Het dorp is trots op de Efteling, maar er klinkt nu toch protest

Kaatsheuvel Na de teloorgang van de schoenenindustrie kon Kaatsheuvel leunen op de Efteling. Maar met de schaalvergroting kwam de verzakelijking.

De hotelgasten-ingang van de Efteling tussen Europalaan en de Eftelingstraat. Foto Merlin Daleman

‘Hier, ruik maar eens.” In de keuken achter de schoenmakerij legt Jan van der Velden een stuk leer op tafel. „Goed leer ruikt muffig. Een beetje wrang, zoetig, naar de schors waarin het is gelooid.” Hij spuugt erop en wrijft. „Het vocht mag er niet intrekken. De huid van een koe is stevig.”

Het was de Brabantse eikenschors die in de vorige eeuw Kaatsheuvel tot centrum van de schoenindustrie maakte. Jan van der Velden weet nog hoe hij als jongetje rond lunchtijd aan de Hoofdstraat wachtte met oversteken tot de sliert arbeiders was opgelost. Iederéén op het dorp werkte in de talloze fabrieken gerund als kleine familiebedrijfjes – Van Best, Van Gastel, Van Gulik, Van Wezel. ’s Avonds achter de huizen ging het werk door. Schachten maken, veters rijgen, binnenzolen slaan. Het hele gezin deed mee.

Vraag het oude Ketsheuvelse en ze beginnen over de geur van lijm, dampend door het dorp.

„High werd je ervan!”

„Je voelde je helemaal open!”

Elke ochtend zitten de arbeiders van weleer in een halve cirkel aan de leestafel van het gloednieuwe gemeenschapshuis aan het Anton Pieckplein in het dorp. Piet, Dré, Kees, Hans, Gerrit, Bertus en Simon. Ze wonen in de seniorenwoningen rondom en nemen er de dag door, hun voeten gestoken in schoeisel van beste kwaliteit. „Als je ze op tijd laat lappen gaan ze lang mee.”

Hun vaders hadden gezegd dat studeren niet hoeft. Je ging de schoenen in. Werken op je vijftiende, met zes man in een schuurtje van vroeg tot laat. „En daarna naar de friettent.”

De enige zichtbare link tussen het dorp en de Efteling is de gevel van een bakker in de stijl van sprookjesparkontwerper Anton Pieck.

Foto Merlin Daleman

„Met vráchtwagens kwamen de schoenen van Italië af. Prijzen waren de hélft.”

„Die waren niet gebakken zoals hier…”

In Kaatsheuvel staat nu alleen nog een fabriek gespecialiseerd in puntschoenen voor de carnaval. En de schoenmakerij van Jan van der Velden, voorheen overbodig omdat bewoners zelf hun schoen herstelden. „Tja”, zegt Gerrit, de kleinste van het stel – en met het hoogste woord. „Als we de Efteling niet hadden, dan hadden we niks.”

De Efteling, met zijn Indische Waterlelies en Monsieur Cannibale, zuidelijk schurkend tegen de dorpskern aan. Het was de eikenschors die haar in 1949 naar Kaatsheuvel bracht. Een tentoonstelling ter promotie van de schoenindustrie streek neer op de sportvelden. Dat werd recreatiepark De Efteling en groeide door de noviteit van bewegende sprookjesfiguren en later de Python uit tot nationale publiekstrekker. De Wereld van de Efteling, anno 2018, is een resort van ruim 270 hectare inclusief attractiepark, twee vakantieparken, twee hotels en een 18-holesgolfbaan.

„We zijn trots op de Efteling”, klinkt aan de leestafel.

„Heel Brabant werkt er.”

„Je hebt gelijk.”

„Gegarandeerd.”

„Ze krijgen niet veul.”

„Maar bij een ander ook niet.”

De Efteling wil verder kunnen groeien tot een internationaal bekende meerdaagse bestemming met zeven miljoen bezoeken in 2030 – nu vijf miljoen. Groei is volgens de Efteling nodig om in de sterk concurrerende markt „relevant” te blijven.

De verwijdering werd in 1994 gemarkeerd met de bouw van een geluidswal, in Anton Pieckstijl, tussen dorp en attractiepark.

Foto Merlin Daleman

Met dat oogmerk heeft het park de afgelopen decennia omliggende akkergrond aangekocht. Een strookje oostelijk tot aan de provinciale weg, en vooral westelijk: een kilometer hemelsbreed vanaf het huidige park tot aan de bebouwde kom. Nu nog liggen er gras- en maïsvelden, verpacht aan boeren. Nadat het oostelijk deel is bebouwd komen hier mogelijk de parkeerterreinen en een uitbreiding van het attractiepark. Vooral overdekte attracties, handig bij slecht weer en om geluidsoverlast te beperken.

Maar dit voorjaar schrok het dorp wakker. Met de overlast valt het nu nog mee, op de files na. De Efteling ligt ver van de dorpskern af en alleen op het openbare bospad achter de Fata Morgana, een populair hondenuitlaatpad, klinkt wat gegil en geraas. Maar wat als de Efteling haar plannen doorzet, hoe ziet Kaatsheuvel er dán uit? Bewoners ten westen van het park vrezen geluids- en parkeeroverlast en richtten een stichting op. Ze verzamelden honderden handtekeningen en hadden in enkele dagen de benodigde tachtig donateurs à 150 euro bijeen voor een bezwaarprocedure met advocaat. Niet eerder was er tegen plannen van het attractiepark zó’n georganiseerd protest.

