Afbrokkelende gebitten, dat komt toch niet zomaar?

Chroom-6

Zeker twintig oud-medewerkers van NAVO-depots hebben last van afbrokkelende tanden en andere aandoeningen. RIVM ziet onvoldoende bewijs voor een verband met hun blootstelling aan verfstof chroom-6. Autoriteiten in de VS wel. „Dit is niet normaal.”

Op het NAVO-depot in Almelowerden tanks overgespoten. Foto Cor Salverius

Zit je soep te eten, denk je dat er een botje in zit, blijkt het een stukje van je tand te zijn. Het overkwam Hub Dormans (60) uit Jabeek. Hij was van 1984 tot 2006 monteur op de NAVO-depots in het Limburgse Brunssum en Eygelshoven.

In 2002 heeft hij alle tanden en kiezen laten verwijderen. Hij was toen 44 jaar. „Ze kleurden geel en groen en begonnen af te brokkelen”, vertelt hij. „Mijn tandarts en de kaakspecialist wisten niet wat ze zagen.” Gewoon trekken lukte niet; de kaakchirurg heeft flink moeten ‘breken’. Dat ging niet zonder narcose.

Dormans is niet de enige oud-medewerker van de NAVO-depots van het ministerie van Defensie die te maken kreeg met een afbrokkelend gebit en uitvallende tanden. Zeker twintig collega’s overkwam hetzelfde.

Hub Dormans (60) werkte van 1984 tot 2006 als monteur op de NAVO-depots in Brunssum en Eygelshoven; liet in 2002 alle tanden en kiezen verwijderen.

Allemaal werkten ze op een van de vijf voormalige NAVO-depots in Brunssum, Eygelshoven, Ter Apel, Coevorden of Vriezenveen. Personeel daar is tussen 1984 en 2006 blootgesteld aan onder meer chroom-6, een kankerverwekkende stof die in de (grond-)verf zat voor legervoertuigen. Bij het schuren, slijpen, stralen en verven kwamen zij met de stof in aanraking.

Het viel destijds al op hoeveel collega’s slechte tanden hadden of een kunstgebit, vertellen oud-medewerkers. Het kan haast niet anders of dat heeft met chroom-6 te maken, menen zijn.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), dat onderzoek deed naar blootstelling aan chroom- 6 op de depots, ziet die relatie niet; er is geen of onvoldoende wetenschappelijk bewijs voor, schreef het instituut in een rapport dat in juni werd gepresenteerd.

Oud-depotmedewerkers vertellen over tanden die „gingen wiebelen en dan uitvielen”, over tanden die „zomaar uit elkaar spatten” en over tanden die stukje bij beetje afbrokkelden – „hier een stukje eraf, daar een stukje eruit”. Sommige oud-medewerkers missen enkele tanden of kiezen, anderen hebben er nog maar paar over.

Ze betaalden duizenden euro’s aan vullingen, protheses, gebitjes en kronen. Het lukt niet iedereen om zo’n groot bedrag op te hoesten; oud-medewerker Frans Bodelier (60) van de depots in Brunssum en Eygelshoven kan zich geen behandeling van – volgens offerte – 2.400 euro permitteren. Hij loopt al jaren rond met vier tanden in zijn mond.

Defensieterrein Eygelshoven. Foto’s Marcel van Hoorn/ANP

‘Dit is niet normaal’

De Limburgse advocaat Rob Bedaux, die meer dan honderd oud-medewerkers van Defensie juridisch bijstaat, heeft acht cliënten geregistreerd die last hebben van afbrokkelende tanden. Yme Drost, letselschade-expert uit Hengelo bij wie zich honderden gedupeerden meldden, schat het aantal chroom-6-cliënten met gebitsproblemen op twintig. NRC sprak negen oud-defensiemedewerkers met een kapot gebit. Twee van hen zeiden meteen: „Eindelijk eens iemand die naar mijn verhaal vraagt.”

Uit een vragenlijst via een Facebookgroep voor oud-medewerkers bleek in 2015 dat 22 van de 220 oud-personeelsleden die reageerden, last hadden van gebitsproblemen. Dat is tien procent. In totaal hebben tussen de tweeduizend en drieduizend mensen op de depots gewerkt. Oud-medewerkers Jean Vankan en Ernest Cartigny waren het onderzoek begonnen om te zien of bepaalde aandoeningen vaker voorkomen onder oud-medewerkers dan bij een ‘normale’ groep.

Cartigny schrijft aan de Facebookgroep: „Er zijn bepaalde klachten die zodanig opvallen dat je niet van toeval kunt spreken, bijvoorbeeld de gebitsproblemen. Bij sommige klachten durf ik best te roepen: ‘Dit is niet normaal, hier is iets aan de hand.’ Ik kijk dan in mijn omgeving en vraag ik me af, ken ik iemand met die klachten?”

