Aantal duikteams brandweer in 15 jaar gehalveerd

Brandweerduikers

De mogelijkheid te water geraakten te redden, hangt vaak af van de regio waarin de melding wordt gedaan.

Een duikteam van de brandweer aan het werk. Rob Engelaar/ANP

De klassieke brandweerduiker is een zeldzaamheid geworden. Het aantal duikteams bij Nederlandse brandweerkorpsen is in minder dan vijftien jaar gehalveerd en het is moeilijker geworden om vrijwilligers te vinden.

De brandweer is daardoor steeds minder goed in staat op het water levens te redden, zegt Ronald Kraan, oud-brandweercommandant en tegenwoordig bestuurslid van de Vereniging Brandweervrijwilligers (VBV). „Of je in Utrecht, Rotterdam of Eindhoven met je auto van de kade rolt, zou niet moeten uitmaken voor je kans om gered te worden.”

Vooral in het zuiden, oosten en noorden van Nederland zijn de aanrijtijden sinds de regionalisering van de brandweer tien jaar geleden fors opgelopen. Wie bijvoorbeeld in Winterswijk in de Achterhoek te water raakt, moet voor hulp rekenen op de kazernes in Almelo of Arnhem – drie kwartier tot een uur rijden. Ook grote steden als Tilburg en Eindhoven raakten hun duikteam kwijt.

Ook voor brandweerlieden zélf is het afschuwelijk, zegt Kraan, om zonder duikteam te zitten. „Als een auto in het kanaal wegzakt en je ziet de lampen nog schijnen, maar je mag of kan niets doen, dat is niet prettig.”

Van de 120 duikteams die de brandweer in 2006 telde, zijn er nog 53 over. Zij worstelen met het vinden van personeel. Sinds de veiligheidseisen tien jaar geleden werden aangescherpt, is het opleiden van beroepskrachten en vrijwilligers duur geworden. Dat heeft gevolgen voor de inzetbaarheid.

Lees ook: Naar wrakken duiken is niet zonder risico's

Zo schakelt het brandweerkorps in Assen sinds vorig jaar bij elke noodmelding de hulp in van de dichtstbijzijnde kazerne, omdat het eigen team vrijwilligers tekort komt. „Voor de zekerheid”, zegt Jurjen Timmerman van de Drentse brandweer. Tien jaar geleden had Drenthe vijf duikploegen. Daarvan zijn alleen Emmen en Assen over.

Assen draait bovendien op vrijwilligers, zegt Timmerman, die het liefst zo dicht mogelijk bij de kazerne wonen én werken. Die vind je niet zomaar, want het werk is „voor een specifiek type mens”. Het Drentse landschap is een aaneenrijging van ondiepe plassen, kanalen en veensloten met troebel water, waarin je geen hand voor ogen ziet. Een brandend huis blus je twee aan twee, duiken doe je solo. Het vereist zwemmen én zelfverzekerd zijn, weet Timmerman. „Echt heel ander werk dan brandweerwerk.”

Aanscherping veiligheidseisen

Daar komt de aanscherping van de veiligheidseisen bovenop. In 2008 kwam de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid met een lijvig rapport, nadat er in enkele jaren tijd drie brandweerduikers bij een redding of oefenduik waren overleden. Er kwamen regels bij, de opleiding werd herzien, de luchtfles op de rug werd verruild voor lucht vanaf de waterkant. Nieuw materiaal, nieuwe opleidingen: het drukte, net voor een nieuwe bezuinigingsronde, op de brandweerkorpsen.

In hetzelfde jaar verschoof de verantwoordelijkheid voor de brandweer van de gemeente naar de veiligheidsregio’s. Zij beslissen zelf over de taken die ze wel en niet uitvoeren. Het ‘beperken en bestrijden’ van branden en incidenten met gevaarlijke stoffen is voor elke regio verplicht. Duiken is dat niet.

Sinds 2008 maakten de veiligheidsregio’s volop gebruik van hun beslissingsvrijheid. Zo schrapte de regio Haaglanden vijf van de zeven duikteams, terwijl de regio Utrecht al haar zeven teams behield. Twee van de 25 veiligheidsregio’s – Brabant-Zuidoost en Gelderland-Zuid – hebben al hun duikteams opgeheven.

In hun plaats kwamen veelal ‘oppervlakte-reddingsteams’, zegt Frank Huizinga van Brandweer Nederland. Die mogen weliswaar het water op of in, maar werken niet onder het oppervlak. Volgens Kraan van de VBV is dat allesbehalve een volwaardige vervanging. „Alles wat onder water gebeurt, daar heb je duikers voor nodig.” Kraan pleit ervoor om landelijk vast te leggen wat een waterongeval inhoudt en wat de maximale aanrijtijd moet zijn. Het huidige systeem, benadrukt hij, is scheef. „Je ziet een auto in rijden, dan belt iedereen 1-1-2 en verwacht dat er wordt opgetreden. En dan is het afhankelijk van wáár je bent, hóe dat gebeurt. Alsof je de politie belt voor een bankoverval en ze sturen een agent langs zonder wapen.”

Correctie 9 augustus 2018: in een eerdere versie van dit artikel schreven we de voornaam van Jurjen Timmerman verkeerd als Jurrien. Dat is hierboven aangepast.

    • Rik Rutten