Opinie

    • Marc Hijink

Op eenzame hoogte boven Utrecht CS

Doe je rugzak op je buik, dat klimt makkelijker, zegt Marco van Dulst. De 54-jarige kraanmachinist gaat voor naar zijn werkplek, op 76 meter hoogte naast Utrecht CS. Eerst een paar smalle trapjes, dan in een liftje dat net onder de draaikrans stopt. Vanaf daar klim je nog wat winderige meters, door het luik, naar de oranje cabine. Even ademhalen en dan: uitzicht.

De Dom. Het stadskantoor – die witte U naast de verrekijker van de Rabobank. Het golvende stationsdak en de transparante bollen die boven het stationsplein hangen. De intercity uit Den Haag arriveert: maatje Märklin op een modelspoorbaan.

Zoals een haan de boerderij wekt, zo groet Marco ’s ochtends zijn stad met een tweet: een mooie zonsopgang met een zinnetje erbij. Niks hoogdravends, gewoon: „Goed smeren vandaag.” Of: „Bijna weekend.”

Meer dan tweeduizend Twitter-volgers heeft hij. Het was de sociale media-afdeling van bouwbedrijf BAM die hem ertoe aanspoorde – andere kraanmachinisten twitteren ook.

Er staan er nogal wat torenkranen rond het Utrechtse stationsgebied. Dat wordt van Hoog Catharijne tot aan de Jaarbeurs voor 3,2 miljard euro verbouwd. Dit is het drukste station van Nederland, dat 88 miljoen bezoekers per jaar verwerkt – dat worden er 100 miljoen in 2030.

’s Ochtends banen Utrechtse forenzen zich een weg door de fietsjungle, survival tussen e-bikes en bouwwerkzaamheden. Boven merk je niets van de hectiek. Soms vraagt Marco zich af waar al die poppetjes naar toe gaan. Of hoe snel Utrecht onder zijn handen verandert van provinciestad in metropool.

Veel tijd om te filosoferen is er niet. Zeker tijdens de ruwbouw is het aanpoten. Dan komen via de portofoon non-stop opdrachten binnen: die container naar links, die metalen plaat naar rechts. „Ze denken soms dat ik een robot ben.”

Gelukkig heeft hij beneden zijn vaste hijsmaatje, Pieter, die hem feilloos aanvoelt. Ook wanneer het te druk wordt. Als kraanmachinist voer je risico-analyses uit: je moet de last van A naar B brengen, zonder over mensen heen te bewegen. Altijd geconcentreerd blijven, dat is zijn verantwoordelijkheid.

Als je tussendoor moet plassen, gaat dat in een fles want op en neer klimmen duurt te lang. Alleen om half één neemt Marco een uurtje pauze, beneden.

Zijn Liebherr is „de Mercedes onder de torenkranen”, een gevaarte dat je met kleine joysticks bedient. Je voelt dat het gewicht van een paar ton de cabine doet kantelen. Probeer het maar eens, zegt Marco. De hijskraan draait, zoals een boot nog een tijdje blijft doorvaren als je het gas loslaat.

Hij heeft nu een ventilator opgehangen, tegen de hitte. Op het cabineraam plakte hij een stukje vloerbedekking, zijn tenen bungelen boven de stad als hij koffie drinkt. Dan is er even tijd om te lachen met de andere kraanmachinisten in de buurt – ze houden via de portofoon contact met elkaar.

Marco voelt mee met zijn collega’s beneden, die het hele jaar buiten werken terwijl hij hoog en droog zit. Andersom prijzen zijn collega’s op de grond zich gelukkig dat zij niet de hele dag in zo’n klein hokje zitten. Een beetje eenzaam.

„Als ze trakteren op een ijsje, dan vergeten ze nog wel eens dat hierboven ook iemand zit”, zegt Marco. Het blijft een afstand, 76 meter.

Marc Hijink is redacteur technologie. Hij vervangt Marike Stellinga tijdens haar vakantie.
    • Marc Hijink