Recensie

Het grootste probleem op Dekmantel: een overvol blokkenschema

Dekmantel Festival had een probleem: er was zoveel. Naast veel concerten en live acts was er ruim plek voor EBM, electro en experimentele techno. De kleinste podia waren het leukst, met als uitschieter de ‘terreurtunnel’ UFO II.

Dubsteppionier The Bug met live zang van Miss Red, die op Dekmantel even opzwepend zong als ze eruit zag. Foto Bibian Bingen

Wie donderdagavond de jazzy dialoog tussen Terry en Gyan Riley op gitaar en piano in het Bimhuis hoorde, zou haast vergeten dat je bij een festival voor elektronische muziek zat. Totdat je jongens met hippe borsttasjes ademloos naar de hoogbejaarde minimalpionier en zijn zoon zag kijken.

Dekmantel Festival verbindt al jaren heden en verleden, maar zocht dit jaar ook binnen elektronische muziek nog meer de uitersten op. Dit jaar breidde het festival uit naar vijf dagen, waarvan de eerste twee concertdagen zich afspeelden op vijf podia rond het IJ.

Uitschieters op donderdag waren de confronterende performance art van Yves Tumor en de helende sopraanzang van Aïsha Devi. Zijn nummer ‘Limerence’ klonk ronduit dromerig, maar live bracht Tumor een ware ‘wall of death’. Mensen op de voorste rij waren compleet verbouwereerd door zijn met kreten doorspekte noise, zeker toen Tumor ook nog klappen uitdeelde in hun gezicht. Na een half uur trok hij de stekker eruit. Opgebrand.

Lees ook dit interview met Aïsha Devi: ‘We overstijgen materie door te trillen’

Devi daarentegen zong met pulserende heupbewegingen en hypnotiserende stem over explosieve beats. Ook zij kwam het podium af: ze zong een man in een rolstoel liefdevol toe. Haar stem sneed recht door je hart. Er werd gehuild.

Op het festivalterrein in het Amsterdamse Bos waren de drie dagen daarna veel live-optredens. Van de lichtvoetige diepe techno van Karen Gwyer tot het sjamanistische polyritmische trommelhuis van Shackleton. Ook de Afrikaanse band Ndagga Rhythm Force zorgde zaterdag voor een uitgelaten sfeer met okseltrommels en extatische dans van een zangeres met molenwiekende armen en heupen.

Zelfs als dj’s geboekte acts voegden live-elementen toe: van de warm vibrerende soulstem van L.A.-producer Dam-Funk die op zijn keytar losging tot het optreden van dubsteppionier The Bug met live zang van Miss Red, die even opzwepend zong als ze eruit zag (in knalrood badpak).

Voor EBM (Electronic Body Music) en electro was een nieuw podium ingeruimd: de UFO 2. Deze loods van golfplaten, een soort ‘terreurtunnel’ met lichtrails, bleek een geslaagd monument voor alles wat vuig en smerig was. Hier zette Identified Patient zichzelf op de kaart als James Dean van de EBM, terwijl hij al zingend, dansend, rokend en met de handen golvend de ene na de andere smerige electrotrack erop legde, zoals ‘Dirty Love’ van Legowelt. Zelfs een progressive-house track die voorbij zoefde klonk nog stoer.

Hier draaide Parrish Smith ook een met punk en hardcore doorspekte set waar je oren en voeten van gingen klapperen. Daarna deed de mysterieuze Rus Gesloten Cirkel de zwetende massa bijna wanhopen met een bijzonder grimmige live-set, terwijl de ventilator het begaf.

David Vunk achter de draaitafel op Dekmantel.

Foto Bibian Bingen

Het grootste probleem dat Dekmantel had is dat er teveel was. Als je in de kleine Boiler Room-loods zag hoe housetalent Carista zichzelf presenteerde met een monsterset, dan miste je hoe Berghains Errorsmith walvisuithalen omboog tot cumbiabeats.

Terwijl publiekslieveling Jamie XX het ‘Selectors’-podium opende, speelde Tom Trago met een huiskamer vol apparatuur een geweldige freestyle van zijn laatste album Bergen. Het blokkenschema zat overvol. Laat jazzcat Thundercat gewoon overdag spelen en technohelden Rodhad en Nobu afsluiten, in plaats van andersom. Laat Clarks nieuwe EDM-show met Skrillex-synthesizers, danseressen en handdoekenradiatoren maar helemaal achterwege, net als het wat kitscherige optreden van Carl Craigs synthesizer-ensemble op het hoofdpodium.

Carl Craig op het hoofdpodium.

Foto Bibian Bingen

Maar de kracht zat hem juist ook in het overweldigende aanbod. Met zwarte aardevoeten je knieën kapot dansen op de been brekende ritmes van Goldie die met een turn up zijn grote hit ‘Innercity Life’ helemaal stillegde en weer losliet. Of je overgeven aan de dynamische electro van Helena Hauff, die zelfs de reusachtige klinische witte trommel van het hoofdpodium nog een donkere randje gaf.

Het was kippenvel in alle mate van intensiteit op dit Dekmantel Festival.

    • Rolinde Hoorntje