Vroeger kon je als tiener vozen op de ‘Tietenberg’, achter de stoomcarrousel

„Ik heb net taart gebakken, wil je een stuk?” Marjolein Liebregts haalt een chocotaart uit de oven met rode bessen van eigen kweek. „Ons paradijsje” staat op de gevel van haar vrijstaande huis tegenover het attractiepark. „En dat is het ook”, zegt ze. „En ik heb heus geen hekel aan de Efteling”, zegt ze direct. „Maar ik wil ook graag mooi blijven wonen.”

Protest tegen de Efteling ligt gevoelig in Kaatsheuvel. Velen hebben een abonnement. Ouders voor hun kinderen, grootouders voor hun kleinkinderen. Vroeger picknickten de Kaatsheuvelnaren met hun gezinnen op de weide naast de bootjes. Nu komen ze even „mensen kijken” en begroeten ze elkaar op de terrasjes – goedkopere koffie dan bij de kraampjes.

En iedereen heeft zijn herinneringen. Na schooltijd met het abonnement om je nek naar het zwembad dat er toen nog zat. Vozen als puber op de „Tietenberg” – twee heuveltjes achter de stoomcarrousel. Dorpsbewoners kennen allemaal wel iemand die aan de Efteling heeft bijgedragen. De één maakte de ademhaling van Doornroosje, „gewoon een opblaasbal”, schoenmaker Jan van der Velden test voor de vrijwillige brandweer de achtbanen, de vader van Marjolein Liebregts heeft de traptreintjes gesmeed en haar goede vriendin hoort in het sprookjesbos de stem van haar overleden vader.

De Efteling verzachtte de pijn van de teloorgang in de schoenen. Werkloze technici konden er terecht in het onderhoud en heel wat jongeren sleten er hun zomers als vakantiekracht. Een bakker in het dorp bracht er de worstenbroodjes, de slager biefstuk. En toen de bus naar de Efteling nog in Kaatsheuvel stopte, leverde dat klandizie voor de friettent en de Chinees. In de jaren 90 ontsproot zelfs nog even het idee alle gevels in het dorpshart een Anton Pieckaanzicht te geven. „Moeten wij dan allemaal met kaboutermutsen op gaan lopen?!” was de reactie.

Zonder de Efteling had de gemeente Loon op Zand het nieuwe gemeenschapshuis misschien niet gebouwd. En evenmin het roestvrijstalen kunstwerk kunnen plaatsen rondom het prominente transformatorhuis aan de Peperstraat – ter verhulling, de architect was het trafohuisje aanvankelijk vergeten in te tekenen. De Efteling betaalt jaarlijks OZB, vermakelijkhedenretributie, bouwleges en toeristenbelasting. En jarenlang heeft het park abonnementen uitgedeeld aan de politie, vijftien stuks, en aan gemeenteraadsleden en het college. De Efteling en de gemeente, zeggen bewoners, zijn twee handen op één buik. De Efteling de grootste, gezien haar kapitaal.

Dat wringt nu het park niet alleen maar schattig meer is. De Efteling heeft een regiofunctie, het grootste deel van de 1.500 leveranciers komt uit Noord-Brabant, maar de middenstand in Kaatsheuvel zegt er weinig van te merken.

Keerpunt was de komst van de Python in 1981. Alleen al dat jaar bezochten 400.000 extra gasten de Efteling. De verzakelijking nam toe. De bakker van de worstenbroodjes werd ingeruild voor een groothandel en via een uitzendbureau werd ook personeel buiten Kaatsheuvel geworven – van de 2.800 medewerkers, los en vast, komen er nu 450 uit de gemeente Loon op Zand. De bus naar de Efteling verlegde haar koers naar buiten het dorp en het zwembad waar de dorpsbewoners graag kwamen verdween. De verwijdering tussen Kaatsheuvelnaren en de Efteling werd in 1994 gemarkeerd met de bouw van een geluidswal tussen dorp en attractiepark. In Anton Pieckstijl, dat wel.

Met de overlast voor het dorp valt het nu nog mee. Maar wat als de plannen doorgaan?

„Poedersuiker erop?” Marjolein Liebregts snijdt in haar keuken een flinke punt chocoladetaart. Ze is lid geworden van de stichting die bezwaar maakt tegen de uitbreidingsplannen. „Weet je”, zegt ze, „ik ben tegen het ongelimiteerde. Tegen het idee dat stilstand achteruitgang is. Waarom moet altijd alles groter, luxer? Kom je nu in het park, dan is er geen contact meer met elkaar. Alsof je in een stad loopt.”

Aan de leestafel over de Efteling geen onvertogen woord.

„Ik kom er nog iedere week een terrasje pakken”, zegt een van de mannen.

„Schone vrouwen kijken!”

„Dat doe ik niet hoor!”

„Jaja. Mag niet zeker.”

„Kijk daar!” Gerrit wijst naar een jongeman in de draaideur. „Trimschoenen!”

„Al die jeugd…”

„Adidas, Puma”, zegt Gerrit, „díé hebben veel kapot gemaakt”

„Na een half jaar kun je ze weggooien.”

    • Freek Schravesande