Opinie

    • Jannetje Koelewijn

Het monster van de angst stak zijn kop op

Bijna een halve eeuw lukte het Piet Vogel om de trauma’s uit zijn kinderjaren te onderdrukken. Hij praatte er nooit over. Hij dacht er zelden aan. Hij wist niet eens dat het trauma’s wáren. Toen stierf zijn vader, een man die zijn gezin in het ongeluk had gestort door in de oorlog voor de Duitsers aan het oostfront te vechten. En zelf ging hij met pensioen. Hij had bij Philips gewerkt, in Zwolle, en daar moest gereorganiseerd worden. Hij kwam op zijn vijfenvijftigste thuis te zitten, bij zijn vrouw – de kinderen waren de deur al uit – en opeens, zegt hij, stak het monster van de angst zijn lelijke kop op.

Hij zag zijn moeder weer voor zich, hoe ze in mei 1945 tussen twee mannen werd afgevoerd en niet meer omkeek. Hij was weer in het kindertehuis waar hij ’s ochtends na het opstaan op commando moest plassen, op wc’s zonder deuren. Het was zo’n obsessie geworden dat het op het laatst helemaal niet meer lukte. Een jongetje van zeven. Wat gebeurde er op zijn vijfenvijftigste? Hij kon niet meer plassen. Hij kon het alleen nog maar als er niemand in huis was en hij zeker wist dat er niemand zou komen. „Rampzalig”, zegt hij. „Niet mee te leven.”

Hij naar de huisarts. „Een buitengewoon progressieve man, ik kon goed met hem opschieten. Ik vertelde hem wat mijn probleem was en waar het volgens mij vandaan kwam. Ik vertelde hem over mijn vader en toen zei hij” – hier stokt zijn stem even – „dat hij mij niet kon helpen. Twintig jaar geleden, zei hij, had hij me niet eens te woord gestaan. Dat gevoel zat er nou eenmaal.”

De huisarts verwees hem naar de psychiater, dat wel. Die schreef hem meteen medicijnen voor. „Toen die niet bleken te helpen, zei hij dat hij niets meer voor me kon doen.” Ondertussen werden de plasproblemen alleen maar erger.

Uiteindelijk kwam hij bij een psycholoog terecht. „Nadat ik hem mijn verhaal had verteld, zei hij dat hij het wel met me wilde proberen . Maar Piet, zei hij, ik geef je geen garantie, want wat jij hebt meegemaakt, dat zit zo vast op je harde schijf, de kans dat je er vanaf komt is heel klein.”

Piet Vogel is nu tachtig en hij zegt dat hij een zeer gelukkig mens is. „Als je diepe ellende hebt ervaren, ben je al vrij snel tevreden.” Hij is lid van een vereniging voor sterrenkunde en van een filosofisch café. Hij heeft drie dikke boeken over zijn leven geschreven. Ze liggen voor hem op de tuintafel.

En het monster? „Dat is getemd.” Maar er hoeft maar iets te gebeuren – zijn vrouw die boos op hem is, iemand die lelijk tegen hem doet – of het is er weer. En langer dan een paar dagen van huis, dat durft hij al jaren niet meer. Dus met vakantie? Pieter Vogel brengt de zomer liever door op het terras van zijn tuin.

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) schrijft deze weken de wisselcolumn met Floor Rusman.

    • Jannetje Koelewijn