Die snelheid. De power die eraf spat

Roeien

De ‘Acht’ is de Formule 1 van het roeien. Het geheim is de juiste samenstelling. „Achter een gehaast persoon zet je een rustig karakter.”

Plotseling welde duizeligheid op. Carline Bouw was zó diep gegaan, dat ze na de huldigingsceremonie op de EK in Glasgow moest gaan zitten. Haar bronzen medaille glom even niet; die hing als een klepel om haar nek. Nadat Bouws hoofd tot rust was gekomen, verklaarde de roeister onbeschroomd de liefde voor de Acht, het boottype dat in haar beleving genot en wreedheid verenigt. „Weet je”, zegt Bouw, zittend op het hoekje van het platform, „alleen de start al, dat geweld en dat geluid, magisch. En daarna die snelheid. Supergaaf, man.”

De Acht, de dichtstbevolkte wedstrijdboot, spreekt tot veler verbeelding. Ook bij leken, die de gecompliceerdheid en dynamiek herkennen. De Formule 1 van het roeien. Het is ook een vrij exclusief onderdeel vanwege de bootomvang en de hoge technische eisen die aan de roeiers gesteld worden. Alleen grote roeilanden zijn zowel kwantitatief als kwalitatief in staat een Acht op niveau samen te stellen. Kleine landen wagen zich niet eens aan zo’n project.

De omvang van het deelnemersveld op de Europese kampioenschappen in Glasgow was daar afgelopen dagen de weerslag van. Vele boten zagen af van deelname vanwege de WK, volgende maand in Bulgarije. Een vrouwenveld met slechts drie Achten leidde tot de koddige situatie dat na een heat van die drie boten – om de baanindeling te bepalen – diezelfde boten zaterdag de finale voeren. En Nederland werd derde. Of laatste, achter Roemenië en Groot-Brittannië, zoals bondscoach Josy Verdonkschot tot zijn afgrijzen vaststelde.

De finale van de mannen Acht is onderweg in Glasgow. Foto RUSSELL CHEYNE/Reuters

Bij de mannen was er meer strijd, alleen al vanwege de zeven ingeschreven boten, waarvan Polen als enige de finale misliep. Nederland haalde zondag uiteindelijk zilver op bijna een bootlengte achterstand van Europees kampioen Duitsland. De tweede plaats werd overigens met een verschil van tweetiende seconde ten opzichte van de Roemeense boot veiliggesteld.

Het bemoedigende aspect: de Holland Acht biedt met het nieuwe duo slagroeiers Freek Robbers en Lex van den Herik olympisch perspectief. Een kwestie van alleen het gat met het dominante Duitsland dichten.

Juiste mensen op juiste plaats

De samenstelling van een Acht vereist volgens kenners roei-intelligentie. Mark Emke, bondscoach van de mannen, vindt dat een tikje overdreven. „Kwestie van de juiste mensen op de juiste plaats zetten”, zegt hij droogjes. Maar dat is het juist. Vind die mensen maar eens en zet ze daarna in de goede volgorde.

Josy Verdonkschot, Emke’s collega bij de vrouwen, drukt het plastischer uit: „Ik zie het als een dominospel. Alle steentjes moeten passen. Voor een gehaast persoon moet je een rustig karakter zetten. En achter een ietwat sloom type plaats je iemand met peper. Los van ieders technisch vermogen moet er zo een machientje ontstaan.”

Waar Emke met zijn Holland Acht volgens een vrij vaste structuur werkt, zoekt Verdonkschot het bij de vrouwen meer in de onderlinge competitie. Emke heeft al zes namen in zijn hoofd voor de olympische boot, over twee jaar in Tokio. Voor de resterende twee plaatsen heeft hij acht kandidaten. „Dan kan ik de passende types kiezen.”

Deur niet dichtgooien

Verdonkschot houdt alle opties open, verdeelt de roeisters nu nog over diverse boten om in 2019 tot een definitieve samenstelling te komen. Zijn verklaring: „Dit jaar is: kom maar binnen. Volgend jaar is het: zo hoog ligt de lat, dit is het niveau dat we willen. Ik wil de deur niet dichtgooien voor roeisters die nog volop in ontwikkeling zijn.”

Hoe verschillend Emke en Verdonkschot ook zijn, zij hanteren beiden de gulden regel dat een Acht wordt opgebouwd uit twee technische roeiers op slag, vier krachtpatsers in het midden en achterin, op boeg, twee met gevoel voor de boot. Die moeten, zoals Emke uitlegt, de correcties aanbrengen.

En de stuurman? „Die zit maar te sturen”, houdt de bondscoach het simpel. „Hij moet zorgen dat afspraken worden nagekomen, op het juiste moment van ritme wordt veranderd en de boot rechtdoor gaat.”

Bepalend voor de snelheid is het tempo van de slagen. Bij de mannen ligt dat bij de start op 46 tot 48 slagen per minuut, in het middengedeelte rond de 40, om op weg naar de finish het ritme op te voeren tot 46 of meer. Bij de vrouwen ligt die verhouding op grofweg 40-37-40. De roeier op slag is verantwoordelijk voor het tempo, zij het dat het ritme er door de duizenden trainingsuren dusdanig is ingesleten dat alle acht roeiers – als het goed is – een harmonieus geheel vormen.

Persoonlijkheid speelt bij de selectie een ondergeschikte rol, beweert zowel Verdonkschot als Emke. De mannenbondscoach ziet het als een samensmelting van acht ego’s die organisch de hiërarchie bepalen. Mark Emke: „Je hebt altijd een natuurlijke leider en eentje op wie wordt ‘gepikt’, zo functioneert nu eenmaal een groep.”

Alleen vriendinnen werkt niet

Verdonkschots ervaring is dat de rolverdeling binnen en buiten de boot van elkaar kan verschillen. „De kapitein van het schip kan best op boeg zitten. Het slechtste wat je als coach kunt doen, is alles te middelen, grijs te maken. Alleen vriendinnen in een boot, dat werkt niet. Ik zie het zwart-wit. Ik kies voor degenen die op de juiste momenten het juiste vermogen leveren.”

Eenmaal op het water kan Verdonkschot intens genieten van een Acht. Bijna bombastisch: „Die synchroniciteit, die synergie, die kracht, die snelheid; niemand gaat harder. Prachtig.”

Kent Emke diezelfde verrukking? Niet helemaal, want hij kan ook genieten van van andere boten. „De charme van de Acht? De snelheid, natuurlijk. De power die eraf spat.”

    • Henk Stouwdam