Waarom deze hippe stadsboerderij toch failliet ging

Stadslandbouw Op het dak van een oude Philipsfabriek in Den Haag stond de grootste stadsboerderij van Europa. Het was een ‘aaibaar concept’. Toch is Urban Farmers failliet.

Iedereen had een andere verwachting van wat Urban Farmers was. Lieten ze de toekomst van de landbouw zien, of waren ze een leuke bestemming voor (hip) Den Haag? Foto Luca Locatelli/National Geographic

Op het dak van het grote gele kantoor groeien tomaten, er worden verschillende soorten sla, kruiden en aubergines geteeld. Een verdieping lager zwemmen tilapia’s. In een derde ruimte zijn de groenten en vis te koop, net als chutneys en hartige taartjes. Aan de rand van de Haagse wijk Transvaal, omringd door lage rijtjeshuizen, autosloperijen en een moskee. In een voormalige Philips-fabriek, waar ooit televisies werden gemaakt.

Zo kan landbouw er in de stad uitzien.

Zo zág landbouw in de stad er uit, tot begin juli. Toen ging de grootste stadsboerderij van Europa, Urban Farmers, failliet. Wat ging er mis?

Uit gesprekken met betrokkenen, van wie sommigen alleen off the record willen praten, ontstaat het beeld dat de dakboeren „een aaibaar concept” hadden uitgevonden, dat door bezoekers, restaurants en Haagse politici werd omarmd.

Maar ook dat iedereen een andere verwachting had van wát Urban Farmers was. Verkochten ze sla en vis, prezen ze hun technieken aan, laten ze de toekomst van de landbouw zien, of waren ze een leuke bestemming voor (hip) Den Haag?

Twee leverancier van Urban Farmers hebben bijvoorbeeld elk een ander antwoord op waar het fout is gegaan. Peter Jens van Koppert Biological Systems uit Berkel en Rodenrijs, marktleider op het gebied van biologische gewasbescherming, zegt: „Urban Farmers had té veel aandacht voor de techniek. De sociale component, de buurt, werd vergeten.”

Maren Schoormans van Priva uit De Lier, marktleider in klimaatbeheersing voor de glastuinbouw, zegt juist: „Het doel was de innovatie te laten zien.” Priva installeerde de vis- en kweeksystemen van de dakboeren. „Een huzarenstukje”, noemt Schoormans het. De poep van de vis werd gebruikt als voedingsstof gebruikt om groenten te kweken, een techniek die aquaponics heet.

Lees meer over aquaponics: Van vissenpoep naar plant

Andreas Graber, een van de oprichters, mailt dat Urban Farmers álles wilde doen: „We wilden laten zien dat aquaponics geschikt is om producten van buitengewone kwaliteit op te leveren, en we wilden de ecologische footprint verkleinen, en dat op stadsdaken.”In een promotiefilm wordt het zo uitgelegd: „Twintig procent van wat er in de stad wordt geconsumeerd, kan in de stad worden geproduceerd.”

Boerderijen in containers

De pitch van Urban Farmers was veelbelovend, zeggen politici en investeerders. In het Zwitserse Basel hadden oprichters Graber en Roman Gaus al een dakboerderij opgericht, 260 vierkante meter vlakbij het station. Ze waren er eerst klein begonnen, met ‘boerderijen’ in containers die net genoeg produceerden voor een familie. Het idee was om op het Haagse dak 50 ton groente en 20 ton vis te telen en kweken.

Graber is wetenschapper, gespecialiseerd in aquaponics. Gaus was de visionair, die in de VS stadsboerderijen zag ontstaan en vanuit een vliegtuig de grote hoeveelheid lege platte daken in Europa zag: „Ik dacht ‘die kunnen we te gelde maken’”, vertelt hij. De dagelijkse leiding lag in handen van de Schot Mark Durno, een jurist en boerenzoon.

