Van Rouwendaal blijft winnen en gaat door tot haar lichaam kapot is

EK openwaterzwemmen Op Sharon van Rouwendaal (24) staat geen maat. Ze is nu ook Europees kampioen 5 km. „Omdat ik mentale obstakels kan overwinnen.”

Altijd hard zwemmen en niet zeuren. Succes gegarandeerd. Tenminste, als je Sharon van Rouwendaal heet en dat adagium tot lijfspreuk hebt verheven. Haar wereld is overzichtelijk: beestachtig trainen en tussendoor in voornamelijk open water wedstrijden winnen, zoals woensdag op de Europese kampioenschappen in het Schotse meer Loch Lomond.

Nadat de klanken van het Wilhelmus zijn verstomd, glimt Van Rouwendaal nog meer dan haar gouden medaille. De zwemster is apetrots op haar derde Europese titel, de eerste op de vijf kilometer. Sinds haar olympische gouden plak, twee jaar geleden aan de Copacabana in Rio de Janeiro, heeft Van Rouwendaal rust gevonden en kan ze intens genieten van elke overwinning. „Goud is goud”, zegt ze. „Deze medaille is net zo speciaal als die op de Spelen. Opnieuw de beste zijn, geeft een onbeschrijfelijk gevoel.”

De handicap van een verplichte wetsuit bij een watertemperatuur onder de achttien graden geeft de medaille extra glans, vindt Van Rouwendaal, die net als haar concurrenten de pest heeft aan zwemmen in verpakking. Je lichaam is warm en je hoofd koud, vat ze haar bezwaren samen. „Een wetsuit knelt bovendien dusdanig, dat na verloop van tijd de techniek afzwakt en de pijn toeneemt. Alsof er een kilo extra gewicht aan je armen hangt. Wat je dan te doen staat, is met je armen draaien, draaien en nog eens draaien.”

Ik kan wat anderen niet kunnen: in mijn hoofd de pijn uitschakelen

Sharon van Rouwendaal

Enorme weerbaarheid

En dat kan Van Rouwendaal als geen ander. Onder het strenge regime van haar Franse trainer Philippe Lucas heeft ze een enorme weerbaarheid opgebouwd. De man zonder mededogen heeft van de blonde Nederlandse een zwemmachine gemaakt, die griezelig nauwkeurig prestaties kan leveren. „Omdat ik mentale obstakels kan overwinnen. Heb ik van Philippe geleerd. Ik kan wat anderen niet kunnen: in mijn hoofd de pijn uitschakelen. Waar concurrenten zich laten afleiden door de strakke wetsuit of het koude water, praat ik mezelf voortdurend moed in.”

Lees over trainer Philippe Lucas ook: Overal pijn door haar ‘beul’, maar ze vertrouwt hem

Op die moeilijke momenten voorziet Van Rouwendaal haar race zelf van commentaar. Dat houdt ze zichzelf al pratend voor dat ze sterk moet blijven, zoals Lucas haar dat geleerd heeft. „Dan push ik mezelf en zeg ik: duw, duw, duw. Of: je traint bij Philippe, je kunt het. Het zelfvertrouwen dat ik door al die zware trainingen heb ontwikkeld, schakelt alle pijn uit en geeft je kracht. Naarmate de techniek afneemt, ga ik steeds meer harken. Maar ik blijf mijn armen rond malen, om zoveel mogelijk water te 'pakken’ en snelheid te houden. Echt zwemmen kun je dat niet meer noemen. Als de frequentie maar hoog blijft, dan houd je tempo.”

Alsof de pijn van één wedstrijd nog niet genoeg is, start Van Rouwendaal op de EK in een tijdsbestek van vijf dagen op vier disciplines. Na de vijf kilometer van woensdag volgt donderdag de tien kilometer, zaterdag de vijf kilometer estafette – „voor mij is dat slechts 1.250 meter” – en zondag tot slot de beestachtig zware 25 kilometer. Waarom zo’n krankzinnig zwaar programma? „Simpel, omdat ik het leuk vind. Maar of ik het red? Ik ben benieuwd hoeveel vrouwen in wetsuit op de 25 kilometer de finish halen.” En dan lachend: „En of ik daar ook bij zit.”

Foto EPA

Afstanden zijn relatief geworden

Sinds Van Rouwendaal in Frankrijk onder Lucas traint, zijn vele barrières geslecht. Ze traint al vijf jaar zo veel en zo intensief, dat afstanden relatief zijn geworden. Van Rouwendaal weet niet beter of ze zwemt, en zwemt, tot als dagafsluiting het laatste fluitje van haar trainer klinkt.

Ze voelt zich er senang bij. De zwemster heeft een speciale band met Lucas opgebouwd. Een relatie met weinig woorden, laat staan complimenten. Want daar is de Fransman niet van. Zo lang hij niet in toorn ontsteekt, gaat alles naar wens, dat is zijn wijze van complimenteren.

Van Rouwendaal en Lucas communiceren vooral met blikken. Ook woensdag na haar race kan er geen woord vanaf bij Lucas. Van Rouwendaal: „Toen ik uit het water stapte, zag ik hem staan. Hij zei niks, maar zijn ogen vertelden alles. Ik zag aan zijn gezichtsuitdrukking dat hij tevreden is. Die tijgerogen van hem spreken boekdelen.”

De lange vertrouwensrelatie tussen trainer en zwemster verschaft ook meer ruimte, vertelt Van Rouwendaal in Schotland. Sinds ze met Lucas is verkast van het trainingsbad in Narbonne naar het honderd kilometer noordelijker gelegen Montpellier, permitteert ze zich zo nu en dan een stapavond. Niet te wild natuurlijk, maar toch. Vooral omdat Van Rouwendaal Montepllier een toffe stad vindt, waar ze in een mooier zwembad is beland en haar woonbunker heeft ingeruild voor een ruim appartement. „En op het strand waait mijn handdoek niet weg”, somt ze nog een voordeel op. „Alles in Montpellier is beter en relaxter.”

Een teken dat Van Rouwendaal Frankrijk voorlopig trouw blijft. Nederland is op korte termijn buiten beeld. „Omdat ik een leuk leven heb, geniet van wat ik elke dag doe. Ik heb nog steeds het volste vertrouwen in de aanpak van Philippe. En hij ziet het nog steeds in mij zitten. Zo lang ik maar hard zwem, hè. Nee, ik zie nog geen eindpunt. Eerst de Spelen van Tokio. Daarna ga ik door, zeker. Tot mijn lichaam kapot is.”

    • Henk Stouwdam