Brieven

Brieven

In ‘Ik was geen soldaat. Waarom eigenlijk niet?’ (4/8) herevalueert Herman Vuijsje zijn redenen om als jongvolwassene dienstplicht te weigeren. Spijtig dat hij geen dienstplichtig soldaat is geweest in 1964, hij heeft een hoop gemist. Het Nederlandse leger zou naar het oosten oprukken, waar dienstplichtigen leerden om vierentwintig uur achter elkaar een vrachtauto met kanon erachter te rijden. We leerden schieten met een zware mitrailleur (.50) en de bruggen over de Wezer in Bremen te verdedigen. Onderweg diende je regenzeiltje met het zeiltje van je maat als tentje, je vette lap rolde je erin en het geheel droeg je als berenlul op je rug. Als de colonne stopte groeven we onmiddellijk een latrine en begonnen met eten koken. In de kazernes bestonden matrassen niet. Er waren stapelbedden, waar je een zak met stro op legde en daar sliep je dan op. Met meer dan dertig man in een ruimte. Soms hadden je dienstmaten ook leuke zusters, en zo konden ze ook je zwager worden. Na de dienstplicht kon je ook nog een jaar of zestien een mobilisatiebestemming krijgen, dan wist je meteen waarvoor al die wapens die door het hele land opslagen zijn voor dienden. Ook het om de paar maanden verplaatsen van kernwapens naar een andere opslag begreep je. Ik had het niet willen missen.

    • E. Koopmans