De Waard-types willen niet tussen de stacaravans staan

Met het faillissement van kampeerwinkel Vrijbuiter dreigt ook tentenmerk De Waard te verdwijnen. Dat zou het einde betekenen van een Nederlands icoon op de camping.

Bart Lakeman met twee van zijn kinderen in zijn De Waard-tent op de camping in Baarn. Foto's Jasper Juinen

Je hebt „van die echte De Waard-types” én je hebt mensen zoals Bart Lakeman (33). Vandaag op zwarte badslippers van Nike, in een korte broek van joggingstof en goed geluimd. Zijn twee dochters, Marit van 5 en Amber van 7, dartelen rondom de tent – wél eentje van De Waard, overigens – op gekleurde crocs. Hun broertje Davie (4) speelt verderop in de zandbak van camping De Zeven Linden in Baarn.

De Waard-types zijn volgens Lakeman mensen die graag naar natuurcampings gaan en van duurzaamheid houden. Ze willen rust en ruimte. „Voor mij geldt: als de kinderen het maar leuk hebben.”

Lakeman, docent op het mbo, heeft zijn De Waard van zijn ouders overgenomen. De tent is van het type ‘Vergrote Zilvermeeuw’, de grootste onder de De Waard-tenten, en 27 jaar oud. Lakeman ging er voor het eerst mee weg toen hij zes jaar oud was. „Ze maken de tenten bijna te goed om aan te verdienen”, zegt hij. Zijn ouders hebben er destijds 3.300 gulden voor betaald (ongeveer 1.500 euro). Tegenwoordig kost de Vergrote Zilvermeeuw 2.199 euro.

Nederland dreigt een icoon armer te worden. Kampeerhal Vrijbuiter, waar De Waard onder valt, werd woensdag failliet verklaard. Vrijbuiter ging volgens de curatoren ten onder aan te ambitieuze groeidoelstellingen en langjarige huurcontracten met slechte voorwaarden en tegenwind voor de hele detailhandel. Het is de vraag hoe het nu verder zal gaan met De Waard. Volgens Ivo Richaers, de CEO van Vrijbuiter is het tentenmerk ,,geen goudmijn’’. Maandag blijkt hoeveel potentiële kopers op Vrijbuiter hebben geboden en gaat de curator onderzoeken af er een goed bod bij zit.

Die gekke tent van De Waard

De eerste De Waard-tent, de ‘Albatros 1’, werd in 1948 ontworpen door Machiel de Waard, zeilmaker voor de Koninklijke Marine. Er was behoefte „aan een tent die nooit omwaait”, aldus de site van De Waard. De ANWB sprak volgens diezelfde site van „die gekke tent van De Waard” omdat de Albatros niet vierkant was, zoals tot dan toe gebruikelijk.

Sindsdien is De Waard een begrip in Nederland. De hoekige beige tenten tekenen het landschap van menig camping, waar ze soms geheel ingericht worden aangeboden onder de noemer ‘glamping’: glamorous kamperen.

De De Waard-tent van Monique Bosman op de camping in Baarn. Foto Jasper Juinen

De Waard-kampeerders knikken eerder naar elkaar, zegt Monique Bosman (57), die ook op de camping in Baarn in een Vergrote Zilvermeeuw staat. Campingbaas Sjors van Gestel (27), die net aan is komen rijden op zijn golfkarretje, zegt: „De Waard-types willen niet op een camping staan met stacaravans, maar op een camping met alleen maar tenten.” Ze willen ook geen heggen tussen de staplaatsen, zegt hij, maar vrije natuur. Geen snackbar, maar een bakker die vers brood maakt.

Er is wel eens onderzoek gedaan naar de klantenkring van De Waard, zegt Ivo Richaers. ,,Het zijn vaak tweeverdieners met kinderen, maar ook veel 50-plussers.’’ Volgens Richaers hebben adviseurs hem regelmatig op het hart gedrukt om de tenten van slechtere kwaliteit te maken, zodat klanten sneller aan een nieuw exemplaar toe zijn. ,,Maar daar gaan we natuurlijk niet aan beginnen.’’ Er worden ongeveer 2000 tenten per jaar verkocht.

Goedkope koepeltenten

De Zeven Linden in Baarn is „gemixt”, zegt Van Gestel. Er zijn 350 plekken. Dit weekend staan er zo’n acht tenten van De Waard. Verder: andere tenten, (sta)caravans en vouwwagens. Het gebeurt volgens Van Gestel steeds vaker dat bezoekers hun goedkope polyester koepeltenten in de campingcontainer achterlaten. „Dan krijgen ze ‘m niet opgevouwen.”

Tegelijkertijd ziet hij een tegenbeweging op dat consumentisme, hij constateert bijvoorbeeld dat retro in de mode komt. „Mensen komen ineens met oude caravans en campers aanzetten.” Daarom heeft hij goede hoop voor De Waard. Het is een klassiek merk, zegt hij.

De Waard-tenten worden door gebruikers geprezen om de ‘compartimenten’. Met de bruin-beige gestreepte gordijnen worden achterin slaapkamers van elkaar afgescheiden. Bij Bart Lakeman zijn het er drie. De twee zussen slapen links, vader en moeder in het midden, het broertje rechts, in zijn eentje. Amber: „Anders gaat hij te veel praten.” Daarvoor is de ‘huiskamer’.

Bart Lakeman met zijn kinderen in zijn De Waard-tent op de camping in Baarn. Foto Jasper Juinen

Gewoon omdat ze behoefte hebben aan iets nieuws, kijken Lakeman en zijn vrouw alvast naar hun volgende tent. Anders dan de meestal stellige De Waard-types, kijken ze ook naar andere merken. Karsten bijvoorbeeld, ook een oer-Nederlands merk en een geduchte concurrent. Met als groot voordeel dat deze tenten gemakkelijker staan; ze zijn oppompbaar. Over het opzetten van hun De Waard deden Lakeman en zijn vrouw eerder deze week een uur.

Tweede thuis

De Vergrote Zilvermeeuw van Monique Bosman staat onder de naaldbomen op een veld dat is bezaaid met kleine dennenappels. Normaal is het gras groen, maar door de droogte is het geel. Ze heeft een koelkast mee en zelf een luxe bed gemaakt door twee dikke luchtmatrassen bovenop elkaar te leggen.

Een vouwwagen, heeft zij daar wel eens aan gedacht? „Oh gut, nee, dat is mij te veel binnen.” Zij en haar man blijven hier tot oktober staan. „Een caravan is ook te benauwd. In een tent hoor je de natuur.” Dit is haar tweede thuis, haar man gaat vanuit hier naar zijn werk en zij gaat iedere zondag gaat ze naar de kerkdienst.

Thuis in de opbergruimte heeft ze ook nog een ‘Kemphaan’ en een ‘Papegaaiduiker’. Vroeg hadden ze een ‘Jan van Gent’ en een ‘Zilverplevier’. Bosman ziet zichzelf niet voor zich in een tent van een ander merk. „Wij stonden aan het Gardameer toen een jaar of acht, negen geleden die enorme hagelstenen uit de lucht kwamen vallen. Er waren zelfs modderstromen. Caravans waren helemaal kapot, maar wij bleven staan.”

Monique Bosman zit bij haar De Waard-tent op de camping in Baarn.

Foto Jasper Juinen

    • Kim Bos