Omdat het RIVM „geen of onvoldoende wetenschappelijk bewijs heeft gevonden voor een mogelijk verband met blootstelling aan chroom-6”, ontbreken gebitsaandoeningen op de lijst van ziektes waarvoor het ministerie en de vakbonden een schaderegeling hebben afgesproken.

Ook slokdarmkanker en nier- en immuunziekten staan er niet op. Het maakt oud-medewerkers furieus; ze voelen zich afgescheept door Defensie, ondanks de excuses die VVD-staatssecretaris Barbara Visser van Defensie in juni maakte, ondanks dat ze fouten toegaf. De schadevergoeding tot maximaal 40.000 euro noemen ze een lachertje.

Vankan, die zijn collega’s in 2015 enquêteerde, zegt: „Van die RIVM-lijst klopt niets. Ziektes die wij herhaaldelijk zagen terugkomen in onze enquête, staan er niet op. Het gaat bijvoorbeeld om darmziektes en slokdarmkanker.”

Projectcoördinator Ronald van der Graaf van het RIVM reageert: „Als het verband niet wordt bevestigd in wetenschappelijke publicaties, kunnen wij niet zeggen dat dat verband er is.” Dat uit een ‘eigen’ lijst van oud-medewerkers blijkt dat tien procent gebitsklachten heeft, „daar kan ik als onderzoeker niks mee. Je mag veronderstellen dat mensen met klachten sneller geneigd zijn zich te melden”, zegt hij.

Andere toxische stoffen

Zelf heeft het RIVM geen vergelijking kunnen maken; adresgegevens van voormalige medewerkers ontbreken. Wel hebben zich ongeveer 850 mensen laten registreren bij een speciaal meldpunt, de meesten omdat zij ongerust of ziek zijn. Met die groep is dus geen wetenschappelijk verantwoord (aselect) onderzoek meer mogelijk, volgens de coördinator.

Van der Graaf sluit niet uit dat uitvallende tanden en aandoeningen als immuunziekten het gevolg zijn van blootstelling aan andere toxische stoffen dan chroom-6. Het rijksinstituut doet nu nog onderzoek naar de gezondheidseffecten van andere bestanddelen in CARC (Chemical Agent Resistant Coating), de verf waarmee tanks en jeeps zijn beschilderd. Zo kijkt het RIVM naar HDI, een giftig isocyanaat.

Officiële websites in de Verenigde Staten maken wel melding van „de erosieve werking van chroom-6 op gebitten”. Zo wordt op de website van het United States Department of Labor, dat zich bezighoudt met veiligheid op het werk, een reeks schadelijke gevolgen genoemd van blootstelling, waaronder erosie en verkleuring van tanden.

Verder wordt een link gelegd tussen blootstelling aan chroom-6 en astma, oogirritatie, pijn in de bovenbuik, geperforeerde trommelvliezen, longkanker, schade aan lever, nieren en neus en irritatie van de huid en luchtwegen, veel meer aandoeningen dan het RIVM in zijn rapport heeft opgenomen.

Lees ook over boosheid na de schaderegeling voor chroom-6: ‘Afgescheept’ met een ‘flutbedrag’

‘Niet voldoende bewijs’

Het federale Agency for Toxic Substances and Disease Registry (ATSDR), een van de bronnen van het RIVM, vermeldt online dat erosie en verkleuring van tanden kunnen voorkomen bij blootstelling aan chroom-6. In het ATSDR-document waarop het RIVM zich mede heeft gebaseerd, staat dat Braziliaanse arbeiders in de galvaniseerindustrie na blootstelling aan chroom-6 last kregen van verkleuring en slijtage van hun gebit. Het betreft een studie van ‘Gomes’ uit 1972.

Het RIVM ziet in deze studie en nog een tweede studie (Quayyum, 2012) „niet voldoende bewijs” voor afbrokkelende tanden door chroom-6. De woordvoerder: „Het kan zijn dat de tanderosie die is opgetreden, is veroorzaakt door andere stoffen of door bijvoorbeeld slechte tandzorg.”

Tanden en kiezen kunnen bij iedereen afbrokkelen of slijten door bijvoorbeeld tandenknarsen of het drinken van zure dranken, stelt Albert Feilzer, decaan en hoogleraar algemene tandheelkunde van Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam. „Maar als zaken afwijken, en daar lijkt het hier op, zou het de moeite waard zijn dat te onderzoeken.”

Feilzer suggereert dat slechtere gebitten bij de oud-medewerkers mogelijk te maken hebben met het feit dat mondzorg sinds 2006 (na de afschaffing van het ziekenfonds) niet meer tot de verzekerde basiszorg hoort. „Dit zijn waarschijnlijk niet de mensen die het meeste geld verdienen. Ze kunnen zich vaak geen goede mondzorg permitteren en zullen vaker een slechter gebit hebben.”

