Uitzettingen Afghaanse gezinnen gaan toch door

Mensenrechtenorganisaties willen dat staatssecretaris Harbers opheldering geeft over zijn nieuwe asielbeleid voor kwetsbare Afghaanse gezinnen. Zaterdag werd een gezin uit Afghanistan uitgezet.

Een werkbezoek van staatssecretaris Mark Harbers aan het asielzoekerscentrum in Ter Apel. Foto Vincent Jannink/ANP

Uitgeprocedeerde Afghaanse gezinnen met minderjarige kinderen zouden minder snel teruggestuurd worden, beloofde staatssecretaris van Asiel Mark Harbers (VVD) de Tweede Kamer vorige maand. „Hun asielverzoeken worden niet langer geweigerd omdat zij zich in een ander deel van Afghanistan zouden kunnen vestigen”, schreef zijn ministerie in een persbericht. De veiligheid in heel Afghanistan is „zorgelijk”, erkende Harbers in een brief aan de Tweede Kamer.

En toch: zaterdagmiddag werd een Afghaans gezin met een minderjarig kind op het vliegtuig naar Kabul gezet. Twaalf mensenrechtenorganisaties, waaronder Unicef, Amnesty International, Oxfam Novib en Vluchtelingenwerk, reageren geschokt op de uitzetting. „We waren bang dat de brief van Harbers alleen een papieren werkelijkheid zou zijn. Die vrees is bevestigd”, zegt een woordvoerder van Vluchtelingenwerk. Het zou de eerste uitzetting van uitgeproceerde Afghanen zijn sinds Harbers’ brief vorige maand.

Een woordvoerder van het ministerie van Justitie en Veiligheid bevestigt de uitzetting. Volgens hem is die „in lijn met het beleid”, omdat het gezin geen gevaar loopt vervolgd of gefolterd te worden in Afghanistan. Als dat wel zo is, krijgt een gezin wél een verblijfsvergunning.

Veilig land

Mensenrechtenorganisaties demonstreren al langer tegen uitzettingen naar Afghanistan. Ze wijzen op de verslechterde veiligheidssituatie in het land. De islamitische terreurbeweging Taliban, tussen 1996 en 2001 aan de macht in het Centraal-Aziatische land, rukt op. Ook zijn er regelmatig aanslagen, zoals vrijdag nog op een moskee in het oosten van het land. Daarbij zeker 25 doden. Ook in de hoofdstad Kabul worden regelmatig aanslagen gepleegd, zoals vorige maand op een overheidsgebouw. Volgens de Verenigde Naties ligt het dodental in de eerste helft van 2018 op het hoogste punt sinds 2009, toen begonnen werd met het tellen van burgerslachtoffers.

Toch geldt Kabul als een veilig alternatief voor uitgeprocedeerde Afghanen die niet naar hun eigen regio kunnen terugkeren, en is Afghanistan als geheel veilig genoeg om mensen naar uit te zetten. Harbers noemde de situatie in het land in zijn Kamerbrief vorige maand „onverminderd zorgwekkend”, maar er zou geen sprake zijn van „een dermate hoge mate van willekeurig geweld”. Dat is de maatstaf waarlangs de (on)veiligheid van een land, en daarmee het asielbeleid voor mensen uit dat land, wordt bepaald. Harbers wijst op een dalend aantal slachtoffers in 2017 ten opzichte van 2016. Ook zou het meeste geweld gericht zijn op strijdende groepen onderling, niet op burgers.

In Afghanistan neemt het geweld toe, maar officieel is het een „veilig land”. Dus gaan uitzettingen van asielzoekers door. Wanneer is een land onveilig?

Nederland zette in 2017 850 Afghanen uit, nog zo’n 1.100 zijn uitgeproceerd en in afwachting van hun uitzetting. Tweederde van de asielaanvragen van Afghanen werd vorig jaar afgewezen. Dat is terecht, oordeelde de Raad van State in maart nog: het risico om als burger door willekeurig geweld om te komen is volgens de Vreemdelingenkamer van de Raad „beperkt”.

    • Mark Lievisse Adriaanse