De dakboeren kregen 2,7 miljoen euro startkapitaal van onder anderen het gemeentelijke FRED-fonds. Dat is onderdeel van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) en investeert in projecten die bijdragen aan de ontwikkeling van sociaal-economisch zwakkere wijken in Den Haag.

In 2011 schreef NRC een stuk over de eerste dakboerin van Nederland: Lof van het dak

„Het was geen luchtfietserij”, zegt Nico van Est van FRED. Hij zag „een aardige, maar krappe business case”. „Ze konden zichzelf in eerste instantie ook bedruipen.”

De bouwactiviteiten bleven binnen de kosten, de opening in mei 2016 ging zoals gepland, en groothandel Makro en restaurants in Den Haag – de afnemers van de groenten en vis – droegen Urban Farmers een warm hart toe. Ze waren bereid meer voor de producten te betalen. Omdat, zo vertelt Lies Nieuwenhuis van restaurant en cateringbedrijf Juni, „het echt iets liet zien van de toekomst, over hoe we met een kleinere footprint toekunnen”. De mensen die de sla kweekten, kwamen die ook brengen.

Anouk Ottolander, verantwoordelijk chef van zes restaurants op de Grote Markt en één op het strand, zegt: „Ze hadden een prachtige kas, met mooie groenten die nét iets anders waren dan wat we via de groentehandel kregen.” Maar ook prijzig: „Daardoor was het niet mogelijk alles te vervangen.”

Dat gold voor meer afnemers. Al in het najaar van 2016 werd duidelijk dat de afzet de achilleshiel zou zijn. En het businessplan stoelde erop. De „eerste haarscheurtjes” ontstonden, zegt Van Est.

De kas wist wél bezoekers te trekken. Er waren rondleidingen, de gemeente hield er borrels, het ministerie van Landbouw kwam langs met gasten. Op zaterdagochtenden was er yoga. Gaus zegt dat er iedere week 5.000 gasten kwamen: „Tweederde van onze winstmarge kwam uit hospitality.”

Dat was niet de oorspronkelijke bedoeling. In Basel waren er ook rondleidingen door de kas geweest, maar geen bedrijfsuitjes of huwelijken. Gaus: „Het gebeurde gewoon. Mensen wilden er bij zijn.”

Het leidde intern tot reuring. Directeur Mark Durno ging weg. Hij zegt nu: „Ik geloofde niet dat de strategie ging werken.” Meer wil hij er niet over kwijt. En aquaponicsman Graber ging ook weg. Van Est: „Het bouwwerk begon te rammelen.”

Tatami-tomaten

In het Westland, op nog geen twaalf kilometer van de dakboerderij, zeggen tuinders nu ‘zie je wel’. Daar vroegen sommigen zich vanaf het begin al af hoe Urban Farmers omzet zou draaien op zo’n klein oppervlak en met prijzen die aanzienlijk hoger waren dan elders. Ter vergelijking: een kilo tatami-tomaten van de dakboeren kostte op hun website eind april 8 euro. De prijs voor een kilo ‘gewone’ trostomaten was toen 70 cent en was bij Albert Heijn te koop voor 4,20 euro.

Alle betrokkenen zeggen nadrukkelijk: Urban Farmers wilde niét concurreren met het Westland. Ja, de vis en groenten moesten verkocht. Maar dat was om de techniek van zowel aquaponics als het boeren op een dak te kunnen promoten.

„Dat er steeds naar de productie wordt gekeken, doet geen recht aan het project”, zegt Maren Schoormans van Priva. Volgens hem was Urban Farmers vooral een innovatie die publiciteit genereerde voor het Westland. Dat was ook wat de wethouder zei bij de opening: de dakboerderij kon het uithangbord worden voor de Nederlandse tuinbouw.

Dat lukte ook: National Geographic kwam langs, The Guardian, talloze andere media. Schoormans: „Het Westland is niet sexy, dit soort projecten wel.” Peter Jens van Koppert zegt: „Als het Westland sportief was geweest, hadden ze hun beste telers beschikbaar gesteld.”

