De macht van het 76ste Kamerlid

Tweede Kamer Het kabinet-Rutte III heeft een krappe meerderheid van slechts één zetel. Dat vergroot de macht van dissidenten als VVD-Kamerlid Wybren van Haga.

Wybren van Haga (VVD) tijdens stemmingen in de Tweede Kamer. Foto BART MAAT / ANP

Een misverstand over een stemming. Onvrede over een kleine portefeuille. Een ‘spreekverbod’, ‘censuur’ – wat de partij weer ontkent. Een Tweede Kamerlid, VVD’er Wybren van Haga (51), is ontevreden. In een groot artikel beschreef HP/De Tijd deze week de frustraties van Van Haga, toegeschreven aan „zijn Haarlemse vriendenkring”.

Van Haga, zo beschrijft HP/De Tijd, zou op een zijspoor zijn gezet door de top van de fractie. De vastgoedondernemer en oud-commando mag in de Kamer alleen nog het woord voeren over oorlogsgetroffenen, groen onderwijs en arbeidsomstandigheden. Hij zou onder curatele zijn gesteld.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 stond Van Haga op nummer 41 voor de VVD. Doordat partijgenoten doorschoven naar het kabinet mocht hij alsnog de Kamer in. Al snel na zijn aantreden kwam hij in opspraak, omdat hij als huurbaas in strijd met de regels handelde. De VVD stelde een integriteitsonderzoek in en die commissie concludeerde dat een ‘onwerkbare en onwenselijke situatie’ was ontstaan. Van fractievoorzitter Klaas Dijkhoff hoefde Van Haga niet weg, maar zichtbaar is hij sindsdien evenmin. Van Haga, geciteerd door een anonieme ‘vriend’: „Ik heb niets te doen. Het lijkt wel een sabbatical. Dit hou ik niet vol.”

Lees ook het onderzoeksartikel dat NRC in februari 2018 over Van Haga schreef: De ondermaatse verhuurpraktijken van een VVD-Kamerlid

Ontevredenheid op zich is zelden nieuws in Den Haag. Maar in de huidige coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie ligt dat anders. Het kabinet-Rutte III vertrouwt op slechts 76 zetels in de Tweede Kamer, de krapst mogelijke meerderheid van één zetel. In potentie kan iedereen het ‘76ste Kamerlid’ zijn: het Kamerlid dat het voortbestaan van het kabinet in gevaar brengt.

De VVD haast zich daarom dit relletje te smoren. Van Haga staat helemaal niet onder curatele, laat de VVD-fractie weten. Hij mag het woord voeren wanneer hij maar wil. Hij heeft een kleine portefeuille, maar dat komt omdat de VVD nu eenmaal de grootste fractie heeft.

Een fractiewoordvoerder erkent dat er iets is misgegaan met een verzoek dat Van Haga deed om een stemming te missen, zodat hij bij zijn vrouw in het ziekenhuis kon zijn. Van Haga deed zijn afgewezen verzoek bij een ambtelijk secretaris, niet bij fractievoorzitter Dijkhoff, is het verweer.

Het tekent de omzichtigheid waarmee de fractietop met Van Haga omgaat. In de fractie ligt de ondernemer moeilijk, maar uit zichzelf wil hij niet opstappen. Als een conflict op de spits wordt gedreven, bestaat het risico dat Van Haga zich van de fractie afsplitst. Misschien begint hij dan voor zichzelf, misschien sluit hij zich aan bij Forum voor Democratie, zoals een vriend van hem eerder liet vallen in NRC. Hoe dan ook: zonder Van Haga is de coalitiemeerderheid weg.

Machtige Kamerleden

Smalle coalities als onder Rutte III leiden tot machtige individuele Kamerleden, zegt Bert van de Braak, verbonden aan het Parlementair Documentatie Centrum van de Universiteit Leiden. Zij kunnen meer eisen stellen. „Het gebeurt niet vaak dat een coalitie die de meerderheid verliest meteen in de problemen komt. Maar regeringspartijen zijn er altijd bang voor.”

Hoe kunnen partijen dissidente Kamerleden tevreden houden? In het geval van Kamerleden die te weinig te doen hebben, zegt Van de Braak, kan een fractievoorzitter de portefeuille interessanter maken.

