Brieven

Brieven

Foto iStock

Beatrijs Ritsema slaat de spijker op zijn kop met haar retorische vraag „zou het de bedoeling zijn dat je eerst het bassin vol laat stromen met water, zoals dat ging in de tijd van de lampetkannen?” (Die twee kranen, really?, 26/7). Het gaat haar om de afzonderlijke kranen voor koud en heet water die in het Verenigd Koninkrijk op forse afstand van elkaar dicht op de achterwand van de wasbak gemonteerd zijn. Anders dan op het vasteland van Europa, bestaat in het VK een diepgeworteld denkbeeld dat je je wast in stilstaand water. Britse mengkranen, want die zijn er echt wel, zijn dan ook geen méngkranen. Ik had ooit een ouderwetse kraan bewaard die een dun metalen schotje had dat de watertoevoer van de twee inlaten aan de onderkant van de kraan tot het uiteinde van de tuit gescheiden hield. De eerste fabrikant van het equivalent van de continentale mengkraan dacht dus dat zo’n kraan bedoeld was om metaal uit te sparen. Twee kranen, maar van buiten gezien één. Deze ‘dual flow mixer tap’ kreeg allengs nieuwe gedaanten. Het verticale schot werd vervangen door een horizontale scheiding die met de kraan was meegegoten, gevolgd door modellen met concentrische buizen. Verdere evolutie bracht de ‘triple-flow mixer tap’ voort, met een derde buis voor gefilterd kraanwater. De Britse fixatie blijkt ook uit de montagevoorschriften voor loodgieters: „Alle baden, wasbakken, spoelbakken of soortgelijke voorzieningen dienen te beschikken over een gemakkelijk bereikbare stop of ander middel waarmee de afvoer kan worden afgesloten.” Volgt een lijst uitzonderingen, waaronder het spoelbakje bij de tandarts en, ja, de douchebak.

    • Carlos Gussenhoven