Recensie

AI en robots: nieuwe fase in de evolutie of gewoon statistiek 2.0?

Artificiële intelligentie

AI en robots dringen overal bestuurskamers binnen – in elk geval als gespreksonderwerp. Maar wat kan de technologie nou écht al, en vooral: wat niet? Wat is hype en wat is echt? NRC selecteerde vijf slimme boeken over slimme computers.

Foto Nhac Nguyen/AFP

Agrawal, Gans, Goldfarb: Prediction Machines. Harvard Business Review Press, 256 blz. € 24,99

●●●●

Deze drie hoogleraren halen meteen maar de lucht uit de hype. Hartstikke mooie techniek hoor, dat deep learning, maar als je er nuchter naar kijkt is het toch vooral statistiek 2.0. Het voornaamste nut van kunstmatige intelligentie zit ’m in het doen van voorspellingen.

Als je een zoekmachine vraagt om een antwoord op de vraag wat de hoofdstad is van Kazachstan, dan wéét die zoekmachine het antwoord niet, Google snápt niet dat het Astana is. De zoekmachine voorspelt op basis van grote hoeveelheden andere data dat het antwoord ‘Astana’ wel bij de vraag ‘hoofdstad van Kazachstan’ zal horen.

Maar dat betekent niet dat de auteurs AI helemaal teniet doen. Ze argumenteren overtuigend dat voorspellingen doen nou net één van de kerntaken is van bedrijven: voorspellingen over de markt, over consumentengedrag, economische omstandigheden. Juist door het onderwerp te reduceren tot de vrij simpele kern laten ze zien hoe groot de potentie is. Dat de hoofdeconoom van Google fan is van het boek is een extra reden om het aandachtig te lezen.

Mols, Vergunst: Hallo Robot. Nieuw Amsterdam, 288 blz. € 19,99

●●●●

Technologiejournalist Bennie Mols en informaticus Nieske Vergunst schetsen zonder al te veel poespas een behoorlijk compleet overzicht van de laatste stand van zaken in de robotica en AI. Hallo Robot biedt een nuttig en kijkje in wat er allemaal kan - en wat nog niet.

Het blijkt bijvoorbeeld nog bijzonder ingewikkeld om machines te bouwen die echt goed zelfstandig kunnen navigeren door moeilijke ruimtes. Traplopen, mensen ontwijken in gangen, dat soort dingen.

Misschien kunnen robots bepaalde dingen wel nooit helemaal zelfstandig en zit de grote winst erin als mensen en machine sámen kunnen werken, beargumenteren de auteurs. Ze halen - soms net wat opsommerig - veel voorbeelden aan uit de praktijk, van wijnproefrobots tot drones tot robotarmen.

Maar de auteurs zijn zeer goed ingevoerd en tonen in dit begrijpelijke boek aan dat zowel de utopische visies (robots gaan zorgen voor een Luilekkerland van overvloed) als de dystopische visies (we gaan er allemaal aan!) grote tekortkomingen hebben.

Max Tegmark: Life 3.0. Maven, 392 blz. € 24,50

●●●●

Voor een lekker potje wetenschappelijk onderbouwd luchtfietsen over de toekomst van kunstmatige intelligentie moet je bij Max Tegmark zijn.

De natuurkundige en cosmoloog beschrijft eerst dat topwetenschappers op het gebied van AI tot op het bot verdeeld zijn over de vraag of computers ooit slimmer zullen zijn dan mensen. Om vervolgens keihard partij te kiezen voor het singularity-kamp, dat gelooft dat het slechts een kwestie van tijd is dat we met AI een nieuwe levensvorm scheppen.

We gaan volgens Tegmark een nieuwe fase in van onze evolutie. Het is toekomstkijken dus er is veel af te dingen op de stellige zekerheid en zeer vergaande extrapolaties van Tegmark, maar in zijn genre is het een bijzonder goed onderbouwd en uitgewerkt boek.

Het is echt zo’n boek van de Grote Vragen: wat moeten we als mensen nog doen als we niet meer slimste op deze planeet zijn? Wat is leven? En wat als computers ons willen overheersen? Bereid je voor op een fantasierijk betoog dat niet per se gerust stelt.

McAfee & Brynjolfsson: Machine, Platform, Crowd. WW Norton & Co, 416 pagina’s, € 24,99

●●●●●

Dit boek haalt het qua ideeënrijkheid niet bij zijn voorganger The Second Machine Age, het baanbrekende boek uit 2014 dat het debat over banenverlies door robots liet losbarsten. Maar Machine, Platform, Crowd (2017) is toch een waardige opvolger.

MIT-hoogleraren Brynjolfsson en McAfee duiken diep in de meest innovatieve bedrijven waar AI wordt ontwikkeld en toegepast, en ze bieden allerlei praktische tips voor bedrijven, overheden en ondernemers om de vruchten te plukken van de revolutie die gaande is. Het is echt een business book.

Ze populariseren de laatste inzichten uit de wetenschap over waar robots en kunstmatige intelligentie zich nou al echt nuttig kunnen maken. Dat zijn vooral werksituaties die zijn samen te vatten met de ‘vier D’s’: Dull, Dirty, Dangerous, Dear.

Maar naast saai, vies, gevaarlijk en duur werk staat ook creativiteit op het punt om (deels) geautomatiseerd te worden. Neem het ontwerp van de Chinese Shanghai Tower, dat door een computer is bedacht en pas later is aangevuld door menselijke ontwerpers.

Nick Bostrom: uperintelligence. Oxford University Press, 432 blz. € 11,99

●●●●

De klassieker die ook na vier jaar van razendsnelle ontwikkelingen in AI niet verouderd is geraakt. Oxford-filosoof Nick Bostrom legde met Superintelligence zo’n beetje de basis voor de huidige intellectuele discussie over de gevolgen van supermenselijke intelligentie. Het is een flinke pil maar de moeite waard. Beroemd is zijn paperclip-probleem. Dat beschrijft het gevaar van hoe kunstmatige intelligentie werkt: het volgt zelfstandig een weg naar een voorgeprogrammeerd doel. Als dat doel is: ‘maak zoveel mogelijk paperclips’, dan kan een AI zelfstandig besluiten dat het alle grondstoffen op aarde om gaat zetten in paperclips. En alle pogingen van mensen om de stekker eruit te trekken blokkeert. Zijn punt is dat intelligente computers per ongeluk de mensheid kunnen uitroeien.

Superintelligence is een meeslepende, bij vlagen doodenge gedachtenoefening over de logica van superintelligente computers. Niet direct een boek voor ondernemers of beleidsmakers die willen weten wat ze morgen op kantoor aan moeten met AI - of misschien juist wel?

    • Wouter van Noort