Opinie

    • Ilja Leonard Pfeijffer

De kracht van fictie

Terwijl het logisch lijkt om te denken dat een roman op een bepaalde manier een afspiegeling is van het ware leven, dan wel daar expres afstand van neemt, waardoor het een soort negatieve afspiegeling vormt, is het in werkelijkheid vaak andersom. Oscar Wilde wist waarover hij sprak toen hij beweerde dat het leven de kunst imiteert. Fictie baart feiten. Fantasie creëert waarheid.

Ook buiten de kunst en de literatuur is dat overigens het geval. Die mechanismen beginnen we helaas in rap tempo steeds beter te snappen. Het is onnauwkeurig uitgedrukt om te zeggen dat nepnieuws onwaar is. Dat is het misschien wel in eerste instantie, maar vervolgens wordt het waar. Succesvolle verspreiding van nepnieuws creëert een nieuwe werkelijkheid, die vervolgens een feitelijkheid vormt waartoe we ons hebben te verhouden. En nepnieuws heeft meer met literatuur te maken dan velen beseffen. Om te worden opgepikt en aan te slaan moet het een coherent en intern logisch verhaal bieden, waarmee de doelgroep zich vervolgens zozeer gaat identificeren op een emotioneel niveau, dat alternatieve verhalen elke aantrekkingskracht verliezen.

Mensen modelleren hun leven naar fictie. Omdat het erg verwarrend en angstaanjagend is om je eigen leven helemaal zelf vorm te moeten geven, neemt bijna iedereen zijn of haar toevlucht tot het naleven van bewonderde levens. Vroeger waren dat romanfiguren als Jezus Christus of heiligen, tegenwoordig zijn dat de fictionele Facebooklevens van popsterren en voetballers of personages uit films of series en misschien voor een enkeling ook een held uit een boek. Als mijn goede vriend Michaël mij om raad vraagt, weet hij zelf het antwoord eigenlijk al: hij moet zich afvragen wat Sean Connery in de onderhavige situatie zou doen. Sean Connery is natuurlijk geen acteur van vlees en bloed, maar een uit al zijn rollen, die alle eender zijn, samengesteld fictief personage.

Ik ben, zoals ik in de vorige afleveringen van dit minifeuilleton al heb vermeld, hard bezig aan een nieuwe roman, Grand Hotel Europa. Wie fictie schrijft, ervaart de regel dat het leven zich naar fictie plooit soms op heel merkwaardige manieren. De grote schrijver A.F.Th. van der Heijden vertelde mij ooit over zijn werkzaamheden aan De Movo Tapes, een roman over een moderne Oedipus met moeilijke voeten. Op een gegeven moment kon hij nauwelijks nog lopen. En toen de roman af was, was hij op slag genezen.

Dat soort verontrustende magie overkomt mij bij voortduring. Ik hoef maar op te schrijven dat mijn goede vriend Michael mij om raad vraagt, of de telefoon gaat en het blijkt Michaël te zijn die mij vraagt of ik even tijd heb om hem een suggestie van de hand te doen. Ik had in de roman net een scène geschreven over een hond zonder poten, toen ik ’s avonds op straat een hond zag van een ongelukkig gekruist ras met de korte pootjes van een teckel en een lange vacht die de pootjes vrijwel volledig aan het zicht onttrok.

De verleiding is groot om het erom te gaan doen. Vanavond schrijf ik een scène over de toevallige vondst van een groot fortuin. Als u de volgende week niets van mij hoort op deze plek, weet u dat het heeft gewerkt.

vervangt Frits Abrahams tijdens diens vakantie
    • Ilja Leonard Pfeijffer