Moeilijker wordt het bij meer principiële dissidenten. Dries van Agt had als premier van zijn eerste kabinet (1977-1981) een broze coalitiemeerderheid van 77 zetels. Hij had last, vertelt hij, van een groep dissidenten in zijn eigen christen-democratische kring. Zes fractieleden weigerden het regeerakkoord te tekenen, en namen een voorbehoud op het kabinet.

Deze ‘loyalisten’ brachten Van Agt „met hun moreel hoogstaande posities” in de problemen. Zo verzetten ze zich tegen de plaatsing van Amerikaanse kernwapens in Nederland. „Ruud Lubbers [toen fractievoorzitter, red] maakte zich enorme zorgen over het behoud van de meerderheid. Maar ik had als tactiek dat ik in geval van nood meteen de vertrouwensvraag zou stellen.”

Van Agt I viel niet, ondanks het verzet. De premier had een tactiek, zegt hij. Hij gaf niets toe. „Ik vertrouwde op de immense populariteit die ik genoot bij het electoraat. De jongelui [de loyalisten, red] beseften dat.” Toch had de groep het kabinet wel op een andere manier in de tang: door voortdurende tegenwerking kwam Van Agt I nauwelijks aan grote hervormingen toe.

Recenter kampte het CDA opnieuw met ‘dissidenten’. In 2010 besloot de partij, zeer ongebruikelijk, in een minderheidskabinet te stappen met de VVD, gedoogd door de PVV. Twee christen-democraten hadden zulke principiële bezwaren tegen samenwerking met Geert Wilders dat ze twijfelden of ze wel konden instemmen met de komst van kabinet-Rutte I.

Hun steun was echter vereist, zonder Ad Koppejan en Kathleen Ferrier had de broze coalitie te weinig zetels en dus geen bestaansrecht. Na dagenlang piekeren waren de dissidenten ‘om’ en kon het kabinet van start. Maar het bleef spannend, zouden de twee zich niet alsnog bedenken?

Koppejan heeft zichzelf nooit écht beschouwd als 76ste Kamerlid, zegt hij nu, aangezien Rutte I ook min of meer gedoogsteun kreeg van de SGP. „Het kwam nooit écht op mijn steun aan”, aldus de Zeeuw. Bovendien, zegt hij, heeft hij nooit overwogen uit de fractie te stappen. „Zetelroof past niet bij mij. Je bent gekozen voor het CDA. Ik voel zo veel verwantschap met die partij. Ik zou dat verraad vinden. Mijn collega’s wisten dat ook: we verschillen even van mening, maar hij hoort gewoon bij ons.” 

Waar Koppejan en de loyalisten terugschrokken voor de gevolgen van een afsplitsing, voelen huidige Kamerleden zich meestal veel minder verantwoordelijk voor het partijbelang, zegt historicus Bert van de Braak. „Kamerleden komen nu vaker van buiten, en hebben niet een lange mars door de partij gemaakt. Wanneer ze een crisis kunnen veroorzaken om een punt dat zwaar voor hen weegt, kan de afweging veranderen.”

Marionetten aan een touwtje

Binnen regeringsfracties is kadaverdiscipline een vereiste: de coalitie moet op ieder afzonderlijk fractielid kunnen rekenen. Van het prominente Kamerlid tot de onbekende backbencher – iedereen wordt geacht vóór kabinetsbeleid te stemmen.

Het gaat verkeerd als een partij de fractie alleen maar ziet als stemvee, zegt een voormalige ‘whip’ van een regeringspartij, degene die bij de stemmingen verantwoordelijk is voor fractiediscipline. „Het zijn geen kleuters die je als marionetten aan een touwtje moet houden. Ga volwassen met mensen om.” Vraag ze naar hun bezwaren tegen onderdelen van het regeerakkoord, is zijn tip, en ga daar „serieus” over in gesprek.

Of Van Haga daadwerkelijk van plan is de VVD te verlaten, weet alleen hijzelf. Maar het artikel in HP/De Tijd heeft duidelijk iets losgemaakt: fractievoorzitter Dijkhoff heeft beloofd met Van Haga in gesprek te gaan. Wat Van Haga ook wil, een zwaardere portefeuille of meer zichtbaarheid, hij heeft de macht om eisen te stellen.

    • Guus Valk
    • Barbara Rijlaarsdam