Profiel

Édouard Philippe, Premier van Frankrijk

Macrons schaduw: de Franse premier Philippe

De tot voor kort vrij anonieme Édouard Philippe moet nu als premier Macron verdedigen.

Het is waarschijnlijk zijn belangrijkste optreden als Frans premier tot dan toe. Maar als Édouard Philippe het spreekgestoelte van de oververhitte Assemblée Nationale betreedt om uitleg te geven over de affaire rond een Élysée-medewerker die rake klappen uitdeelde, oogt hij geen greintje minder ontspannen dan anders. De oppositie spreekt van een „staatsaffaire”, vreest een „schaduwpolitie” en ziet in de ontsporing van de voormalige bodyguard van Emmanuel Macron, Alexandre Benalla, het bewijs dat de president „als gekozen koning” ieder contact met de werkelijkheid verloren heeft. Met twee moties van wantrouwen tegelijk, voor het laatst vertoond in 1980, willen partijen op links en op rechts Philippes regering naar huis sturen.

„Maar waar gaat deze zogenaamde affaire-Benalla over?” relativeert Philippe dinsdagmiddag in de Franse nationale vergaderzaal. Benalla heeft op 1 mei als waarnemer bij een demonstratie „onacceptabele dingen gedaan” en in de snel opgezette enquêtecommissie is gebleken dat er een „disfunctioneren in de voorbereiding en het verloop van deze waarnemersmissie was”. Dat komt door „individuele fouten”, zegt hij. En het Élysée heeft meteen gereageerd. „Wat gedaan had moeten worden, is gedaan. Op 1 mei heeft Alexandre Benalla zich schokkend gedragen en op 4 mei is hij gestraft.” Hij kreeg twee weken schorsing en degradatie. „We kunnen doorzeuren over hoe adequaat die straf was, maar er is een straf geweest. […] De democratie, dames en heren, heeft gefunctioneerd.”

Philippe, nu 47 jaar oud, was tot vorig jaar burgemeester van Le Havre. Een belangrijke havenstad, maar een metropool als Bordeaux of Lyon is het niet. Ook was hij namens de Republikeinen van oud-president Nicolas Sarkozy lid van de Assemblée Nationale. Zichtbaar was hij daar niet. Type backbencher. Philippe stond bekend als grapjes makende levensgenieter die in zijn vrije tijd met boezemvriend Gilles Boyer, ook politicus, weinig succesvolle thrillers over het politieke bedrijf schreef. In die boeken spelen politieke manusjes-van-alles, de hommes de l’ombre in de schaduw van de werkelijke macht, een grote rol. Édouard Philippe is zo iemand. „Ik leef sinds dertig jaar in een wereld waar de mensen kwaadaardiger en geslepener zijn dan gemiddeld”, zegt de verteller in Dans l’ombre (2011). „Ik heb dat aspect van het vak altijd verdragen.”

Als vertrouweling van oud-premier Alain Juppé, door hem nog altijd le patron, de baas, genoemd, kwam hij vanaf 2016 iets vaker in beeld toen hij een van de woordvoerders van diens presidentscampagne werd. Juppé zou na het mislukte presidentschap van de socialist Hollande president worden, dat wist iedereen in Parijs. Maar zijn campagne sneefde al bij de voorverkiezingen. Philippe had op het verkeerde paard gewed.

Lees ook: President in het nauw, affaire nepagent is nu affaire-Macron

Angel

Maar die dinsdag, na een week gebakkelei over Benalla en de repercussies voor de president, haalt Édouard Philippe als premier van Frankrijk met brio de angel uit de grootste politieke crisis sinds de spectaculaire verkiezingsstrijd van vorig jaar. Hij zet de politieke spelletjes van de „gelegenheidscoalitie” tussen links en rechts weg als laatste stuiptrekking van de oude politieke wereld die zand in de goed draaiende hervormingsmotor wil strooien. „We gaan niet langzamer, we laten niet los, we gaan door tot het einde van ons project”, oreert hij onder applaus van de zonder regie van Macron verweesd ogende meerderheid van La République En Marche (LREM).

