Recensie

Het Deense ‘Winter Brothers’ is grimmig en gewelddadig

Zwarte komedie ‘Winter Brothers’ speelt zich af tussen twee broers in een kleiachtig landschap. De film is een beeldhouwwerk van het brein van de hoofdpersoon. Moeten we bang voor hem zijn of hem beklagen?

‘Winter Brothers’: een zwarte komedie die zo grimmig en gewelddadig is, dat het lachen je vaak vergaat.

Een Deense Yorgos Lanthimos. Zo laat de Deense debuutfilm Winter Brothers zich nog het beste omschrijven. Al wordt de vreemde wereld van de IJslandse beeldend kunstenaar en regisseur Hlynur Pálmason niet zo streng door regels bepaald als in Dogtooth, The Lobster of andere films van de voorman van de Griekse ‘weird wave’. De hoofdpersonen uit Winter Brothers zijn verstijfde slaapwandelaars om andere redenen: de onherbergzame werkomstandigheden van de leisteenmijn waar de film zich afspeelt en de voor noordse films niet ongewone exorbitante hoeveelheden al dan niet zelfgestookte alcohol die er worden weggezopen.

Middenin dat kleiachtige landschap treffen we twee broers, de zonderlinge Emil, die de arbeiders van zijn giftige zelfstook voorziet, en de oudere Johan, die hem zo lang mogelijk de hand boven het hoofd probeert te houden. Veel meer plot is er niet in deze zwarte komedie die zo grimmig en gewelddadig is (met een glansrol voor Lars – de broer van – Mads Mikkelsen) dat het lachen je vaak vergaat. Vaak is de film meer een hallucinatie, of een gemene gedragsstudie. Pálmason boetseert uit smerig witte klei een anderhalf uur durend beeldhouwwerk van het brein van Emil – vol seksuele obsessie en verlangen. Aan het einde weet je nog steeds niet of je hem nu angstaanjagend moet vinden of beklagen. Of dat het allemaal maar een waan was.

    • Dana Linssen