‘Wilt u niet filmen als wij een slachtoffer reanimeren?’

Ramptoerisme

Automobilisten stoppen om ongelukken te filmen. Een hartenkreet van hoofdagent Koen Simmers: „Dit is écht niet oké.”

Het ongeluk zaterdag op de A58 bij Gilze. Deze foto werd gemaakt door een professionele fotograaf, die in het bezit is van een politieperskaart en overlegd had met aanwezige hulpverleners. Foto Jack Brekelmans, Persburo-BMS

Wat dóén die mensen met zulke filmpjes, vraagt Koen Simmers zich af. Als hoofdagent bij de Tilburgse politie maakt hij vrijwel dagelijks de nasleep van een ongeluk mee. En altijd zijn er omstanders die het autowrak filmen, of het slachtoffer. „Pakken ze ’s avonds met een biertje op de bank hun telefoon erbij, zo van ‘Kijk eens wat ik heb meegemaakt’?”

‘Ramptoerisme’ is hij gewend, dat hoort erbij. Maar soms gaat het écht te ver. Zoals afgelopen zaterdag, einde van de ochtend, toen Simmers op het bureau computerwerk deed en door de 112-meldkamer werd opgeroepen vanwege een zware aanrijding op de A58 tussen Tilburg en Breda. Het slachtoffer was „niet aanspreekbaar”, er waren „meerdere voertuigen” bij betrokken en er was „een heli” onderweg. Meer wist hij niet.

Lees ook: Politie schrijft 25 boetes uit voor filmen verkeersongeluk

Met een collega achter het stuur verscheen de hectometerpaal automatisch in het scherm, navigatie doet de rest. Ze reden erheen als derde politie-eenheid, gelijk met de brandweer en een ambulance. Rijkswaterstaat had al gezorgd voor rode kruizen en een snelheidsbeperking, en de file was inmiddels opgelopen tot zeker vijf kilometer. Rijdend met zwaailicht en sirenes over de vluchtstrook, viel het Simmers op dat automobilisten waren uitgestapt en op diezelfde vluchtstrook probeerden te zien wat er was gebeurd. „Ook dat is eigenlijk standaard”, zegt hij. „We moeten op de vluchtstrook altijd voorzichtig rijden.”

Bij aankomst zag hij direct: hier kan niemand meer langs. „Chaos, overal brokstukken.” Er zaten enkele mensen bekneld en collega’s waren druk met de reanimatie van een automobilist – een 48-jarige man uit Roermond die later zou overlijden. Simmers vroeg of hij kon helpen. „Hoeft niet”, zeiden collega’s. „Maak maar ruimte voor de heli.” Hij liep naar een weiland waar hij in het hek een gat trok.

Na terugkomst werd hij aangesproken door een omstander. „Kijk, daar zijn twee mannen foto’s aan het maken van het slachtoffer. Niet normaal toch!?”. En even later dook opeens óók een vrouw op die filmend met haar telefoon commentaar gaf, „alsof ze live verslag deed”. De vrouw liep Simmers zo voorbij, richting het slachtoffer dat nog werd gereanimeerd.

Meerdere omstanders hebben de reanimatie gefilmd. Nadien zijn beelden aangeboden aan het Brabants Dagblad, weet Simmers. „Die zijn afgewezen.” Filmen op de openbare weg, hoe onsmakelijk ook, is toegestaan. Maar het vervelende is dat beelden van een ongeluk soms al online staan nog vóórdat nabestaanden ervan weten. „Wij moeten eerst vaststellen wie de overleden persoon is. Dat kan, zeker bij een leaseauto, een paar uur duren. Daarna voeren we een slechtnieuwsgesprek met de familie. Maar er zijn nabestaanden die via zo’n filmpje erachter zijn gekomen dat hun vader is overleden. Dat is écht niet oké.”

„Mevrouw, wilt u niet filmen dat wij iemand aan het reanimeren zijn”, zei Simmers tegen de vrouw. Hij vond dat ze hem arrogant aankeek en filmde door. Pas bij ‘wegwezen!’ droop ze af.

Op de andere weghelft was intussen een kijkersfile ontstaan. De 28-jarige Simmers werkt nu tien jaar bij de politie en een kijkersfile na een ongeluk is „dagelijkse kost”. Tien jaar geleden al. Met dit verschil dat in de kijkersfile anno 2018 druk wordt gefilmd. Simmers ziet het aan weggedrag. „De aandacht is gericht op de telefoon. Mensen gaan slingeren, hun snelheid gaat eruit, ze remmen laat. En als iedereen laat remt, moet iedereen steeds harder remmen en stroopt het verkeer op.”

Lees ook: De smartphone, sluipmoordenaar in het verkeer

In de kijkersfile zaterdagochtend was dat niet anders. „We zagen een busje van een bezorgbedrijf dat midden op de weg stilstond om te filmen. Er klapte bijna een vrachtwagen op!” Samen met collega’s is hij de auto’s gaan turven waaruit een camera stak, soms met een lijf eraan hangend uit het raam. „We telden er honderd.”

Van 25 auto’s hebben zijn collega’s de kentekens kunnen noteren. De eigenaren krijgen een boete voor vasthouden van een mobiel achter het stuur, 239 euro.

Simmers deelde zijn ervaring zondag in een twitterbericht en hij kreeg een stortvloed aan reacties. Onder meer van de politievakbond, die het Openbaar Ministerie gaat vragen de boete voor het onnodig filmen van een ongeluk te verdubbelen.

„We moeten als politie creatief ermee omgaan”, zegt Simmers. Een kijkersscherm ter afscherming is al vele jaren in gebruik. Maar dat past niet in de politieauto en is vaak pas na een uur aanwezig. „Misschien kunnen we zelf een camera neerzetten, op een statief, die registreert wie filmt met een telefoon.”

    • Freek Schravesande