe boek, How to Change Your Mind.

Door een toeval kwam hij als late vijftiger in contact met psychedelische middelen (psilocybine uit paddo’s en vooral LSD, twee nauw verwante stoffen). Het zijn middelen die hij, zoals iedereen van zijn generatie, zwaar wantrouwde. Psychedelische middelen zouden leiden tot psychose, en zelfs blindheid omdat je in je waanzin in de zon gaat staren! Dat blijkt in de praktijk nogal mee te vallen, al is een trip geen kleinigheid. Want daarin komt een echt ándere ervaring van de wereld om de hoek kijken. Het is geen verdoving of versnelling van je aandacht, het grijpt in in je beleving van jezelf en de wereld. Alsof je schudt aan een glazen sneeuwbol. Daarna valt alles weer geleidelijk op zijn plaats, al blijft de herinnering aan die golf van beelden en betekenis vaak krachtig aanwezig.

Pollan beschrijft het zo: in zo’n trip lost tijdelijk min of meer het bindweefsel van het menselijk ego op. De ervaren werkelijkheid wordt helemaal anders omdat de ordening die het centrale ‘ik’ normaliter oplegt aan de waarneming tijdelijk wegvalt. Het is bijna waarneming zonder subject, legt Pollan vrij overtuigend uit: zoals ook een kind van twee of drie naar de wereld kijkt. Alsof je alles voor het eerst ziet zonder categorisering vooraf. Even verdwijnen verleden en toekomst, die dwingende constructies van de altijd maar denkende geest. Er is alleen nog heden. Een bijzondere ervaring. Pollan: ‘De efficiëntie van de volwassen geest maakt ons blind voor het nu.’ Pollan spreekt er vele wetenschappers over, die een verband vermoeden met het serotine-systeem in het brein en met verstoring van het ‘default mode network’, dat normaliter de orde bewaakt in het brein.

Nooit klonk Bach zo mooi

Religieuze interpretatie ligt voor de hand. Vrijwel alles krijgt diepe woordloze betekenis en is ook hyperreëel – juist omdat de kritische observator tijdelijk uitgeschakeld is. Tijdens een paddo-trip in zijn tuin legt Pollan bijvoorbeeld ‘diep contact’ met de klimop daar en nooit hoort hij de tweede cellosuite van Bach meer zo mooi als toen: ‘ik werd de cello’.

Veel ‘psychonauten’ menen zo oprecht in contact te hebben gestaan met een hogere werkelijkheid.

Bij een andere trip viel zelfs de héle werkelijkheid weg, inclusief wat Pollan provisorisch zijn ‘post-ego-bewustzijn’ noemt. Toch was hij ook toen ‘bewust’, zo gaan de wonderlijke zaken van een ‘ontbonden bewustzijn’. Pollan probeert het te omschrijven: ‘„Is dit zoals dood-zijn voelt?”, dat was de gedachte, zonder denker om hem te denken’.

Lees ook: Drugs in Amsterdam steeds meer buiten het nachtleven gebruikt

Was dit het mysterium tremendum van de mystici, vraagt Pollan na deze ‘Big Bang-trip’ af. Veel ‘psychonauten’ menen zo oprecht in contact te hebben gestaan met een hogere werkelijkheid. Pollan ziet dat anders, want even goed hebben ze dezelfde ‘gewone’ werkelijkheid ánders ervaren. God is geen noodzakelijke hypothese. Maar zelfs echte atheïsten kunnen hun psychedelische ervaring nauwelijks anders omschrijven dan als ‘contact met god’. Wat moet je anders na een ‘eenwording met het universum’? De levenslessen uit de trip zijn – volgens Pollan zelf – wel weer vaak enorm triviaal: Alles Is Liefde! Maar, een belangrijke les van Pollan is dat voor wie dat echt aan den lijve heeft ondervonden, zo’n kreet helemaal niet meer zo oppervlakkig klinkt.

