Opinie

    • Joyce Roodnat

Triomf van mens, motorfiets, Parijs

Joyce Roodnat De nieuwste Mission Impossible-film moet Joyce Roodnat meteen zien. Niet voor het verhaal (iets met wereldheerschappij en ontploffende bandrecordertjes). Maar voor de achtervolgingen. In deze aflevering eentje met een motorfiets in Parijs. Daarvoor gaat ze zelfs een tweede keer.

Tom Cruise in Mission: Impossible – Fallout.

De nieuwe Mission-Impossiblefilm is de zesde. En hij moet meteen gezien worden. Ik rende in 1996 ook naar de eerste, maar toen was het omdat Brian ‘Scarface’ De Palma hem had gemaakt. Daarna wist ik wat me te doen stond. Ik ging bij elke nieuwe aflevering zo snel ik kon zwelgen in elegantie en serieuze harde actie op coole locaties.

Snappen doe ik ze nooit. Ook bij Mission: Impossible – Fallout raak ik de draad al kwijt als een bandrecordertje bezorgd wordt met een onmogelijke opdracht. Dan is het: „This recording will self destruct in 5 seconds…”. Woesj! Weg. Met een plofje. De wereldheerschappij, daar draait het weer eens om. Dit keer is extreem-rechts erop uit, met ideeën à la Steve Bannon en alt-right.

Drie dagen later ga ik weer. Niet om alsnog dat verhaal te begrijpen, dat geloof ik wel. Kom ik dan voor Tom Cruise? Nee. Niet echt. Al speelt hij het leuk, en ja, hij doet de meeste stunts zelf. Wie wil, kan op YouTube zijn enkel zien knakken, in slow motion. Maar mij gaat het om die achtervolging, die wil ik opnieuw zien. Spectaculaire chases zijn het handelsmerk van de Mission-films. Deze heeft er drie, alle drie goed. Maar die eerste slaat ze allemaal, in alle films. We zijn in Parijs. Cruise, nu ja, zijn personage Ethan Hunt, wordt achterna gezeten. Eerst vlucht hij een stuk achter het stuur van een vrachtwagen – waarmee hij een smalle straat klem zet. Dan springt hij op een motorfiets. Die staat klaar, het contactsleuteltje zit erin (in Mission staat er altijd van alles klaar, dat is het impossible-le ervan).

Onder een geluidsdecor van motorgeraas en het onvergetelijke Mission: Impossible-theme stuift hij door het centrum van Parijs. Hij wordt door een stuk of honderd politieauto’s op de hielen gezeten, onder schot genomen, klem gereden, maar altijd is er een uitweg. En Parijs is geen decor, Parijs is een intiem feit. Pleinen, straten, de Seine. Rue Saint-Honoré langs het Louvre, een duik parkeergarage ‘Pyramides’ in en aan de andere kant er weer uit, in de verte zien we de Opéra. Om de Arc de Triomphe heen, tegen het verkeer in, maar dat is meer een grap dan een probleem. Het zonlicht is zo helder, de schaduwen zijn zo scherp. Het is vroeg. Het blijft vroeg. De tijd staat stil. Want in deze achtervolging leven we in een eindeloos nu.

Waar draait dit om? Wie zit hem achterna? Wie zit hij achterna? Daar gaat het niet meer om. Het doel van deze achtervolging is deze beelden, dit geluid, deze snelheid, deze belevenis. We ervaren de trance van een choreografie, een perfecte dans van mens en motorfiets en stad. Dit is de triomf van een film die voor heel even de eeuwigheid verovert. Wat innerlijk tegenstrijdig is, maar dat heb je, met een visioen.

    • Joyce Roodnat