Succescoach is dienstbaar dankzij DDR

Bill Huck

Jeffrey Hoogland is Europees kampioen sprint. Architect van dat succes is de Oost-Duitse Bill Huck, coach met dopingverleden.

Coach Bill Huck duwt Jeffrey Hoogland de baan op tijdens de EK baanwielrennen in Glasgow. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Met zijn paardenstaart, korte broek en canvasschoenen is Bill Huck de hipster onder de sprintcoaches bij de EK baanwielrennen. Afwijkend in uiterlijk, succesvol met zijn renners. Na de titel op de teamsprint werd Jeffrey Hoogland maandag individueel Europees sprintkampioen. En Huck (53), een oud-wereldkampioen sprint uit het voormalige Oost-Duitsland, zag dat het goed was.

De hand van Huck? Hijzelf blijft bescheiden. De Duitser laat zich niet persoonlijk op de successen voorstaan en schuift alle credits richting zijn renners. Ja, hij weet hoe je kampioen moet worden, maar dat was in 1989 en 1990, bijna dertig jaar geleden dus. Dat waren andere tijden, met sprints over 1.000 meter en niet zoals nu 750 meter. En met andere lichamen en vooral andere verzetten.

Tegenwoordig zijn de sprinters spierkolossen met bovenbenen als boomstammen, waarmee ze aanzienlijk groter tandwielen kunnen ronddraaien dan in Hucks tijd, en ook nog eens topsnelheden rond de 75 kilometer per uur halen. Trouwens, de coach was sprintkampioen bij de amateurs, niet de profs. Een niveautje lager dus.

Wat Huck wel meeneemt is zijn wedstrijdervaring. Die deelt hij met zijn sprinters bij het bepalen van de strategie. Ook dat is anders dan tijdens zijn tijd als renner, want Huck moest simpelweg de instructies van coaches opvolgen. Eigen inbreng was er niet bij. Nu vraagt Huck voor elke race de renners om een plan, waarna hij zijn mening geeft. Samen komen ze tot een tactiek. Maar de mening van de sprinter is bepalend.

Krimpende budgetten

Huck zegt erg in zijn sas te zijn met de baan in Nederland, waar hij bijna een jaar geleden begon. Ja, hij weet dat zijn voorganger, landgenoot René Wolff, vanwege krimpende budgetten geen toekomst meer als bondscoach zag, maar Huck is van de realistische school. „Bij mij is het glas altijd halfvol. Ik werk met een budget van zo’n één miljoen euro en daar doe ik het mee. Meer is niet beschikbaar, zo simpel is het.”

Een zekere soberheid straalt Huck ook uit. Onbewust, zegt hij. „Die paardenstaart bijvoorbeeld heeft geen speciale betekenis. Ik had jarenlang een kort geschoren kop en wilde iets anders, ook al gaat dat tegen de trend in. Je moet daar verder niets achter zoeken.”

De sprintcoach heeft zijn draai gevonden in Nederland, een topland bij het baanwielrennen. Daarom hapte hij ook toe toen hij werd benaderd door de wielerbond KNWU. Huck leverde er zelfs zijn doorlopende contract bij de Amerikaanse bond voor in. Hij werd voorgedragen door de renner Hugo Haak, die hem kende als coach van de Amerikanen en intussen zijn assistent is.

Het is goed werken in Nederland, vat Huck zijn genoegen samen. Hij heeft in Apeldoorn, tegenwoordig ook zijn woonplaats, een prachtige wielerbaan tot zijn beschikking en werkt met een groep van veertien talentvolle renners. Het doet hem denken aan zijn DDR-tijd op het sportinternaat in Oost-Berlijn, waar renners groepsgewijs werden gesmeed. Als coach van Zuid-Afrika, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten was hij gewend met een selectie van hooguit zes renners te werken. „Prima systeem”, zegt Huck, „de renners kunnen elkaar uitdagen. Worden ze beter van.”

Mentaal spel

Huck is een betrokken coach, die op het middenterrein van het Sir Chris Hoy Velodrome in Glasgow zijn renners geen moment uit het oog verliest. Hij houdt voortdurend de wacht bij de warming-up en praat volop met zijn renners. Heeft te maken met zijn opvatting dat sprinten een mentaal spel is geworden.

Huck: „Fysiek ontlopen die mannen elkaar niet meer. Dus maakt hun hoofd het verschil. Moet ook wel, want de sprint gaat maar over drie ronden. Eén misrekening en het is gedaan, zoals Hoogland op het laatste WK in Apeldoorn ervoer toen hij in de achtste finales werd uitgeschakeld. Hij wilde in Glasgow zijn gram halen voor die misser én voor zijn tweede plaats op de EK van vorig jaar.”

Smetje op Hucks blazoen is zijn dopingverleden. In 1991 werd hij na een wedstrijd in Italië, evenals een dertigtal andere renners, positief getest op de spierversterker nortestosteron. Er volgde een schorsing van drie maanden, een straf die in hoger beroep werd kwijtgescholden vanwege procedurefouten.

Huck beweert in Glasgow nooit doping te hebben gebruikt, ook al begrijpt hij met zijn DDR-verleden de schijn tegen te hebben. Maar van de beruchte nationale Oost-Duitse dopingprogramma’s heeft hij nooit deel uitgemaakt, bezweert Huck. „Echt, ik heb nooit iets geslikt. Het was ook vreemd dat met mij zo’n dertigtal andere coureurs werd betrapt, vrijwel alleen op hetzelfde middel. Dat is toch opmerkelijk, niet dan? Ja, die straf blijft pijnlijk, vooral omdat ik er dankzij internet steeds aan herinnerd wordt. Maar ja, ik moet er mee leven, want het internet vergeet nooit.”

Schoon geweten

De oude kwestie was nog wel een punt van discussie bij zijn aanstelling, omdat de KNWU de lijn volgt geen coaches met een dopingverleden in dienst te nemen. Hucks uitleg werd geaccepteerd, waarna hij met, naar zijn zeggen, een schoon geweten de antidopingverklaring van de bond heeft ondertekend. Doorslaggevend voor de KNWU was dat Huck formeel nooit een veroordeling wegens doping op zijn naam heeft staan.

Zijn verleden in de DDR heeft Huck vooral dienstbaar gemaakt. De sprintcoach houdt niet van klagen, zeker niet in Nederland, waar de werkomstandigheden in zijn ogen meer dan voortreffelijk zijn. En als renners beginnen te piepen of de selectie negatief beïnvloeden, wijst hij hen op hun bevoorrechte status. Huck heft dan het vingertje en zegt dat een topsporter maar tien jaar heeft om iets van zijn loopbaan te maken. Zijn credo: maak er dan iets van en verkwist die jaren niet.

    • Henk Stouwdam