Gaus zegt: „Toen we adverteerden voor telers, solliciteerde niemand.” Hij noemt het Westland „een gesloten gemeenschap” met „weinig ruimte voor radicale andere dingen”. Graber mailt: „We werden genegeerd. Het is duidelijk dat professionele tuinders niet wisten wat ze met ons aan moesten.”

Alleen: stond Urban Farmers wel open voor advies? Zelfs Schoormans zegt: „Ze hebben niet geluisterd naar onze input.” Hij vertelt dat de Zwitsers kozen voor allerlei nieuwe soorten substraat en watersystemen: „Doe nou dingen die al bewezen zijn. Dit was alsof je de Formule 1-wagen van Max Verstappen gaat uitrusten met vierkante wielen. De rest van wat ze wilden, was inhoudelijk al moeilijk genoeg.”

De grootste stadsboerderij van Europa, Urban Farmers, zat aan de rand van de Haagse wijk Transvaal in een voormalige Philips-fabriek, en ging failliet.


Foto Luca Locatelli/National Geographic
De dakboeren gokten dat de EU de grenzen zou sluiten voor tilapia die elders met antibiotica werd gekweekt waardoor de Haagse vis populair zou worden. Dat gebeurde alleen niet, en dus kweekte Urban Farmers dure vis in een stad met eigen visafslag.
Foto Luca Locatelli/National Geographic

Stad met visafslag

Neem de vis. De dakboeren gokten dat de EU de grenzen zou sluiten voor tilapia die elders met antibiotica werd gekweekt waardoor de Haagse vis populair zou worden. Dat gebeurde alleen niet, en dus kweekte Urban Farmers dure vis in een stad met eigen visafslag.

„Witvis is goed voor Midden-Europa, niet in een land aan de Noordzee waar al resultaat wordt geboekt met duurzame visserij”, zegt Jan-Willem van der Schans van de Wageningen UR. Hij doet al ruim tien jaar onderzoek naar stadslandbouw en bezocht Urban Farmers regelmatig met studenten. „Hun verhaal paste niet in Nederland. Als hier alle grenzen dichtgaan, komen we om in het voedsel.”

Volgens Van der Schans zijn er genoeg plekken waar schaarste is aan water of landbouwgrond, en waar aquaponics of een dakboerderij kunnen aanslaan. Hij komt met Japan als voorbeeld, waar na ramp met kerncentrale in Fukushima de grond ernstig vervuild was. „Jarenlang had de Japanse overheid plant factories (boerderijen in gebouwen) gesubsidieerd, opeens werden ze populair.”

„Een stadsboerderij kan succes hebben, áls je met iets anders komt”, zegt hij. Hij wijst op een kamelenmelkerij die ooit begon met één kameel in Den Bosch en nu over de hele wereld melk levert. „Waarom zou je naar dat dak in Den Haag fietsen?”

Of ze hadden een ander verdienmodel nodig, zegt Van der Schans. „Leveren aan de Makro doen tuinders al. Een community rondom de boerderij bouwen niet. ”

Waar ging het volgens de oprichters mis? Hun concept „werkt technisch goed, nu alleen commercieel nog”, zegt Gaus. „De restaurants waren zó prijsbewust. Ze bestelden misschien 5 procent van hun tomaten bij ons en de rest bij de groothandel. Zo haalden we het volume niet.”

De curator kijkt of een doorstart mogelijk is. Sommige betrokkenen hopen van wel. „Laten we nu doorpakken in plaats van moddergooien. Zie zo’n dakboerderij als demonstratie in plaats van als productiebedrijf”, zegt Schoormans.

Van der Schans ziet een andere reden: „Niet veel mensen willen nog boer worden. Maar toen ik studenten vertelden over het faillissement van Urban Farmers stonden ze toch nog te trappelen. De combinatie van boeren en in de stad wonen, is aantrekkelijk. Als tuinbouwnatie kun je daar niet de schouders over ophalen.”

Lees ook: Boeren in de stad
    • Titia Ketelaar