Recensie

Ongemakkelijke leed-vergelijking

Theater

In ‘Compassie’ zet regisseur Milo Rau het denken over humanitaire rampen op scherp. Zijn we in Europa niet te veel bezig met de vluchtelingen die naar Europa komen, ten koste van genocides verder van ons weg?

Foto Michiel Devijver

“De regisseur liet mij een foto zien van het aangespoelde dode Syrische jongetje, Aylan, en ik kende hem niet”, zegt actrice Els Dottermans. Want ze leest geen kranten, heeft geen tv. Bij de research voor de voorstelling bezoekt ze met de regisseur het Turkse Bodrum, waar Aylan aanspoelde en vluchtelingenkampen in Griekenland. De Syrische jongemannen lijken op hipsters, vindt ze, met hun modieuze kleding, gel en baardjes. En in het kamp is alles keurig geregeld. Is dat nou die grote vluchtelingentragedie, vraagt ze zich af. Het lukt haar niet compassie te voelen.

Vergeten we andere, veel grotere humanitaire rampen niet, stelt regisseur Milo Rau in zijn Compassie. De geschiedenis van het machinegeweer. Rau bevraagt graag ingesleten overtuigingen en dat maakt hem een interessant regisseur. Zijn werkwijze is goed af te zien aan deze voorstelling, die hij al in 2016 maakte, maar bewerkte en met nieuwe acteurs herneemt, nu hij bij NT Gent is aangetreden als artistiek leider.

In Compassie wijst Rau op de volkerenmoorden in Afrika, zoals tijdens de oorlogen in Rwanda en Congo, ook met miljoenen slachtoffers onder burgers. Daar zou in Europa minder beroering over zou zijn dan over de vluchtelingen die de afgelopen jaren naar Europa komen. Of over de Holocaust. En passant levert hij kritiek op de ngo’s die elkaar verdringen, met medewerkers die in- en uitvliegen en dus de ‘complete overgave’ ontberen die Rau noodzakelijk acht.

Het verhaal komt van Dottermans, die vertelt over haar ervaringen als twintigjarige lerares in Congo, de voormalige Belgische kolonie. Met enkele biografische feiten wordt dit fictieve leven van de actrice semi-waar gemaakt. Ze vertelt dat ze in de stad Goma is, in 1994 als in buurland Rwanda de genocide op de Tutsi’s en gematigde Hutu’s uitbreekt. Honderdduizenden vluchtelingen overspoelen het grensstadje. In de chaos die volgt, verliest ze al haar vrienden uit het oog, al kan ze één man vrij kopen. Nog jarenlang houdt ze nachtmerries.

Dottermans vertelt het vanachter een katheder, te midden van een vloer bezaaid met zooi, met terzijdes over de naïeve jonge vrouw die ze was. De setting is sober, haar stem onaangedaan. Maar er sluipen steeds meer gruwelen in haar verhaal, over verkrachte vrouwen, vermoorde paters en wraakacties op de vluchtelingen die zij beschermen. Tot de emoties haar toch even overmannen. Het verhaal is niet nieuw, maar Rau en Dottermans bouwen langzaam naar een geladen finale.

Wat wringt, is de generaliserende aandachts-vergelijking, die ook een leed-vergelijking is, een ongemakkelijke vorm van whataboutism. Die trekt de structuur van de voorstelling behoorlijk krom. Net als de misplaatste inzet van een Franse actrice die, als Congo-wees met trauma, inleidt en afsluit, maar er verder als franje bij zit.

De moraal van Compassie, geïllustreerd met verwijzingen naar de films Dogville en Inglorious Basterds, is defaitistisch: uiteindelijk gaat het erom wie de machinegeweren in handen heeft. Oftewel: er is geen vergeving, het recht van de sterkste heerst. Dat is een ander punt om over na te denken.

    • Ron Rijghard