Belgische filosoof: Belgen moeten Engels met elkaar praten

België In aanloop naar de verkiezingen volgend jaar laait in België het debat over staatshervorming op. Filosoof Philippe Van Parijs stelt radicale veranderingen voor, waaronder de invoering van het Engels als gemeenschappelijke taal.

Belgische voetbalsupporters vieren de WK-overwinning op Brazilië voor de beurs in Brussel. Foto Stephanie Lecocq/EPA

Op een dinsdagochtend in juni, de Rode Duivels hebben net hun eerste paar WK-wedstrijden gewonnen, houdt filosoof Philippe Van Parijs in de Koninklijke Academie van België een halve liter bier omhoog voor de zaal. „Onlangs was ik in Antwerpen”, vertelt hij, „en ik zag de naam van mijn boek overal staan: op t-shirts, vlaggen, blikjes bier zoals deze…”

Belgium, heet zijn nieuwste boek, gelijktijdig uitgebracht in het Frans en Nederlands. En nee, natuurlijk zijn vlaggen en bier er niet naar vernoemd, verklaart hij tijdens het debat tussen vier prominente Belgische politici ter ere van zijn publicatie. Maar ze ondersteunen wel een van de punten ervan: geef de Belgen een gemeenschappelijke taal, zoals is gebeurd met het ‘We are all Belgium’ van de Rode Duivels, en ze zullen dichter bij elkaar komen.

Van Parijs, hoogleraar aan de universiteiten van Leuven en gastdocent in Oxford, bracht zijn boek met de ondertitel ‘Een utopie voor onze tijd’ uit met het oog op de verkiezingen in mei volgend jaar. In aanloop daarnaartoe is aan beide kanten van de Belgische taalgrens een hernieuwde discussie ontstaan over de verdeling van bevoegdheden. De staat moet meer verantwoordelijkheden krijgen, lieten partijleden van de Franstalige MR onlangs in een open brief weten. Juist niet, werpen voorstanders van decentralisering tegen. Van Parijs kiest een andere weg: hij schetst het beeld van een België verscheurd door de taalkwestie, zoals al zo vaak is gedaan, maar komt ook met stevige hervormingsvoorstellen.

„Zelfs de Vlaams-nationalisten van de N-VA beginnen stilaan te beseffen dat hun utopie, de splitsing van België, nooit zal gebeuren”, zegt hij een paar weken na het debat in zijn huis in de Brusselse Europese wijk. Hij biedt een veelbesproken „enthousiasmerend” alternatief.

De 67-jarige Van Parijs, baardje, wit halflang haar en een bril op zijn voorhoofd, neemt plaats op een bank in zijn met boekenkasten gevulde werkkamer. Aan de muur, toepasselijk, een replica van kunstwerk ‘De Toren van Brussel’, een variatie op die van Babel.

Dát er iets moet veranderen, lijken de meesten in het debat over de toekomst van België wel te vinden. Wat is er mis met het land?

„Laten we beginnen te zeggen: er zijn veel zaken in België die níet misgaan. Wij Belgen zijn vaak kritisch, maar we leven in een van de rijkste en meest gelijke landen ter wereld. De laatste burgeroorlog was in de zestiende eeuw. De laatste gewelddadige momenten in de communautaire geschiedenis waren in de jaren zestig.”

Wij Belgen zijn vaak kritisch, maar we leven in een van de rijkste en meest gelijke landen ter wereld

Philippe Van Parijs filosoof

„Dat gezegd hebbende: een van de slogans van de Vlaamse beweging is ‘België is geen democratie, maar het naast elkaar leven van twee democratieën’. Dat ben ik met hen eens. In een democratie moeten politici hun beleid bepalen op basis van wat er leeft in álle onderdelen van de samenleving. Maar zeer weinig Belgen spreken zowel Nederlands als Frans. Het Franstalige en Nederlandstalige deel van België, met hun eigen media en politieke instellingen, zijn voor elkaar praktisch het buitenland. Politici gaan af op de publieke opinie in hun deel van het land en de dialoog ontbreekt.”

Toch zou een splitsing van België volgens Van Parijs „zo onwaarschijnlijk als een meteoor op Brussel” zijn. De afstoting of aansluiting van de hoofdstad bij een van de twee delen zou alleen om economische redenen al nauwelijks onderhandelbaar zijn. Een van zijn oplossingen om succesvol door te kunnen: het Engels invoeren als gemeenschappelijke taal.

Lees ook hoe Belgen omgaan met hun beruchte bureaucratie

„Blijkbaar moeten we dus heel gekke dingen doen om België te redden”, was de kritiek van N-VA’er Peter De Roover hierop tijdens het debat. Kan het niet anders?

