Middeleeuws ivoor kwam uit West-Groenland

Archeologie

Volgens nieuw onderzoek vestigden de Vikingen zich op Groenland wegens de lucratieve handel in walrus-ivoor.

Schaakstuk (paard) van walrus-ivoor uit Lewis-schaakspel , uit de twaalfde eeuw, in handen van een conservator bij een tentoonstelling vorig jaar in York. Foto Hollandse Hoogte / PA Photos Ltd

Walrus-ivoor uit West-Groenland had in de late Middeleeuwen vrijwel een monopolie in Europa. Dat blijkt uit DNA-analyse van negentien stukken walrus-ivoor en -schedeldelen uit werkplaatsen tussen de elfde en veertiende eeuw. Het ivoor van de kunstvoorwerpen zelf mocht niet worden onderzocht. Ivoren snijkunst was enorm populair in de tweede helft van de middeleeuwen, voor grote voorwerpen werd soms het peperdure olifants-ivoor uit Afrika gebruikt, maar voor andere voorwerpen werd meestal walrus-ivoor gebruikt. Biologen en archeologen, onder wie de Nederlandse bioloog Bastiaan Star, die deze week hun resultaten hebben gepubliceerd in Proceedings of the Royal Society B zijn er in geslaagd om met mitochondriaal DNA walrussen uit West-Groenland duidelijk te onderscheiden van de walrussen die in de Noord-Atlantische Oceaan leven. Vanaf begin twaalfde eeuw, als de Noren in Groenland een eigen bisschop krijgen, zijn alle onderzochte ivoorresten op twee na van West-Groenlandse herkomst. Van de zes stukken walrus-ivoor van voor 1125 komt er maar een uit Groenland. Het onderzoek biedt een belangrijke aanwijzing voor het belang van de walrusvangst voor de Noorse inwoners van Groenland.

Kolonisatie vanuit IJsland

Tussen 1000 en 1450 hebben er op twee plekken in Groenland Vikingen geleefd. Er is al decennia veel debat over het doel van die kolonisatie vanuit IJsland door uiteindelijk zo’n twee- tot drieduizend Noren op de twee enige plekken waar toen op Groenland landbouw mogelijk was, in de ‘zuidelijke vestiging’ en de kleinere ‘westelijke vestiging’. Vanuit Groenland werd in de elfde eeuw door Leif Erikson ook een tijdelijke kolonie op New Foundland (L’Anse aux Meadows) gesticht die in de jaren 60 is teruggevonden. De traditionele verklaring (ook terug te vinden in middeleeuwse IJslandse bronnen) is dat de Noren behoefte hadden aan extra landbouwgrond. Door afkoeling van het klimaat (de Kleine IJstijd die rond 1400 begon) maar vooral door roofbouw zou dit ‘hopeloze’ experiment uiteindelijk weer beëindigd worden. Maar deze ‘landbouwtheorie’, die ook populair is gemaakt door de geograaf Jared Diamond, wordt de laatste jaren niet meer zo serieus genomen door middeleeuwse historici. Zoals de Noorse historicus Christian Keller het in een analyse in 2010 opschreef: ‘Om in het jaar 1000 boer te willen worden op Groenland grenst aan waanzin’, en niet alleen vanwege de kou maar ook omdat er toen nog land genoeg was op IJsland.

Lees ook: En daar is Ubbi de Fries, met zijn gevreesde Schelde-Vikingen!

Keller en vele andere historici zoeken nu het kolonisatiemotief in de zoektocht naar verhandelbare spullen waaraan IJsland toen groot gebrek had. Het eiland was zelfvoorzienend in voedsel maar had behalve de arbeidsintensieve wollen stof ‘wadmal’ weinig om te verhandelen in ruil voor importgoederen als ijzer en scheepsbouwhout. Walrus-ivoor én het sterke leren touw van walrushuid waren geliefd in de Scandinavische wereld en daarbuiten. De eigen walruskolonie op IJsland was snel uitgeroeid, maar in de ’s zomers goed bereikbare Diskobaai in West-Groenland leefde (en leeft nog steeds) een enorme walruskolonie. De Noorse kolonie op Groenland was in die visie primair een jachtkolonie die daarnaast ook nog aan landbouw deed. Keller trekt een vergelijking met de gelijktijdige Noorse vestigingen in Finland en het latere Rusland, waarbij het vooral om de pelshandel ging.

De nu vastgestelde herkomst van het walrus-ivoor in Europa bevestigen dit belang van de walrussen voor de Groenlandse Noren. Geschreven bronnen zijn schaars maar wel was al bekend dat in 1327 ruim 800 kilo walrus-ivoor uit Groenland in Bergen aankwam als betaling van de door Groenland verschuldigde kerk- en kruisvaartbelasting.

Uit de periode na 1350 zijn geen walrus-ivoorresten teruggevonden. Misschien was de handel in ivoor stilgevallen, opperen de onderzoekers. Maar of dan die handel stilviel omdat de dorpen verlaten waren is de vraag? Sommige historici denken dat in Europa de vraag naar ivoor terugliep.

    • Hendrik Spiering