Recensie

Jonge zangers in sprankelende en intieme ‘Così fan tutte’

Heel jonge operazangers en musici brengen in Arnhem een voorstelling van Mozarts zedenkomedie ‘Così fan tutte’. De voorstelling charmeert met eenvoudige middelen.

Scène uit Mozarts zedenkomedie Così fan tutte. Foto Jan Hordijk

Tussen alle zomerse klassieke muziekfestivals staat de “muziekzomer” van het Nationaal Jeugdorkest in Gelderland borg voor concerten door jong toptalent op verrassende plekken. Neem het Arnhemse theater Luxor Live: normaal een poptempel, nu schouwtoneel voor Mozarts opera Così fan tutte door de jonge zangers van de Dutch National Opera Academy (DNOA), het mastertraject voor opera door de conservatoria in Amsterdam en Den Haag.

Così is een levenslustig ensemblestuk over jeugd, liefde en moraal. Juist daarom is het ook een ideale opera om op te voeren met zangers die net zo jong zijn als de door Mozart en zijn libertijnse librettist Da Ponte geschetste personages.

De plot in vogelvlucht: twee jongemannen stellen de trouw van hun verloofdes op de proef door ze in Albanese snorrenvermomming te verleiden, daarbij gestuurd en gesteund door de cynische oudere Don Alfonso en de streetwise bediende Despina, hier een lekker schmierende rol van de puike Spaanse mezzo Serena Perez.

Zes jonge zangers en een poptempel met open bar als speeltoneel – het blijkt goud in de handen van regisseur Daniël van Klaveren. Zijn Così houd je drieënhalf uur geboeid en vermaakt door niets meer dan muzikale schoonheid en spelplezier. Het orkest, een klein maar alert schakelend ensemble van twintig jonge NJO-musici, zit op het podium terwijl de zangers zich op een meterslange catwalk ervoor bewegen – een akoestisch-muzikale hindernis die mede dankzij de oplettende dirigent Bas Wiegers veel minder timingproblemen oplevert dan je zou verwachten.

De moraal van Così fan tutte (zo doen alle vrouwen) is altijd weer opmerkelijk: centraal staat de vermeende trouweloosheid van vrouwen, door Van Klaveren slim gerelativeerd middels een neon-reclame die de titel van de opera verandert van tutte (alle vrouwen) in tutti (iedereen).

Het publiek zit als bij een modeshow aan weerszijden van de catwalk, en het is een van de grote krachten van de voorstelling dat je de jonge zangers daardoor dicht op de huid zit in alle verrukkelijke aria’s en ensembles. Het “concept” heeft weinig om het lijf: de wispelturige verloofdes Dorabella en Fiordiligi, uitgedost als de verwende zusjes van Assepoester, spelen met teddyberen op hun witte tienerbed en hun mannen ogen als backpackers.

Subtext: piepjong zijn ze, en onwetend van de dilemma’s waaraan liefde in het ware leven wordt blootgesteld. Pas aan het slot gaan de pruiken af en de teddy’s naar zolder, en zien allen de liefde (meer) zoals die is. Een leuke extra zijn de grote videoschermen aan weerszijden, waarop kushandjes en knipoogjes worden uitgewisseld, maar waarop met Top Gun-pathos ook het oorlogsfregat opdoemt dat de mannen zogenaamd losscheurt van hun verloofdes.

De zes voorstellingen worden deze week gezongen door twee casts, met jonge zangers in uiteenlopende ontwikkelingsfases: van bariton Jasper Leever, de sterkste van de mannen, kun je je goed voorstellen dat hij vanaf volgend seizoen een echte aanwinst zal zijn voor de studio van de opera in Stuttgart.

En van de vrouwen weet je dat de Braziliaans-Nederlandse Helena Koonings je nog lang bij zal blijven met haar volle, stralende hoogte. En waar af en toe iets (in coördinatie, intonatie of souplesse) te wensen over blijft, doet dat niets af aan de vaart of charme van het geheel. Integendeel: je ervaart hier heel direct wat een ongelooflijk moeilijk en “naakt” vak het is, operazanger.

    • Mischa Spel