Kritiek op Saoedi’s kent voor westerse landen een hoge prijs

Diplomatieke rel

Nadat de Canadese regering kritiek uitte op de arrestatie van een bekende Saoedische activist, kwam Riad met ferme tegenmaatregelen. Veel andere westerse landen houden de relatie met het ultraconservatieve koninkrijk liever goed.

De Saoedische activiste en blogger Samar Badawi kreeg in 2012 in Zweden de Olof Palme prijs uitgereikt. Onlangs werd ze weer vastgezet.

Openlijke kritiek op mensenrechtenschendingen blijft een hoogst gevoelige aangelegenheid. Zeker voor het Saoedi-Arabië van kroonprins Mohammed Bin Salman, zoals Canada de afgelopen dagen aan den lijve heeft gemerkt. De Canadezen hadden vorige week een oproep aan de Saoedische autoriteiten gedaan een onlangs opgepakte burgerrechtenactivist Samar Badawi en enkele anderen „onmiddellijk vrij te laten”. Het kwam ze op een furieuze reactie te staan van de regering in Riad.

Redacteur Floris van Straaten onderzocht begin dit jaar tijdens een reis door het ultraconservatieve koninkrijk Saoedi-Arabië hoe het land probeert zijn samenleving te moderniseren. Lees daarvan deel 1: Kiertjes in het onbuigzame Saoedi-Arabische bolwerk, deel 2: Vol zelfvertrouwen in niqaab de arbeidsmarkt op en deel 3: Kan Saoedi-Arabië overleven zonder olie?

Hoe haalde Canada het in zijn hoofd zich zo met de interne aangelegenheden van Saoedi-Arabië te bemoeien, vroegen de Saoediërs zich af. Prompt wezen ze de Canadese ambassadeur uit en trokken hun eigen gezant uit Ottawa terug. Ze bevroren nieuwe handel en investeringen, schortten vluchten van Saudi Airways naar Toronto op en troffen voorbereidingen om 12.000 studenten die in Canada op kosten van de Saoedische regering studeren naar universiteiten elders over te plaatsen.

Geen contracten na kritiek

Nog niet zo lang geleden oefenden westerse landen vaak druk uit op armere landen om meer respect voor de mensenrechten af te dwingen, maar tegenwoordig zijn er nogal wat landen die het omdraaien: als jij kritiek hebt op gebrek aan respect voor de burgerrechten in mijn land, leg ik jou economische sancties op. Saoedi-Arabië is zo’n land dat niet aarzelt zijn lucratieve contracten dan maar aan anderen in landen met minder kritiek te gunnen.

Een ander bekend voorbeeld is China. Toen het Noorse Nobelprijscomité in 2010 de Nobelprijs voor de Vrede toekende aan de Chinese dissident Liu Xiaobo bevroor Beijing zijn economische relaties met Noorwegen grotendeels. Vooral de Noorse visexport had er onder te lijden.

Pas zes jaar later legden de Chinezen het formeel bij met de Noren. Op dat moment waren de economische betrekkingen overigens al weer tamelijk innig geworden. Premier Erna Solberg had toen al ostentatief geweigerd de Dalai Lama in Noorwegen te ontmoeten. Voor China geldt dat laatste min of meer als een lakmoesproef voor de betrekkingen met ieder land.

Lees ook dit artikel over de ruzie tussen Riad en Oslo

Feministisch buitenlandbeleid

Hoewel de Canadezen nogal verbouwereerd leken, kwam de heftige reactie uit Riad van deze week niet onverwacht. Vorig jaar permitteerde de toenmalige Duitse minister van Buitenlandse Zaken Sigmar Gabriel zich ook kritiek op de Saoedische pogingen om de Libanese premier Hariri af te zetten en op het Saoedische optreden in Jemen. Ook toen riep Riad direct zijn ambassadeur terug uit Berlijn. De man is nog altijd niet op zijn post teruggekeerd.

Grote Duitse bedrijven als Daimler Benz en Siemens, die graag een graantje meepikken van de grootscheepse Saoedische plannen voor de modernisering van hun land, stuiten sindsdien op dichte deuren in Riad.

Lees hier een vragenstuk over de oorlog in Jemen

En drie jaar geleden al – nog voor kroonprins Mohammed bin Salman aantrad – kwam het tot een ernstige diplomatieke crisis tussen Saoedi-Arabië en Zweden. Een confrontatie tussen het aartsconservatieve Saoedische bewind en de Zweedse regering, die trots rondbazuinde dat ze een feministisch buitenlandbeleid voerde, kon haast niet uitblijven. Toen minister van Buitenlandse Zaken Margot Wallström de behandeling van vrouwen in Saoedi-Arabië „middeleeuws” noemde, waren de rapen gaar.

Net als Canada nu, weigerde Zweden echter in te binden. Het land toonde zich bereid een prijs te betalen voor zijn principes, iets wat in zekere zin trouwens ook kan worden gezegd van het Saoedische regime. Zweden besloot zelfs een militaire samenwerkingsakkoord met Saoedi-Arabië stop te zetten, waardoor het belangrijke militaire orders misliep. Anderhalf jaar later was de Zweedse premier Stefan Löfven wel weer welkom in Riad. Opvallend was overigens vorig jaar dat Zweden, al zijn feministische retoriek ten spijt, niet tegen stemde toen Saoedi-Arabië (met succes) een zetel in de vrouwenraad van de VN nastreefde.

Wapenorders zijn ook banen

Andere westerse landen besloten maar liever zoete broodjes te bakken. Dat geldt bij voorbeeld voor Groot-Brittannië, dat al tientallen jaren lang voor miljarden dollars militair materieel levert aan de Saoediërs. Het bedrijfsleven wil die orders niet in gevaar brengen, ook niet als de Saoediërs wapentuig van Britse makelij inzetten in de bloedige burgeroorlog in Jemen. In oktober vorig jaar noemde minister van Defensie Michael Fallon het „niet behulpzaam om in het parlement kritiek uit te oefenen op Saoedi-Arabië”. Ook oppositiepartij Labour houdt zich stil. Het weet dat de vakbonden de banen in de defensie-industrie evenmin in gevaar willen brengen.

Lees ook dit redactioneel commentaar over de relatie met Saoedi-Arabië

Ook Frankrijk laat zich - althans in het openbaar – weinig gelegen liggen aan de povere staat van de burgerlijke vrijheden in Saoedi-Arabië of aan het feit dat Franse wapens in Jemen kunnen worden gebruikt. Dat geldt nog sterker voor de VS onder president Trump, die eerder minachting dan waardering voor mensenrechten lijkt te koesteren.

Dreigement aan Den Haag

En Nederland? Dat levert maar weinig wapens aan Saoedi-Arabië maar het kreeg ook te maken met Saoedische dreigementen, toen het zich vorige herfst sterk maakte voor een onderzoek in VN-verband naar de schendingen van de mensenrechten in de oorlog in Jemen. Als Nederland daar niet mee ophield, zou het negatieve gevolgen kunnen hebben voor de politieke en economische betrekkingen, aldus een Saoedische brief die uitlekte. Nederland hield in dat geval voet bij stuk.

    • Floris van Straaten