„Nu levert het altijd een symbolisch probleem op als je óf het Frans óf het Nederlands gebruikt. Dat zag je zelfs tijdens het debat, toen een vrouw halverwege klaagde omdat er naar haar zin te veel in het Nederlands werd gesproken. Volledige tweetaligheid forceren gaat gewoonweg niet lukken. Wat is er dan meer geschikt dan het Engels, een taal die we allemaal moeten leren en die steeds meer Belgen beheersen, die toevallig ook een soort mish mash van het Frans en Nederlands is en bovendien neutraal?”

Wat is er dan meer geschikt dan het Engels, een taal die toevallig ook een soort mish mash van het Frans en Nederlands is en bovendien neutraal?

Philippe Van Parijs

„Ik stel niet voor om die taal in zittingen van ons parlement te gebruiken, daar is geld genoeg voor tolken, maar wel om het te gebruiken voor informele contacten tussen gesprekspartners die niet dezelfde moedertaal hebben. In de gangen van het parlement of in contacten tussen vakbondsmensen bijvoorbeeld. Dat Engels hoeft echt niet perfect te zijn, het gaat erom dat we beter met elkaar kunnen praten.”

Daarmee is niet alles opgelost, vindt Van Parijs: er is ook een nieuwe staatshervorming nodig. Op dit moment kent België na zes staatshervormingen een complex systeem van taalgemeenschappen – de Duits-, Frans- en Nederlandstalige –, gewesten – het Vlaamse, Brusselse en Waalse – én een federale overheid. Het Vlaamse en Nederlandstalige deel vallen samen, voor de rest heeft elk deel zijn eigen regering met eigen bevoegdheden.

„Dat is een absurde situatie. In Brussel valt het onderwijs bijvoorbeeld onder de gemeenschappen, maar de werkloosheid onder het Brusselse gewest. Hoe kan je dan vragen verantwoording af te leggen? En aan wie? Iedereen wijst naar elkaar. We moeten alles terugbrengen tot vier gewesten: het Duitstalige Ostbelgien, Wallonië, Vlaanderen en Brussel, waarbij heel duidelijk is vastgelegd wie precies waarover gaat.”

Waarom zou je die opdeling in stand houden en niet één groot België maken?

„Ik denk helemaal niet dat alles radicaal anders hoeft. Het federalisme is heel goed voor België. Natuurlijk, een unitaire staat waarin alles top-down wordt geregeld zou veel simpeler zijn, maar je kunt de meertaligheid niet negeren. Er zijn nu eenmaal verschillende bevolkingsgroepen in dit land, met hun eigen debatten en publieke opinies, hun specifieke problemen en voorkeuren. Er zijn dan een heleboel bevoegdheden, milieu, stedenbouw, onderwijs en cultuur bijvoorbeeld, die beter gedecentraliseerd kunnen worden. Dit impliceert een grotere bestuurlijke complexiteit, maar maakt ook beter beleid mogelijk.”

Lees hoe de Rode Duivels een nationaal gevoel creëerden

Kan een gevoel van landelijke eenheid, zoals je dat tijdens het WK had, zo nog wel ontstaan?

„In een meertalig land is dat moeilijker, maar het kan. Gedeelde historische momenten spelen daar een rol in. Het WK gaat heus niet alles veranderen, maar de successen van de Rode Duivels worden wel onderdeel van onze gemeenschappelijke geschiedenis zoals de bevrijding, maar ook de aanvallen van 22 maart en de Dutroux-affaire dat zijn.”

Het WK gaat heus niet alles veranderen, maar de successen van de Rode Duivels worden wel onderdeel van onze gemeenschappelijke geschiedenis

Philippe Van Parijs

„Er zullen uiteraard altijd mensen zeuren dat ze te veel betalen voor een ander deel van het land of juist dat ze niet genoeg geholpen worden, zoals nu gebeurt tussen Vlamingen en Walen. Dat zal op het niveau van gewesten gebeuren zoals het tussen lidstaten binnen de EU en tussen individuele mensen gebeurt. Voor de jaren zestig was Wallonië rijker, nu is het Vlaanderen. Is dat omdat het beleid zo slecht is? Omdat Walen zo lui zijn? Nee natuurlijk niet, zo werkt het kapitalisme gewoon. Als we de federale dotaties volgens transparante, objectieve criteria verdelen, als regionale overheden aangespoord worden om hun middelen efficiënt te gebruiken, dan zullen de Belgen ook beseffen dat er niets onrechtvaardigs aan is. Dat is verantwoordelijkheid, gepaard met solidariteit.”

Hoe realistisch is het dat uw plannen werkelijkheid worden?

„Filosofen zijn er om alternatieve visies voor te stellen. Daarna is het aan moedige politici om te zien hoe en wanneer we precies vooruit kunnen.”

    • Anouk van Kampen