Handig bij therapie

Pollan zelf leest na zijn ervaringen bekende mystieke teksten, zoals van Walt Whitman of Meister Eckhart, ineens heel anders. ‘Voor mijn reizen [trips] lieten die woorden me koud, als quasi-religieuze flauwekul. Maar nu schetsen ze een herkenbare realiteit, ik kan ze lezen als een soort journalistiek.’ Het treurige is dat juist deze diepe ervaringen vaak worden afgedaan als het effect van een pilletje. Een van de wetenschappelijke onderzoekers van LSD die Pollan spreekt, Matthew Johnson, heeft het er met oprecht medelijden over. ‘Stel dat een paar negentienjarigen paddo’s nemen op een party. Een van hen krijgt een diepe ervaring. Hij begrijpt ineens wat God is, of hoe het zit met zijn verbinding met het universum. En wat zeggen zijn vrienden: oh nee, man! jij hebt veel te veel paddo’s op. Jij krijgt niks meer.’

De kern van Pollans boek is dat je die ervaringen dus wel degelijk serieus moet nemen. Het is geen hallucinatie van de rationale geest, het laat zien dat er meerdere manieren zijn om de werkelijkheid te ervaren dan alleen maar via dat altijd maar berekenende en voorspellende ego. Het zijn geen cognitieve, maar existentiële ervaringen. Het zijn wegen voor zelfkennis. Vaak is één trip al genoeg om mensen in therapie op een ander spoor te zetten, zo blijkt uit wetenschappelijke evaluaties van alcohol-afkick-projecten.

Mdma is vooral bekend als partydrug, maar sommige stellen gebruiken het af en toe als relatietherapie. Lees ook: Stellen zoeken verbinding bij kaarslicht met mdma

Behalve behartenswaardige woorden over de randen en omkeringen van ons normale bewustzijn vertelt Pollan ook het verhaal van de opkomst en ondergang van de psychedelica in de westerse cultuur. En over de aarzelende terugkeer in de afgelopen decennia. De opkomst van psychedelica in de jaren vijftig is het meest onverwacht: toen was deze ‘mystiekpil’ nog helemaal geen fetisj van hippies of de drugsscene. Het was een zaak van therapeuten en wetenschappers, al had ook de CIA belangstelling. LSD werd vooral gezien als veelbelovende hulp bij psychotherapie en bij onderzoek naar de menselijke geest.

Een grote rol bij de verspreiding van het in 1943 ontdekte LSD speelt de geheimzinnige figuur Al Hubbard: uitvinder, spion en zeekapitein, maar ook katholiek mysticus (niet te verwarren met L. Ron Hubbard van de Scientology-kerk). In 1951 krijgt Hubbard naar eigen zeggen opdracht van een engel om ‘iets belangrijks voor de toekomst van de mensheid’ te doen. Een jaar later komt hij in contact met LSD: dat was het! ‘Het was het meest mystieke dat ik ooit heb gezien’, vertelde hij later. ‘Ik zag mezelf als een kleine mijt in een moeras, met een vonkje intelligentie. Ik zag mijn vader en moeder seks hebben’.

Verspreiding onder de elite

Van fabrikant Sandoz wist Hubbard voor experimenten een literfles LSD los te krijgen, een onvoorstelbare hoeveelheid omdat de stof al in een minieme hoeveelheid werkzaam is. Interessant detail is dat Sandoz niet zo goed wist wat het met de toevallig ontdekte, maar duidelijk krachtige stof LSD aan moest. Daarom stelde het bedrijf jarenlang LSD gratis ter beschikking aan artsen en onderzoekers om uit te proberen in therapie of onderzoek.

Tussen 1951 en 1966 liet alleen al Hubbard naar schatting 6.000 mensen een trip maken met LSD. Zijn belangrijkste doel: de wereld kennis laten maken met een ánder bewustzijn om zo de geschiedenis van de mensheid te veranderen. Hubbard was bepaald onconventioneel: meestal gekleed in paramilitair uniform en met een Colt.45-revolver op zak. Maar hij had een groot netwerk bij geheime diensten, de autoriteiten, en zelfs in het Vaticaan, schrijft Pollan.

‘De kinderen die LSD nemen gaan echt niet jullie oorlogen voeren, ze gaan echt niet in jullie bedrijven werken!’