Philippe is Macrons „ideale bliksemafleider”, kopt weblog Le HuffPost. „Naar zijn woorden werd uitgekeken”, vat commentator Benjamin Duhamel op tv-zender LCI het sentiment samen. Hij toonde zich „garant van de instituties” en „generaal van de parlementaire meerderheid”.

Wonderlijke positie

Dat lijken holle frasen, maar ze passen bij de wat wonderlijke positie die de premier in het Franse bestel inneemt. Hij of zij dient bij de gratie van de president. Terwijl die zich in de door De Gaulle geschreven grondwet van 1958 nooit op het politieke slagveld hoeft te vertonen, functioneert de premier als aards gezant van het republikeinse opperwezen. Alleen hij is verantwoording aan de Assemblée schuldig. Alleen hij legt, de facto, de onpopulaire besluiten uit. Ieder moment kan de president hem naar huis sturen. „U hoopt de president te treffen, niet de regering”, concludeert Philippe in het debat over de moties. Hij kent zijn rol.

Eerdere premiers spraken daarom van „de hel van Matignon”, naar de naam van het werkpaleis van de regeringsleider. Maar wie Philippe in actie ziet, kan nauwelijks geloven dat hij zijn betrekking als zodanig beschouwt. Hij gaat met zijn handen trommelend op rockmuziek door het leven, bleek uit een recente tv-documentaire over zijn burgemeesterschap. Big Macs etend, cola drinkend. Machiavelli naast het woordenboek op zijn bureau. Medewerkers in Matignon klaagden dat hij tijdens het lezen van de stukken onder de gouden kroonluchters wel erg hard Bruce Springsteen aan had staan. Gevraagd naar die hel „waar alles weer op terugkomt”, zou Philippe volgens Le Parisien een bezoeker hebben geantwoord: „Nee, niet alles. Maar wel al het gelazer.”

De verhoudingen tussen de president en de premier lijken bijna anderhalf jaar na Macrons verkiezing niettemin harmonieuzer dan ooit tevoren. De machtsstrijd tussen Hollande en zijn premier Manuel Valls, of eerder die tussen Nicolas Sarkozy en François Fillon, ligt nog vers in het geheugen. Macron en Philippe vormen een tandem: de president zet de grote lijnen uit, Philippe voert uit – in hoog tempo. „De gelukkige technocraat”, noemde columnist Éric Zemmour hem. Daarbij heeft hij weliswaar de steun van de meerderheid van Macrons partij La République En Marche in het parlement, maar dat is niet zijn eigen partij: nadat hij om zijn samenwerking met Macron geschorst werd door de Republikeinen, nam hij niet eens de moeite om lid te worden van LREM. Maar bij zijn aantreden noemde hij zich wel „man van rechts”. Zelden is een premier „zo afhankelijk van een president geweest”, zei historicus Jean Garrigues, kenner van de Vijfde Republiek, onlangs in L’Opinion.

Zelfs als zijn politieke held, Juppé, wel president was geworden, dan had Philippe maximaal kunnen hopen op een ministerschap, noteert die krant. „Édouard Philippe, u weet wel, dat lange, kalende type dat niemand kent”, tekende Le Monde uit zijn eigen mond op. Het premierschap is voor hem de hoofdprijs, ambitie om Macron in 2022 uit te dagen lijkt hij niet te tonen. Macron heeft hem gekozen om zijn praktische instelling, zeggen vertrouwelingen. Omdat hij niet sektarisch is. En om Frans rechts te breken nadat hij eerst links in de touwen had gekregen.

Beiden steunden op jonge leeftijd de sociaal-liberale hervormer Michel Rocard, beiden doorliepen de prestigieuze bestuurdersschool ENA. De een werd liberaal van links, de ander liberaal van rechts. In de tv-documentaire, gemaakt door een oud-klasgenoot, werd hem gevraagd naar zijn politieke overtuiging. „Je hebt geen linkse of rechtse tramlijnen”, zei Philippe. „Er moet een tram komen.”

    • Peter Vermaas