Elke vijf jaar een hittegolf – en dat komt door onszelf

Het weer

Klimaatverandering was altijd iets abstracts, maar dat verandert. Dankzij klimaatscans wordt het verband tussen weersextremen en klimaatverandering steeds vaker gelegd.

Temperatuur juni 2018 afwijking ten opzichte van periode 1951-1980 in graden celsius Studio NRC. Bron: NASA, GISS

De afgelopen weken hebben we klimaatverandering in het gezicht gekeken. Al zijn klimaatwetenschappers nog huiverig om dat zo direct te zeggen. Voorzichtigheid is geboden, vinden zij, een voorbehoud moet altijd gemaakt worden. Want het weer is tenslotte niet hetzelfde als het klimaat. Ook zonder de opwarming van de aarde zijn er hittegolven en periodes van langdurige droogte zoals we die de afgelopen weken op het noordelijk halfrond hebben meegemaakt. Het weer is te grillig om individuele gebeurtenissen te beschrijven als een rechtstreeks gevolg van klimaatverandering.

Maar dat verandert. Steeds vaker zijn klimaatwetenschappers juist wel bereid om dat verband te leggen. Zoals Myles Allen, hoogleraar aan de universiteit van Oxford en een van de belangrijkste onderzoekers van weersextremen. Onlangs zei hij in The Guardian er niet aan te twijfelen, dat „de menselijke invloed op het klimaat een grote rol speelt bij deze hittegolf”.

Volgens Geert Jan van Oldenborgh, klimaatwetenschapper bij het KNMI, is het logisch dat wetenschappers zich meer uitspreken. „De effecten van klimaatverandering worden duidelijker zichtbaar”, zegt hij in een telefoongesprek. „In het verleden werden de trends gecamoufleerd door de grote variatie in het weer. Maar klimaatverandering is van iets heel abstracts veranderd in iets tastbaars.”

Foto Eric Brinkhorst/ANP

Lees ook: De vraag is niet óf Nederland onder water verdwijnt, maar wannéér

Bovendien is de klimaatwetenschap beter geworden in het onderzoeken van trends in extreem weer. ‘Weerattributie’ is, mede door het werk van Van Oldenborgh, een serieuze tak van de klimaatwetenschap geworden. Eind vorige maand maakte hij met zijn collega Friederike Otto van de universiteit van Oxford en Robert Vautard van het Franse klimaatinstituut IPSL een snelle scan van de Europese hittegolf. Ze stopten de real time data van weerstations op vijf plekken in Scandinavië, Ierland en Nederland in klimaatmodellen en becijferden dat de kans op een hittegolf in Noord-Europa meer dan twee keer zo groot is geworden doordat de mens bezig is het klimaat te veranderen.

Elke vijf jaar een hittegolf

Nederland zal volgens de scan eens in de vijf jaar rekening moeten houden met zo’n hittegolf, Ierland en het zuiden van Scandinavië eens in de tien jaar. De extreme hitte in het uiterste noorden van Europa, vlak bij de poolcirkel, is volgens Van Oldenborgh zeer uitzonderlijk. Zelf werd hij verrast door de lange duur van de hittegolf en vooral door hoge minimumtemperatuur tijdens de piek, in de nacht van donderdag 26 juli. Het oude record van 20,8 graden Celsius uit 2004 graden werd gebroken met 1,6 graden.

Foto Patrick Seeger/AFP

Zo’n snelle scan om extreme weersgebeurtenissen te relateren aan klimaatverandering zou in de toekomst net zo gewoon kunnen worden als het weerbericht. De Deutscher Wetterdienst hoopt uiterlijk 2020 dit soort scans te kunnen maken. In een artikel in Nature zegt Paul Becker van de Wetterdienst te streven naar het kwantificeren van „de invloed van het klimaat op willekeurige atmosferische omstandigheden die extreem weer in Duitsland en Centraal Europa kunnen veroorzaken”. Ook de Copernicus Climate Change Service van de Europese Unie werkt aan een dergelijk programma.

„Ambitieus, maar haalbaar”, noemt Friederike Otto dit soort plannen. En van groot belang, voegt ze eraan toe. Bijna altijd krijgt ze na een extreme weersgebeurtenis de vraag of er een verband is met klimaatverandering. „Als wij wetenschappers dan niets zeggen, zullen anderen die vraag beantwoorden, op basis van hun eigen agenda en niet op basis van wetenschappelijk bewijs. Als we willen dat de wetenschap deelneemt aan die discussie, moeten we met snelle antwoorden komen.”

Foto Noah Berger/AP

Van Oldenborgh is het met haar eens. Een van de redenen om al op donderdag 27 juli met een scan van de hittegolf te komen, was de verwachting dat de media dat weekeinde zouden willen uitpakken met verhalen over het weer. „We vonden het belangrijk om mensen bewust te maken van deze stijgende trend.”

Lastig te berekenen

Of het haalbaar is om al binnen een paar jaar dit soort onderzoek helemaal te laten uitvoeren door weerinstituten, daarover is Van Oldenborgh minder optimistisch dan zijn collega Otto. Uitgerekend hittegolven blijken bijvoorbeeld voor de klimaatmodellen lastig te berekenen. En ook al zijn de meeste weersextremen inmiddels beter te voorspellen en beter zichtbaar in de modellen, nog lang niet alle onzekerheden zijn verdwenen.

Neem de droogte. Van Oldenborgh heeft het nu niet onderzocht, maar de extreme droogte van deze zomer ziet hij niet als een trend in de modellen. Nog niet, in ieder geval. „Gemiddeld valt er in de zomer in Nederland juist meer neerslag dan vroeger”, zegt Van Oldenborgh. „Maar sommige modellen laten ook zien dat er een omslag kan komen als de temperatuurstijging doorzet. Dan kan Nederland veel vaker te maken krijgen met oostenwind. En dus met de droogte.”

Foto Jiji Press/EPA

Het is belangrijk om de trends goed te blijven volgen, zeker nu de extremen nog extremer worden. Van Oldenborgh las vorige week een wetenschappelijk artikel over de maatregelen die Parijs en Barcelona hebben genomen na de hittegolf van 2003. Hun hitteplannen hebben geleid tot meer dan een halvering van het dodental in beide steden bij dezelfde hitte. „In Nederland worden grappen gemaakt over het hitteplan. Maar ik las dat alleen al in Engeland door de warmte van deze zomer honderden extra doden zijn gevallen. Hoe zouden media reageren op een ramp waarbij honderden doden zouden vallen? Dat is het probleem van de hitte. Het is een sluipend gevaar.”

Foto David Gray/Reuters

NRC/Studio

Update: dit stuk is op 8 augustus 2018 om 11.18 uur aangevuld met nieuwe informatie over het klimaat in Australië.

    • Paul Luttikhuis