Hubbard richtte zich vooral op de economische en sociale elite: geestelijke verandering moest van bovenaf verspreid worden. Die elite stond verrassend open voor psychedelica. Het populaire tijdschrift Life publiceerde bijvoorbeeld in 1957 een uitgebreid en positief stuk van de vice-president van nota bene de zakenbank J.P. Morgan, R. Gordon Wasson, over zijn ervaring in Mexico met geestverruimende paddestoelen: Seeking the Magic Mushroom. ‘De visioenen waren niet verward of onzeker, ze leken mij juist meer werkelijk dan alles wat ik ooit met eigen ogen had gezien. Ik zag de archetypes, de platonische ideeën die onder de imperfecte beelden van alledag liggen’, aldus de bankdirecteur.

De ondergang

Pollan reconstrueert ook de ondergang van de beweging in de jaren zestig toen deze geestverruimende middelen vrij onverwacht werden verboden, vooral door hun groeiende populariteit in de tegencultuur en door de provocaties van de aanvankelijk aan Harvard verbonden LSD-goeroe Timothy Leary, die streefde naar het ‘opblazen van de geest van de Amerikaanse samenleving’.

Lees ook: LSD gebruiken op werk - werkt dat nou echt?

Zowel Hubbard als Leary zagen LSD als breekijzer voor verandering van de cultuur, maar Hubbard wilde klein beginnen. Leary gooide juist alles open in een permanente openbare campagne die het gezag de stuipen op het lijf joeg. ‘De kinderen die LSD nemen gaan echt niet jullie oorlogen voeren’ riep de charismatische Leary uit, ‘ze gaan echt niet in jullie bedrijven werken!’ En of dat nu door LSD kwam of niet, maar er kwámen ook steeds meer dienstplichtigen die weigerden naar Vietnam te gaan.

Na een paar jaar waren alle experimenten met LSD-therapie voor alcoholisten of depressieve patiënten gestaakt en ging de beweging ‘ondergronds’. Psychiater Sta-nislav Grof stapte over op ademhalingstechnieken en ritmische drums die, zo ontdekte hij, ongeveer dezelfde bewustzijnsverandering als LSD konden veroorzaken.

Een trip is behoorlijk veilig als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. In tegenstelling tot veel andere drugs zijn LSD en psilosybine niet giftig en ook niet verslavend. Maar zoals alle ingrijpende belevenissen kan een trip wel een psychose starten bij hen die er gevoelig voor zijn.

Goede trip

Al in de jaren vijftig had Hubbard basisregels voor een ‘goede trip’ vastgelegd. Zijn centrale principe was ‘set and setting’: de aard van de trip wordt bepaald door de geestelijke instelling van de tripper (de ‘set’) én door de omgeving die welwillend, behoedend en veilig moet zijn (de ‘setting’). Het is wat alle sjamanen uit de wereldgeschiedenis allang wisten: alleen of in een onveilige omgeving trippen is het gevaarlijkst. Een vertrouwde (en nuchtere) meester moet kunnen ingrijpen en geruststellen. Veel ‘bad trips’ waarmee een jongere na het eten van paddestoelen bij de Eerste Hulp komt, zijn weinig meer dan paniekaanvallen die voorkomen waren met tijdige geruststellende woorden. Juist door berichten over jongens die van viaducten sprongen brak midden jaren zestig in de VS paniek uit over LSD. Standaard is ook het nagesprek met de begeleider een dag later om alles een plaats te geven.

Sinds de jaren 2000 leeft de kennis en toepassing van LSD weer langzaam op in de ‘bovenwereld’. Maar of het ooit weer zo ‘mainstream’ zal worden als in de jaren vijftig? Een wetenschappelijk congres in 2017 waarvan Pollan verslag doet, werd een ware viering van de hervonden ‘normaliteit’ van LSD. Maar twee sympathiserende topmensen van de Amerikaanse wetenschap hadden er ook een ontnuchterende boodschap. Voormalig president van de Amerikaanse Psychiatrische Vereniging Paul Summergrad en Tom Insel, oud-directeur van het National Institute of Mental Health, waarschuwden de opgetogen zaal vol wetenschappers, sjamanen en psychonauten: één slordige onderzoeker of één patiënt met een rampzalige ervaring kan het publieke klimaat rond LSD weer totaal vergiftigen. De weg omhoog is niet gemakkelijk.

    • Hendrik Spiering