De alleskunner wist het meteen: vandaag zou het niks worden

Mathieu van der Poel De Zwitsers zoefden weg, hij kwam niet vooruit en stapte af. Waarom doorrijden als de titel uit zicht is?

Mathieu van der Poel voordat hij besloot dat verder rijden zinloos was. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Zijn witte fiets met oranje voorvork heeft Mathieu van der Poel achteloos tegen de grond gesmeten. In de tent van de Nederlandse ploeg bij de EK mountainbike in Glasgow fabriceert de renner van poeder en water een sportdrank, om bij te komen van zijn inspanningen. Onderwijl passeren de andere mountainbikers, die net aan de derde van hun vijf ronden zijn begonnen. Van der Poel heeft er geen oog voor. Hij is kort daarvoor afgestapt, waarna zijn interesse voor het koersverloop tot nul is gereduceerd. Van der Poel verwerkt zijn teleurstelling.

Niet elke wedstrijd is het feest voor de alleskunner. Ook hij, goed in het veld en op de weg bij het mountainbiken, kent zijn grenzen. Van der Poel heeft van die dagen waarop hij niet vooruit te branden is. Dinsdag in Glasgow is het zo’n dag. De polyvalente renner krijgt de vaart er maar niet; vanaf de start al niet. Terwijl vijf Zwitsers als straaljagers vertrekken, voelt Van der Poel het melkzuur zijn benen binnen druppelen.

Vandaag wordt het niks

Hij beseft onmiddellijk: vandaag wordt het niks. Van der Poel rijdt voor de vorm door, maar na twee ronden ligt hij op de 24ste plaats met een achterstand van bijna anderhalve minuut op de ontketende Zwitsers, van wie Lars Forster uiteindelijk Europees kampioen wordt. Hij ziet het nut van doorrijden niet in. Van der Poel is naar Glasgow gekomen voor de winnaarstrui, niet om anoniem mee te fietsen. „Ik had afgelopen winter op de WK veldrijden een slechte dag, maar dit voelde nog beroerder. Ik zakte alleen maar verder weg, heel frustrerend. Doorrijden heeft dan geen zin.”

Als de ergernis eenmaal verdreven is, pakt Van der Poel zijn mountainbike op. Zittend op het achterwiel vervolgt hij zijn verhaal. Nee, deze inzinking op de Schotse heuvels verstoort niet zijn ambitie als mountainbiker op de Olympische Spelen van Tokio in 2020 een medaille te winnen. Want om die reden heeft hij er nog maar een discipline aan zijn omvangrijke programma toegevoegd.

Maar ook een sportieve veelvraat kent zijn beperkingen. Van der Poel is goed op de mountainbike, dat weet hij. Anders word je niet driemaal derde in wereldbekerwedstrijden. Maar ook de talentvolle wielrenner stelt objectief vast dat hij zich op onderdelen moet verbeteren. Vooral bergop komt hij tekort. „Dan rijdt de concurrentie net iets te snel”, zegt Van der Poel. Bij het veldrijden moet je ook klimmen, maar daar zijn meer vlakke tussenstukken. Bij mountainbiken gaat het voortdurend op en af. Dat is een groot verschil en vereist een andere techniek. De aansluiting met de top heb ik niet gemaakt. Maar daar heb ik nog twee jaar voor.”

Op een afstandje hoort bondscoach Gerben de Knegt Van der Poels verhaal met lichte verbittering aan. Hij had gehoopt op de Europese titel. Dat zou het mountainbiken in Nederland een boost hebben gegeven, denkt de voormalige Nederlands kampioen. De sport kan wel een impuls gebruiken. Er wordt weliswaar recreatief op grote schaal op mountainbikes gereden, maar die kwantiteit vindt aan de nationale top niet zijn weerslag in kwaliteit. Sinds Bart Brentjes in 1996 olympisch kampioen mountainbike werd, wil het met zijn opvolging niet vlotten.

Kleine bevrijding

De stap van Van der Poel ervaart De Knegt als een kleine bevrijding. Eindelijk, eindelijk weer een renner met uitzicht op het podium. De bondscoach is vrij lyrisch over zijn aanwinst. Kort voor de start zegt De Knegt stoer dat Van der Poel de enige mountainbiker is die de dominantie van de Zwitser Nino Schurter kan doorbreken. Die wint alles, zij het niet in Glasgow, waar hij ontbrak om zijn voorbereiding op de wereldbekerwedstrijd in Canada van komend weekeinde niet te verstoren.

Nog even geduld met Van der Poel, leert het verloop van de EK. Hij ervaart dat mountainbiken „toch iets moeilijker dan veldrijden is.” En dan enthousiast: „Maar ik vind het ontzettend leuk om te doen. Nu eerst de kater verwerken en dan weer door.”

    • Henk Stouwdam