Navraag bij oud-medewerkers leert dat in elk geval een aantal van hen regelmatig een tandarts bezoekt. De tandartsen van de gedupeerden, voor zover bereikbaar en bereid tot een reactie, durven geen uitspraken te doen over de relatie tussen blootstelling en de tandproblemen van hun patiënten.

John Gaertner (44) uit Landgraaf heeft geen tanden meer in zijn bovenkaak. Het kunstgebit dat hij tien jaar geleden kreeg aangemeten, past niet meer.

Hij heeft ook de longziekte COPD, gewrichtsklachten, allerlei ontstekingen en een zeldzame erfelijke immuunziekte, IgM Deficiency, terwijl die volgens hem niet voorkomt in zijn familie. „Ik heb een ribbenkast van een 80-jarige, zeggen ze bij de röntgen. Helemaal versleten.”

John Gaertner (44), werkte van juli 1994 tot augustus 1995 in het NAVO-depot in Eygelshoven; hij heeft geen tanden meer in zijn bovenkaak.

Ook ‘troep’ uit de Golfoorlog

Gaertner denkt dat het afbrokkelen van zijn gebit en zijn ziektes te maken hebben met het werk dat hij van juli 1994 tot augustus 1995 heeft gedaan op het NAVO-depot in Eygelshoven. Daar heeft hij „troep” moeten opruimen afkomstig uit de Golfoorlog en van depots, ook in het buitenland, die werden gesloten.

„Wij werden containers ingestuurd om te kijken wat erin zat. Alles was er lukraak ingegooid, verf droop uit de verpakkingen. Doos voor doos hebben we die containers leeggehaald. Zonder handschoenen, zonder mondkapje. Wat giftig was, brachten we op pallets met een heftruck naar het ‘gifhok’ achter op het terrein. Bij het sorteren heb ik mij geprikt aan een injectiespuit tegen chemische aanvallen. In de zomer van 1994 was het heel warm; we mochten de loods vol kapotte tanks uit Irak maar beperkt in vanwege de giftige dampen – tien minuten erin, een uur buiten.”

Een jaar nadat hij op het NAVO-depot had gewerkt, brokkelde tijdens het eten een eerste stukje tand af. Zijn vrouw: „Ik zeg nog, dat kan toch niet? Je hebt niks hards gegeten. We aten aardappelpuree, boontjes met vlees.” Zijn gebit was nog gesaneerd voorafgaand aan de keuring voor militaire dienst. Een schadevergoeding kreeg Gaertner niet; hij werkte in een functie die daarvoor niet in aanmerking komt.

Een half jaar nadat Danny Esmeyer (43) uit Heerlen in 1990 aan de slag was gegaan op het NAVO-depot in Brunssum werd hij op een ochtend wakker met gruis in zijn mond. Bleken ’s nachts, waarschijnlijk door het knarsetanden, stukjes van zijn gebit te zijn losgeraakt.

Esmeyer mist inmiddels vier kiezen, niet opgevulde gaten in zijn gebit. Ook van andere tanden en kiezen brokkelden stukjes af. Die zijn bijgevuld. Hij ontving 3.000 euro schadevergoeding via de zogeheten coulanceregeling.

Danny Esmeyer (43), werkte van 1990 tot 1998 in NAVO-depot Brunssum; hij werd wakker met tandgruis in de mond.

‘Je neus nog vol grit’

Esmeyer werkte tot 1998 als spuiter op het NAVO-depot in Brunssum. Hij straalde oude verflagen van militaire voertuigen en voorzag ze in een spuitcabine weer van nieuwe verf. „In de straalcabine had je wel een beschermkap op met een beetje perslucht, maar als je thuiskwam had je je neus toch nog vol grit. Het kwam gewoon onder je masker door.”

Verder heeft hij last van reuma. „En ik denk ook dat het hierboven niet meer klopt”, zegt hij en wijst naar zijn hoofd. Zou het de schildersziekte zijn, vraagt hij zich af. „Mijn vriendin zegt dat ik niet meer de persoon ben die ik was toen ze mij leerde kennen.”

Zijn vriendin vindt dat veel oud-collega’s waggelen als pinguïns. Esmeyer: „Ze gaan ook allemaal snel achteruit. Een tijdje geleden kwam ik toevallig een oud-collega tegen in het ziekenhuis. Inmiddels is hij overleden. Wat staat mij nog te wachten?”

Hij maakt zich ook zorgen over de effecten op zijn kinderen. Die zijn verwekt terwijl hij met toxische stoffen werkte op het NAVO-depot. „Het zet je aan het denken. Wat hebben ze ervan meegekregen?”

Oud-defensiemedewerker Hub Dormans heeft diezelfde zorgen; in hoeverre loopt zijn gezin gevaar? Het stof heeft hij in zijn kleding mee naar huis ‘gesleept’, zijn zoon liet hij er stagelopen. „Dat zou ik nooit hebben gedaan als ik had geweten hoe gevaarlijk het werk was.”

    • Annette Toonen