Opinie

    • Berry den Brinker

Waar dient een trap voor? Niet voor de show

De toegankelijkheid van de publieke ruimte raakt ondergeschikt aan de creatieve uitspattingen van architecten, ziet .
Trap met tredenmarkering in het atrium van het Rijksmuseum. Foto Berry den Brinker / stichting SILVUR

In elke trap schuilt een gevaar, hoe goed ook ontworpen. Ernstige valpartijen op een trap gebeuren meestal bij het afdalen en dat gevaar dreigt bij elke trap. De Australische onderzoeker Lord vond dat slechtzienden een veel groter risico lopen op een val van een trap, net als mensen met een leesgedeelte onder in hun bril. Dragers van een multifocale bril hebben door het leesgedeelte een vervaagd beeld van de ondergrond waarop zij lopen. Het is dus belangrijk dat de tredenranden van een trap van bovenaf goed zichtbaar zijn.

Studenten van mij hebben onderzoek gedaan naar het effect van tredenrandmarkering op het bewegingspatroon tijdens het dalen van een trap. Als de tredenrand goed zichtbaar is zetten de proefpersonen de voorvoet gedeeltelijk over de rand en lopen zij de trap snel af. Zonder randmarkering liepen dezelfde proefpersonen langzamer en stak de voorvoet niet over de rand. Het positieve effect van de markering bleek kleiner naarmate de markering smaller was en verder verwijderd van de tredenrand. Kennelijk worden mensen voorzichtiger als de tredenrand minder goed zichtbaar is. De Internationale Standaard Organisatie (ISO) adviseert dan ook alle tredenranden te voorzien van een brede contrasterende markeringsstrook zoals in het atrium van het Rijksmuseum. Bovendien beveelt de ISO aan trappen te flankeren met leuningen aan weerszijden, met aan de uiteinden een horizontaal stuk voor meer houvast.

Soms is het net of architecten het jammer vinden dat hun creaties door mensen moeten worden gebruikt

Wat gebeurt er in de praktijk met deze aanbevelingen? Helaas niet veel. Regelmatig verwijzen architecten naar de ‘beeldkwaliteit’ van hun trapontwerp om te verdedigen waarom zij geen tredenrandmarkeringen of leuningen hebben toegepast. Daarmee zien zij een trap als een object van creatieve expressie waarmee de gebruiker maar moet leren omgaan. Soms is het net of architecten het jammer vinden dat hun creaties door mensen moeten worden gebruikt. Anders kan ik niet verklaren waarom bij oplevering van prestigieuze projecten zoals het Instituut voor Beeld en Geluid tredenrandmarkering en leuningen ontbraken. Kort na de heropening van het Rijksmuseum in 2013 was er een ernstig valincident in het atrium. De vele trappen in het witte atrium hadden geen markeringen en de schaars aanwezige leuningen eindigden soms midden op de trap.

Lees ook: Bestaat er een ideale trap waarop je niet zo makkelijk struikelt?

Is het niet beschamend dat met overheidsgelden publieke ruimtes gecreëerd worden waarin de esthetiek bovengeschikt is aan het comfort en de toegankelijkheid voor de gebruiker? Het is een vorm van georganiseerd ongemak. Er is een cultuuromslag nodig binnen de bouwkunde die al in de opleiding zou moeten beginnen. Die omslag zal niet plaatsvinden zonder druk van buitenaf, van opdrachtgevers en van wet- en regelgeving.

Het huidige kabinet oefent nu druk uit op de bouwwereld om meer toegankelijk te bouwen, een verplichting die voortvloeit uit de ratificatie van het VN-verdrag inzake de rechten van mensen met een beperking. Vooralsnog gaat de regering uit van de vrijwillige inzet van overheden en het bedrijfsleven. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Hugo de Jonge, heeft onlangs 25 gemeenten aangewezen om daarin een voortrekkersrol te spelen. Die gemeentes krijgen dan te maken met architecten en stedenbouwkundigen die geen opleiding, ervaring of interesse hebben in inclusief ontwerpen. Dat is de indruk die ik onlangs kreeg als jurylid van de prijs voor de Beste Openbare Ruimte in 2018. Gezondheid, bewegingsvriendelijkheid en toegankelijkheid was dit jaar het centrale thema.

Halverwege de jurering ontdekte ik dat één van de genomineerde projecten niet erg toegankelijk was. Wat in het aanvraagdocument een onhandig achteraftrapje leek, bleek bij mijn toevallig bezoek aan de locatie onderdeel te zijn van een uitgebreid trappenstelsel. Ik heb het hier over de Binnenrotte in Rotterdam. Op tientallen meters brede trappen met ongelijke aantreden en optreden waren maar twee incomplete leuningen opgesteld.

De andere juryleden deelden mijn zorgen niet. Als het ontbreken van een leuning een breekpunt was, moest er maar een aparte prijs voor de ‘Best toegankelijke openbare ruimte’ komen. Voor zo’n prijs wilden zij niet in de jury zitten. En zo kwam er geen juryprijs. Op 21 juni koos het publiek in Breda – de aanwezigen op een conferentie van professionals in de stedenbouw en landschapsarchitectuur – voor het project van de Binnenrotte, met de campus van Uilenstede in Amstelveen op de tweede plaats.

Lees ook de verhalen van onze lezers over hun ‘trapervaringen’: Als een kudde gnoes over de doodenge trap

Wat mij betreft is het laatste woord over deze prijs nog niet gezegd. Ik vind het van goed vakmanschap getuigen als je een ruimte ontwerpt die comfortabel, veilig en toegankelijk is voor iedereen.

Correctie (24 augustus 2018): In een vorige versie van dit artikel stond dat de conferentie van professionals in de stedenbouw en landschapsarchitectuur op 8 juni plaatsvond. Dat is verbeterd in 21 juni. Tevens is de plaats waar de conferentie werd gehouden erbij gezet.

    • Berry den Brinker