Opinie

    • Paul Scheffer

De arrogantie van de onmacht

‘Wen er maar aan.’ Als er één zinnetje is dat me irriteert dan wel deze dooddoener. Hoe vaak hoor je niet: de wereld is nu eenmaal zoals hij is. De groei van het toerisme is niet te stoppen, het internet kun je niet echt reguleren, grenzen zijn niet te controleren, de zekerheid van een pensioen is vervlogen, internationale steden worden onbetaalbaar en grote bedrijven dragen geen belasting af. Welkom in de nieuwe wereld: ‘wen er maar aan’.

In dat zinnetje wordt een toenemende ongelijkheid weggewuifd. Het debat over de salarissen bij de ‘semipublieke’ ING vormt een goede illustratie. Van werknemers wordt loonmatiging gevraagd om de internationale concurrentiepositie op peil te houden. Tegelijkertijd wordt dezelfde concurrentiepositie aangeroepen voor een buitensporige salarisverhoging aan de top. Zonder zijn drie miljoen zou CEO Ralph Hamers naar het buitenland vertrekken. Voorlopig zit hij er nog.

Met de globalisering heeft zich sinds de jaren zeventig een liberalisme breed gemaakt dat vooral regulering wil terugdringen. Internationaal georiënteerde beleidsmakers spreken relativerend over de maatschappelijke ontwrichting die een wereldwijde markt met zich meebrengt. De Duitse theatermaker Bernd Stegemann zegt het snijdend: „We hebben te maken met de absurde situatie dat de winnaars van het liberalisme de verliezers vertellen dat ze humaner moeten zijn.”

Een eerdere fase van globalisering rond de vorige eeuwwisseling heeft juist niet geleid tot gelatenheid. Uit historisch onderzoek komt naar voren dat de meest open economieën de sterkste staten hebben voortgebracht. Nederland is daar een goed voorbeeld van: terwijl ons land zich meer en meer opende voor de wereld zijn de publieke bestedingen enorm toegenomen. Deze samenleving is gebouwd op het samenspel van openheid en ordening, terwijl de houding van elites nu eenzijdig in het teken van de openheid staat.

De arrogantie van de onmacht – het eindeloos herhaalde ‘wen er maar aan’ – ondermijnt de democratie. Want als er niets meer te kiezen valt, waarom zouden we dan gaan stemmen? Het publieke debat wordt uitgehold wanneer er geen alternatieven zijn voor de inrichting van de samenleving.

Zonder bescherming neemt de verleiding toe om muren op te trekken

Maar er valt iets te doen aan belastingontduiking door grote ondernemingen, zoals we nu voorzichtig zien gebeuren in Europa. Illegale migratie kan worden beteugeld door betere grenscontroles. Er valt ook iets te doen aan de vraatzucht van het toerisme door een serieuze beperking van de verhuur van hotelkamers. En ja, zelfs het grenzeloze internet kan aan banden worden gelegd, nieuwe waarborgen voor persoonsgegevens blijken mogelijk.

In deze tijd van globalisering zijn wél keuzes mogelijk. Trouwens, als de maakbaarheid ten einde zou zijn, waarom zijn we dan zo druk in de weer met klimaatverandering? Dan lukt het wel om allerlei maatschappelijke organisaties, overheden en bedrijven rond de tafel te krijgen. Waarom zien we niet diezelfde aandrang nu de maatschappelijke duurzaamheid zo onder druk staat?

Zo wordt duidelijk dat achter het zinnetje ‘wen er maar aan’ een afbraak van bescherming op vrijwel alle terreinen van het maatschappelijk leven schuilgaat. De landen die zichzelf zagen als de voorhoede van de deregulering – de Verenigde Staten en Groot-Brittannië – zijn ook de landen waar de terugslag van het populisme hevig is.

We kunnen met de schrijver Ian Buruma waarschuwen voor het gevaar van Trump: „Hoe dan ook zal vrijheid verdedigd moeten worden.” Maar het blijft blaffen tegen de maan wanneer we niet zien dat de democratie al onder druk staat in een wereld met grenzen die vervagen. Wat ontbreekt in alle weerzin tegen Trump is zelfonderzoek bij de liberale elites – of ze nu van rechts of links zijn. Een nieuwszender als CNN – die allang integriteit heeft ingeruild voor campagnejournalistiek – is daar een kras voorbeeld van.

Lees het stuk van Ian Buruma: Herkennen we de signalen voordat het te laat is?

De afkeer van de vrijheid die voortvloeit uit de roep om veiligheid is niet zo moeilijk te begrijpen. De Pools-Britse socioloog Zygmunt Bauman plaatst die ontwikkeling in een bredere samenhang: „Ik zie de geschiedenis als een pendule die heen en weer slingert tussen vrijheid en veiligheid. We kunnen niet zonder ze, maar ze zijn heel moeilijk met elkaar te verzoenen. Vrijheid zonder veiligheid is de situatie die we nu meemaken.”

De opdracht is helder: we moeten voorkomen dat in een tijd waar grenzen gemakkelijker worden overschreden de vrijheid omslaat in een nieuwe onvrijheid. Het is zonneklaar dat zonder bescherming de verleiding toeneemt om muren op te trekken. De democratie wordt allerminst gediend wanneer het machteloze idee van een toekomst zonder alternatief zich vastzet in de hoofden van de gemiddelde burger. Ik ga er in ieder geval nooit aan wennen.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.
    • Paul Scheffer