Boeken aanprijzen graag in recensies, niet op tournee met de auteur

Quaestio uit de scholastieke ombudscanon: Hoe moet de krant omgaan met boeken van eigen redacteuren? Respondo: dat gaat zelden of nooit goed. Redacteuren die een boek schrijven hebben hoge verwachtingen van hun ‘eigen’ krant, collega’s oefenen druk uit, hoofdredacties kijken met één oog bezorgd mee. En dan: een positief oordeel leidt onvermijdelijk tot argwaan bij lezers – gratis reclame? – een negatief oordeel tot wrok bij de auteur: en dat in mijn eigen krant!

Argumenten vóór zijn er ook: lezers die een redacteur volgen, zijn benieuwd naar diens boek en een oordeel, en warempel, het zijn ook vaak boeken die een bespreking waard zijn.

Maar ongemakkelijk blijft het.

Dat blijkt ook wel, want onder de kritische bespreking van de jongste bundel van Bas Heijne door filosoof Maarten Doorman verscheen op nrc.nl deze ad hoc toelichting: „Boeken van NRC-redacteuren worden altijd gerecenseerd door medewerkers die niet in dienst van de krant zijn.”

Dat gebeurde in overleg met de hoofdredactie, zegt chef Boeken Michel Krielaars, om de indruk te voorkomen dat de krant eigen redacteuren afbrandt. Dit was het oordeel van een relatieve buitenstaander.

Toch vind ik het een curieus tekstje, om diverse redenen.

Het moet distantie garanderen, maar veel medewerkers zijn al jaren verbonden aan de krant. Zo schrijft Doorman, in het dagelijks leven filosoof, dichter en dierenvriend, al vanaf ten minste 1990 stukken voor NRC.

Bovendien, je zou ook kunnen vrezen dat juist losse medewerkers geneigd zijn een redacteur een beetje te sparen; voor je het weet vragen ze je niet meer!

Het belangrijkste is, net als bij andere recensies, dat de bespreker geen zakelijke of persoonlijke belangen heeft hij zijn oordeel. Zulke regels voor recensies zijn ook eerder iets voor het Stijlboek; dan ben je meteen af van dat rare onderschrift.

Aanleiding daarvoor was discussie over een recensie van een boek van NRC-correspondent Derk Walters over Israël door journalist Els van Diggele, een stuk dat werd opgetuigd met drie ballen, maar dat las als een bijna lege ballenbak. Ook daaronder staat nu het tekstje.

Juist bij die recensie was nog iets heel anders aan de hand, dat óók raakt aan de eis van redactionele onafhankelijkheid. Want die geldt niet alleen tussen de auteur en recensent, ook tussen redactie en recensent.

Boeken opende het katern vorig najaar met een positieve bespreking (vier ballen) van Van Diggele’s eigen nieuwe boek over Palestijnse broedertwisten. Een geweldig boek, zegt Krielaars, die het ook verkoos tot zijn favoriet van 2017 in het jaaroverzicht van de bijlage.

Prima, dat kan. Maar de chef Boeken, die deze auteur al langer persoonlijk kent, was zó enthousiast dat hij met haar op een promotie-tournee ging, om haar boek nog meer voor het voetlicht te brengen. Kan dát?

Van januari tot eind mei dit jaar zijn online vijf openbare interviews te vinden van de „chef Boeken NRC” met Van Diggele. Achtereenvolgens in boekhandel Paagman te Den Haag, bij de Liberale Joodse Gemeente in Amsterdam, in literaire salon Schimmelpennink in die stad, in Het Leesteken te Purmerend, en boekhandel Blokker te Heemstede. Bij die gelegenheden werd het boek verkocht.

Krielaars deed dat als vriendendienst, zegt hij, onbetaald en voor een heel klein publiek, en vooral omdat hij het dus een belangrijk boek vindt. De krant wil graag publieke optredens van de chef Boeken, de hoofdredactie moedigt dat aan.

Ook dat kan ik me voorstellen. Maar toch. Zo vaak samen optreden, hoe goed bedoeld ook, betekent dat je je laat inschakelen in de promotiecampagne van een schrijver of uitgeverij. Dat lijkt me, in elk geval in de geest, strijdig met de regel in het Stijlboek dat NRC-redacteuren hun naam niet mogen verbinden aan „reclamecampagnes”.

Bovendien, in zijn recente eigen boek Alles voor het Moederland (2017), dat in NRC vier ballen kreeg, bedankt Krielaars zijn „kritische vriendin” Van Diggele voor haar waardevolle adviezen, die hem voor „uitglijers” hadden behoed. Dat is netjes. Maar het wordt wel ingewikkeld als degene die je een dienst heeft bewezen voor jouw boek en die vervolgens samen met je háár boek aan de man gaat brengen, ook nog recensent in je boekenbijlage wordt.

En dat bleek. Want kritiek van één besproken auteur en een briefschrijver op de twee recensies die Van Diggele kort na elkaar in Boeken publiceerde, werd door de chef afgewimpeld of uit de krant geweerd – zij had gewoon honderd procent gelijk. Op mijn voorspraak, nadat de auteur zijn nood had geklaagd, haalde een beknopt weerwoord van diens hand op de eerste recensie alsnog de brievenrubriek. Ook een kritische brief over de volgende recensie haalde pas met vallen en opstaan de kolommen.

Natuurlijk moet de redactie pal kunnen staan voor een recensent. Maar soms hebben lezers ook een punt – en ook debat over een recensie kan nuttig zijn. Juist daarom moet de krant ervoor waken dat het engagement met een bespreker niet ten koste gaat van een zakelijke beoordeling van diens stukken én van de kritiek daarop.

Dat beseft Krielaars ook wel, zegt hij nu. Hij staat achter die recensies, maar met de kennis van nu had hij zo’n reeks gezamenlijke optredens beter niet kunnen doen. Ja, inderdaad.

Onafhankelijkheid begint aan de top, ook bij boeken.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

    • Sjoerd de Jong