Code oranje betekent 'wees voorbereid'. Maar weet je dan genoeg?

Weerwaarschuwingen In de kustprovincies geldt donderdagavond code oranje. Maar eigenlijk is het systeem van waarschuwingen voor risicovol weer te algemeen, vinden ze bij het KNMI.

Bij regen is er sprake van code geel als er meer dan 50 millimeter valt in een etmaal. Foto Rob Engelaar/ANP

Het weer is omgeslagen, na de droge hitte regent het ineens waarschuwingen voor onweer en zware windstoten. Nu maar hopen dat iedereen wijs wordt uit de verschillende codes, en de vermaningen van het KNMI serieus neemt.

Het systeem van waarschuwingen voor risicovol weer is toe aan vernieuwing, vinden ze bij het KNMI. Het weerinstituut werkt aan nieuwe methoden om bestuurders, bedrijven en het grote publiek te waarschuwen. De waarschuwingen moeten preciezer in locatie en tijd worden, en ook nauwkeuriger afgestemd op de impact die het gevaarlijke weer op de samenleving kan hebben.

Lees ook: Elke vijf jaar een hittegolf – en dat komt door onszelf

Klimatoloog Rob Sluijter van het KNMI: „Bij gevaarlijk weer geven we nu nog hele provincies een kleur, bijvoorbeeld code oranje, terwijl de dreiging maar voor een beperkt deel van de provincie geldt, en ook voor een kortere tijd. Dat zouden we flexibeler kunnen maken, bijvoorbeeld voor zware buien.”

De vrij ruwe systematiek van waarschuwen is al langere tijd onderwerp van debat. In een rapport uit 2015 constateert het KNMI zelf dat regelmatig delen van het land worden gewaarschuwd terwijl dat eigenlijk niet nodig is, omdat fenomenen als extreme neerslag, zware windstoten, grote hagelstenen en windhozen zich in een relatief klein gebied voordoen. „Dit alles leidt tot een mindere acceptatie van waarschuwingen en een verminderde aanpassing van het gedrag als dat wel nodig is”, aldus het rapport.

In de laatste week van mei gaf het KNMI in enkele dagen vier keer code oranje uit, met een waarschuwing voor onweersbuien. Die buien veroorzaakten in sommige oranje regio’s veel meer overlast dan in andere. Sluijter: „Met de acceptatie van onze waarschuwingen zit het meestal goed. Maar soms begrijpen mensen het niet. Neem het noodweer van 2016 in Brabant. Daar leed het gebied rond Luyksgestel honderden miljoenen schade. Maar iemand uit Boxtel, vijftig kilometer noordelijker, zei me: ‘Jullie zaten er helemaal naast met de waarschuwing voor Brabant, want ik heb gewoon staan barbecuen.’”

Lees ook: Wat heeft Nederland geleerd van de hevige droogte?

Grote impact

Het KNMI werkt met vier kleurcodes. Groen duidt op „geen bijzonderheden”. Geel betekent „wees alert”. Oranje „wees voorbereid”. En code rood geldt als een weeralarm: ‘Onderneem actie’. De criteria voor de kleurcodes zijn vastgesteld in Europees verband. Zo is er bij regen sprake van code geel als er meer dan 50 millimeter valt in een etmaal, of als er sprake is van verkeershinder door aquaplaning. Dat gaat over in code oranje als er meer dan 75 millimeter in een etmaal valt. Bij onweer geldt code oranje als er sprake is van zware windstoten, meer dan 75 kilometer per uur, lokaal veel neerslag, meer dan 50 millimeter in een uur, of hagel met minimaal twee centimeter grote stenen. De laatste jaren heeft het KNMI jaarlijks gemiddeld vijf tot tien keer code oranje uitgegeven.

Code rood is een geval apart. Deze geldt bij een „mogelijk grote impact van het weer op de samenleving”, en ook als er een kleine kans is op extreem weer, maar waarbij de veiligheidsrisico’s groot zijn. Code rood wordt gemiddeld eens per jaar afgekondigd; de laatste keer was dat op 18 januari, wegens zeer zware windstoten.

De onherroepelijke trend is dat bij het uitgeven van waarschuwingen steeds meer rekening wordt gehouden met de gevolgen voor de samenleving. Waait het op de Waddeneilanden zeer hard, dan is de impact daarvan doorgaans veel kleiner dan op de snelwegen in de Randstad. Een omwaaiende boom in de polder van Flevoland is minder gevaarlijk dan een boom aan een Amsterdamse gracht. „Het gaat bij code rood om de blootstelling aan extreem weer”, aldus Sluijter. Dat is ook de reden dat het KNMI alleen code rood afkondigt na overleg binnen het ‘weerimpactteam’ met daarin de Departementale Coördinatiecentra, het Nationaal Crisiscentrum, het Verkeerscentrum Nederland, politie en brandweer en Prorail. Zij hebben de kennis van de gevolgen van het weer op de weg, op het spoor en op het water. Ook hebben zij een landelijk overzicht van geplande evenementen. Zoals de Vierdaagse van Nijmegen.

Lees ook: Het voortdurende gebrek aan regen laat zich gelden

Verantwoordelijkheid

Wat er vervolgens met het door het KNMI afgekondigde weeralarm gebeurt, is de vraag. Toen eind mei werd gewaarschuwd voor onweer, ging er een advies van een landelijke organisatie uit aan lokale avondvierdaagse om niet te wandelen, maar dwingend was dat advies niet. Het blijft de verantwoordelijkheid van burgemeesters en veiligheidsregio’s die adviezen in maatregelen om te zetten. „Wij kunnen als KNMI niet bepalen dat de Rolling Stones niet mogen optreden op een festival”, zegt Sluijter. „Je mag alleen wel hopen op actie.” Vier jaar geleden was er tijdens het popfestival Pinkpop in Zuid-Limburg code rood afgegeven, wegens regen, wind en bliksem. Niettemin besloot de burgemeester van Landgraaf, in overleg met de organisatie, het festivalterrein niet te ontruimen maar de bezoekers op hun plaats te laten. Dat was veiliger dan evacueren, was de redenering. Wel wordt bij vergunningen voor evenementen steeds vaker afgesproken dat de organisatie zich verplicht op de hoogte houdt van de weervoorspellingen, en eventueel maatregelen neemt.

Uiteindelijk, verwacht klimatoloog Sluijter van het KNMI, gaan we toe naar een geografisch en chronologisch weermodel dat, bijvoorbeeld, op een schaal van honderd aangeeft hoe groot het risico is op gevaarlijk weer voor welke regio en op welk tijdstip is. „Noem het een kansenkaart voor Nederland.” Die kaart is niet voor iedereen even interessant. „Als je zegt dat er overmorgen 40 procent kans is op onweer bij jou in de buurt, hebben burgers daar niet veel aan. Maar een organisator van een festival kan denken: ik zorg dat er een noodtent beschikbaar staat.”

    • Arjen Schreuder