Met een mandarijn en een gesmeerde boterham naar de opera

Cultuur Een dag naar een festival, een avond naar een concert. Maak je vaker zulke uitstapjes? Dan kan dat behoorlijk in de kosten lopen. Maar het kán goedkoper. Vier cultuurliefhebbers vertellen hoe.

Illustratie Dirma Janse

Hoe geniet je van culturele uitstapjes zonder al te veel uit te geven? Zeker in de vakantie kan het soms hard gaan. Maar dat hóéft niet. Hoe zorgen doorgewinterde cultuurliefhebbers ervoor dat ze niets tekort komen, zonder dat het meteen een fortuin kost?

Caroline (55), die praten over haar financiële situatie te gevoelig vindt om met haar volledige naam in de krant te verschijnen, dacht vroeger bijvoorbeeld helemaal niet na over de prijs van een treinkaartje. Ze was getrouwd met een piloot, werkt zelf als freelance mode-ontwerper. Maar een scheiding kwam net op het moment dat ze haar eigen kledinglijn was begonnen. Het betekende een pittige inkomensval, al had ze gelukkig wel wat reserves. „Ik geef nu veel minder geld uit dan voorheen, en ben erachter gekomen dat me dat helemaal niks uitmaakt. Het geeft ook rust: sommige dingen kúnnen gewoon niet. Bovendien maakt het je creatiever.” Zo ging ze dit jaar voor het eerst in haar leven gratis met de trein, Boekenweekgeschenk in de hand, een dagje naar Maastricht.

Caroline heeft het geluk dat ze haar huis kan verhuren als ze naar het buitenland gaat, dat levert weer wat op. Daarnaast let ze op gratis concerten, met name in parken. En goedkope try-out voorstellingen, zoals die van theatergroep Herman in een bakje geitenkwark: „Veel leuker nog! De spelers lijken wel je vrienden, ze vragen na afloop wat je ervan vond.”

Een rijk gevuld cultureel leven

Ronald van Eerten (62), IT-manager, houdt van kunst, en veel ook. „Als er een nieuwe tentoonstelling is, ga ik daar eerst eens een half uur kijken. Als ik het goed vind, zoals laatst de tentoonstelling Van Gogh & Japan in het Van Gogh Museum, ga ik nog een keer. En dan nog eens.” Van Eerten reist stad en land af om tentoonstellingen te bezoeken. Zo’n vijf keer per week gaat hij naar de film. Concerten? Ja, graag. Cabaret? Fotografie? Dans? Hij wil het allemaal. Maar een voorstelling in theatergebouw de Stopera kost al gauw 60 euro. Naar de film: een tientje. Museumtentoonstelling: toch al snel 15 euro. Dat loopt gigantisch op, toch? Nee, dus.

„Voor 50 euro in de maand heb ik zo ongeveer het hele culturele aanbod in Amsterdam tot mijn beschikking”, zegt hij vol trots. Zijn truc: pasjes. Een Museumkaart, een lidmaatschap van Vereniging Rembrandt en cultuurplatform We are public, een filmpas van Cineville en een concertpas van 24classics… Voeg daar gratis debatavonden, boeken uit de bibliotheek en online colleges kunstgeschiedenis aan toe, en je hebt een rijk gevuld cultureel leven voor de prijs van één derderangs operakaartje per maand.

Van Eerten woont in Amsterdam, hoe reist hij naar tentoonstellingen elders in Nederland? „Ik heb een ov-kaart met vrij reizen in het weekend. Inclusief reizen spendeer ik iets minder dan 100 euro per maand aan uitjes. Daarvan doe ik alles. Nou ja, behalve de horeca eromheen, dat is nog het duurste… Al krijg je bij sommige concerten gratis drankjes. Dat scheelt ook, als het écht zuinig moet.”

Theaterdier

Ook Eva Kijlstra (34), bewegingsactrice en moeder van twee kleine kinderen, koestert haar Museumkaart. „We kunnen bijvoorbeeld zo vaak als we willen naar wetenschapsmuseum NEMO. In principe schaffen we om het jaar een Museumkaart en een abonnement op dierentuin Artis aan. In Artis organiseren ze ’s zomers veel culturele evenementen, ook voor kinderen.” Met een lidmaatschap koop je vooral bewegingsruimte, vindt Kijlstra. „Het gevoel dat het altijd kán.”

Want al is Kijlstra een „echt theaterdier”, qua tijd maar ook qua kosten kan ze zich niet alles veroorloven. „Per jaar ga ik hooguit twee keer naar een voorstelling, waarvoor ik dan het volle pond betaal. Laatst had een vriendin lastminute kaartjes gekocht voor Uit de tijd vallen – een theatervoorstelling om over na te praten. Zo’n bezoek haalt mij meteen uit mijn bubbel van kinderen en buren.”

Als alumna van de theaterschool bezoekt Kijlstra ook graag (gratis) voorstellingen van studenten. Die zijn niet altijd voor iedereen toegankelijk, „maar afstudeervoorstellingen zijn openbaar. Echt aan te raden, je ziet de nieuwe generatie.”

En lunchconcerten, in kerken en concertzalen? Grootverbruiker van Eerten vindt zoiets te veel gedoe voor een half uur. Maar Henk van Oirschot (87), gepensioneerd edelsmid en juwelier, komt elke woensdagochtend met de bus vanuit de buurt van Haarlem naar het Concertgebouw in Amsterdam. Vanaf 1979 al, en sinds zijn vrouw niet meer kan, alleen.

Na dertig minuten Verdi en Saint-Saëns zit hij in de hal zijn mandarijn te pellen. „Weet je waarom het een lunchconcert heet? Vroeger nam iederéén zijn lunchpakket mee, dat was het hele idee.” Nee, nu komt men niet meer zo vaak aanzetten met zelf gesmeerde boterhammen en een mandarijntje. Maar voordelig is het wel.

    • Trudeke Sillevis Smitt