Oranje regeert over de hockeyarmoede

WK hockey

De Nederlandse vrouwen verpulverden Ierland in de WK-finale en prolongeerden hun wereldtitel van Den Haag, vier jaar geleden.

Foto Kate McShane/Getty Images

Het was er zo vlak na de wedstrijd nog geen tijd voor. Met het fluitsignaal dat een elfde wereldtitel definitief maakte nog nasnerpend in de oren, met de hoofden nog bezweet en de adrenaline nog in de benen. Logisch dat Eva de Goede, die haar tweehonderdste interland speelde, niet meteen werd gevraagd of deze lichting Oranje-hockeysters niet té goed is. Of dat Alyson Annan, bondscoach, niet meteen wordt gevraagd of 6-0 in een WK-finale tegen Ierland de sport niet ook schaadt.

Natuurlijk niet.

Lees ook: Nieuwe hockeyploeg mist boegbeelden, maar is wel een hecht collectief

De wereldtitel voor de Nederlandse hockeysters verdiende gevierd te worden zonder enige kanttekening. Want kunnen zij er wat aan doen dat dit de status quo is in het vrouwenhockey? Nederland de allerbeste, de rest van de wereld op grote afstand. Kunnen zij er wat aan doen dat ze 35 keer scoorden en maar drie goals tegen kregen in zes wedstrijden? Medelijden hoort er niet bij, zei Alyson Annan zondag: we zijn hier om te winnen.

De hockeyvrouwen keken graag naar de ronkende loftuitingen die de ploeg kreeg in Britse media, zeker na de 2-0-overwinning in de kwartfinale op het thuisland, olympisch kampioen Engeland. Guardiola-achtig dominant, zo werd het omschreven. Erkenning die vooral Annan erg goed deed, als groot bewonderaar van voetbaltrainer Pep Guardiola, die met Barcelona, Bayern München en Manchester City vele successen boekte en bekend staat om zijn snelle, aanvallende spel. Zo wil Annan dat Oranje speelt, en dat kwam over. Een grote eer dus.

Lof die de Oranjevrouwen verdienen na een goed toernooi. Spanning was er alleen in de halve finale tegen Australië, toen na een 1-1-eindstand pas na shoot-outs werd gewonnen. Maar ook in die wedstrijd was Nederland duidelijk de sterkere ploeg. Onverslaanbaar is deze post-Rio-lichting niet, maar ga er maar aan staan.

De rest werd slechter

Maar kanttekeningen zijn ook terecht. Ook in het elftal zelf weten de speelsters wel degelijk dat de internationale top in het hockey bij de vrouwen er slecht voor staat. De Goede zei het nog deze week: het lijkt alsof de andere toplanden er na de Spelen in Rio zwakker op zijn geworden en wij niet. Dit WK legde de problematische status van het internationale hockey bij de vrouwen bloot.

Wereldhockeybond FIH koos voor een opzet met zestien landen, vier meer dan de afgelopen edities – in 2002 werd voor het laatst met zestien landen gespeeld. Een volgende ingreep van de federatie om de sport internationaal breder te maken en meer toeschouwers en kijkers te trekken. Dit allemaal, uiteindelijk, om ervoor te zorgen dat hockey zijn olympische status kan behouden.

Gevreesd werd voor de kwaliteit van het WK. Vrees die terecht bleek, maar niet eens om de verwachte redenen. Eigenlijk was Oranje de enige ploeg die zonder moeite kleinere landen met grote uitslagen versloeg.

Kelly Jonker (links) juicht nadat ze de 2-0 heeft gemaakt.

Foto Paul Harding

Maar het niveau van de andere toplanden in het hockey bij de vrouwen was op z’n minst wisselvallig, veelal ook ontstellend matig. Argentinië, Nieuw-Zeeland, Duitsland – ze overtuigden niet. Olympisch kampioen Engeland, dat in Rio Nederland had verslagen, kwam ternauwernood de poule door en had nu niets meer in te brengen tegen de wereldkampioen. Ook de Aziatische landen speelden geen rol, deels omdat hun prioriteit bij de Asian Games later dit jaar ligt, waar olympische tickets voor Tokio 2020 te verdienen zijn.

In deze staat van het hockey bij de vrouwen kon Ierland WK-finalist worden. Noem het een lichtpuntje: toch weer een nieuw land aan de wereldtop, dat is in de breedte alleen maar wenselijk. Een prachtig verhaal bovendien, de Ieren. Zestiende op de wereldranglijst, amper ondersteuning vanuit eigen land, ze moeten 550 euro als eigen bijdrage betalen om überhaupt op het veld te kunnen staan. Coach Graham Shaw kreeg het al jaren niet voor elkaar Nederland te verleiden tot een oefenwedstrijd. Het waren in alle opzichten amateurs en zo werden ze ook gezien.

De Ieren hebben er met hun taaie sprookjesploeg nu wel voor gezorgd dat Ierland aandacht heeft voor hockey, en dat zal de FIH als winst zien. Maar het verbloemt niet de problemen in het hockey bij de vrouwen. Misschien, zo zei oud-boegbeeld Ellen Hoog bij de NOS, duurt de wederopbouw na de Spelen bij de andere topteams wat langer, dat zullen de komende twee jaar richting Tokio uitwijzen. Voor nu regeert Nederland: alleenheerser in de armoede.

Correctie (6 augustus): In een eerdere versie van dit artikel stond dat Nederland 35 goals maakte en er drie tegen kreeg in vijf wedstrijden. Dit moest zes wedstrijden (drie poulewedstrijden, een kwartfinale, een halve finale en de finale) zijn. Het is aangepast.

    • Frank Huiskamp