Amenra-zanger Colin van Eeckhout treedt altijd op met zijn rug naar het publiek.

Foto Stefaan Temmerman

Sludgemetalband Amenra: ‘Ook vleeshaken kunnen troost bieden’

Lowlands 2018

De optredens van metalband Amenra zijn behalve een aanslag op de trommelvliezen, ook een emotionele uitputtingsslag. Frontman Colin van Eeckhout liet zich op het podium ophijsen aan vleeshaken als ‘eerbetoon’ aan zijn overleden vader.

De man die hysterisch vanuit het onderste van zijn tenen de pijn uit zijn ziel kan krijsen en zich aan door zijn lijf geprikte vleeshaken boven het podium laat hijsen (daarover later meer), zit in het centrum van Gent onder de brandende zon en vraagt doodleuk: „Gaan we eerst ne keer ’n ijsken eten?”

Het is niet meteen de openingszin die je zou verwachten van Colin van Eeckhout (39). Want als zanger van de sludgemetalband Amenra is hij doorgaans zwaarder op de hand. „Hand me the razor”, zingt hij in ‘Razoreater’. „Feed me the pain. I’ll be bathing in the blood I call my own.” Maar vandaag even niet, want nu likt de zanger glimlachend van zijn ‘drie bollekes’.

„Dit moest gewoon even”, zegt hij na de laatste hap. „Anders had ik mijzelf nooit vergeven.”

Amenra (een samenvoeging van het bijbelse ‘Het zij zo’ en de Egyptische zonnegod) is ongetwijfeld de hardste band van deze Lowlands-editie. Behalve een aanslag op de trommelvliezen is dat ook een emotionele uitputtingsslag. De thematiek van het gehele oeuvre is namelijk in vijf woorden samen te vatten. „De pijn van het leven”, zegt Van Eeckhout. „Dat is onze klei.” Daarmee boetseert Amenra laag op laag, net zo lang tot er kathedralen oprijzen vol intense tristesse én slopende decibellen. Want dat is het handelsmerk van het Vlaamse vijftal: op een of andere manier lukt het hen verwoestende sludge te combineren met diepe melancholie.

Geen ‘tough guys’

In twintig jaar bouwde Amenra zo een heus imperium op. De trouwe, internationale aanhang groeide en kon behalve van zeven albums (Mass I t/m VI, en een akoestische liveplaat Alive) genieten van bijzondere shows in kerken, bossen of zelfs grotten. Daags na het interview vertrekt de band naar de Verenigde Staten voor twaalf optredens met pioniers Neurosis („Zij hebben het genre zo’n beetje uitgevonden”) en Converge („Die kennen we al vijftien jaar: bij hun eerste Europese tour speelden ze op onze versterkers”).

„Voor ons is dat natuurlijk het summum”, zegt Van Eeckhout. „Maar dat is zeker niet vanzelf gegaan. In het begin hoorden we nergens bij. We pasten totaal niet tussen die tough guys van de hardcore en metal. Zij zaten vast in hun stramien van clichés, wij wilden juist zonder onze dekking hoog te houden een verhaal vertellen van oprechte emotie, heel dicht op de huid. Je moet gedreven zijn om jaren voort te doen terwijl iedereen je raar vindt. Maar wij hebben voet bij stuk gehouden. Door halsstarrig te blijven doorgaan, hebben we onze eigen scene gebouwd.”

En er was nog een belangrijke factor die de band ‘echt richting heeft gegeven’ – het eigen leed. „Mijn grootste tegenslag is mijn grootste succes geworden. Toen mijn vader op zijn vijftigste stierf aan kanker, had ik opeens echt iets om over te zingen. Ik had zo’n onmiskenbare drang om te bewijzen dat ik iets waard was. Daar is de noodzakelijkheid en oprechtheid van de muziek alleen maar door gegroeid. Door te sterven heeft mijn vader mij zijn mooiste levensles gegeven.”

Verschillende keren tijdens het gesprek verontschuldigt Van Eeckhout zich voor „grootdoenerij”. Hij kent zichzelf een beetje en voor je het weet klinkt hij „zo gewichtig en filosofisch”. Maar ja, hij houdt nu eenmaal niet van oppervlakkigheid. „Bij ons moet je een beetje moeite doen.”

Rug naar publiek

En hoe poeierhard de band voor buitenstaanders ook mag klinken, veel fans laten zich juist door de muziek troosten. „Op het eerste gehoor lijkt alles luid, maar met momenten is het wel degelijk zorgzaam en omarmend. Veel mensen herkennen de pijn die we materialiseren. Ze vertellen het na afloop van een show of mailen hun getuigenissen: ‘Ik heb mijn kind verloren en dat nummer heeft mij erdoor geholpen.’ Zo word je een soort zorgverlener, en dat ga ik ook altijd bewaken. Die helende kracht is wat muziek magisch maakt.”

Tegelijkertijd heeft Van Eeckhout een bloedhekel aan „frontmannen die in lame clichéspeeches wel even vertellen hoe de wereld in elkaar zit”. Gevolg: hij treedt altijd op met zijn rug naar het publiek. „Zo wordt de aandacht eerlijk verdeeld. Ik maakt maar 20 procent uit van de band en wil niet constant alle attentie opeisen.”

Krassen en schrammen

Een enkele keer doet hij dat wel. Want inderdaad, hij liet zich aan vleeshaken boven het podium takelen. „Ik ging omhoog, richting hemel. Dat was een eerbetoon aan mijn vader.” Een andere keer liet hij aan dezelfde haken juist zware gewichten hangen. „Dat stond symbool voor mijn kinderen: zij houden mij met de voeten op de grond.”

Optreden in Ancienne Belgique, Brussel Vleeshaken minuut 55.

Maar… waarom?

Van Eeckhout lacht. „Tja, we kunnen natuurlijk ook in ons joggingpak optreden, maar is het dan de moeite? Waarschijnlijk niet, hè?” Dan serieus: „De pijn die in iedereen huist en die we allemaal zullen ondergaan wordt zo echt. Opeens brengen we de show terug naar dat ene moment, waarbij tweeduizend toeschouwers geen woord meer durven te reppen.” En geloof het of niet, ook de vleeshaken kunnen troost bieden. „Ze laten zien dat je de pijn die een mens in theorie niet aan zou moeten kunnen, tóch aankunt.”

Disclaimer: bezoekers van Lowlands hoeven zich niet op dergelijke taferelen voor te bereiden. „Ik wil zoiets maar één keer in de tien jaar doen, anders worden we een soort shockrockband.” Maar dat optredens weinig aan intensiteit verliezen, blijkt wanneer Van Eeckhout zijn T-shirt omhoog trekt. Zijn rechterzij zit vol diepe krassen en schrammen. Een paar dagen geleden speelde Amenra namelijk op het Franse Hellfest, tussen Iron Maiden en Judas Priest. „Ofwel ga je er 100 procent voor, ofwel niet”, verklaart hij de verwondingen. „Ik zing altijd met mijn linkerhand in mijn rechterzij, en ja, mijn nagels zijn scherp. Voor normale mensen is dat misschien niet normaal, maar het past prima in ons artistieke kader.”

Al 26 jaar is Lowlands een trendsettend muziekstadje in de polder. Bij het 25 jarig bestaan maakten we een historisch overzicht. Lees ook: Hoe een hippie-achtig initiatief uitgroeide tot een baanbrekend popfestival
    • Frank Provoost