Recensie

Subtiele humor en irrationeel geweld

Voor wie de Chinese schrijver Yu Hua nog niet kent is dit een mooie eerste kennismaking, met verhalen die je nu eens onderdompelen in een onbekende wereld.

Iedere keer als ik iets van Yu Hua lees verbaas ik me erover dat de man in zijn jonge jaren, voor hij ging schrijven, als tandarts heeft gewerkt – een van de medische beroepen die weinig met de psychologische aspecten van de mens samenhangen. Als schrijver laat Yu Hua (1960) juist in al zijn werk de mens als handelend, interactief wezen zien.

Ook in de recent verschenen verhalenbundel Flesjes knallen is de verbindende factor Yu Hua’s interesse voor wat mensen beweegt, als individu en als deelnemer van de samenleving. De meeste verhalen hebben een vleugje subtiele humor, maar in een paar gevallen overheerst irrationeel geweld – wat we ook in zijn romans terugzien, net zoals morele ontwrichting, de hardheid van de maatschappij en hypocrisie. Yu Hua oordeelt daar niet over, hij vertelt en houdt een spiegel voor.

Voor wie Yu Hua’s romans – Leven!, De bloedverkoper, Broers, De zevende dag – die de afgelopen tien jaar in het Nederlands zijn verschenen, kent, is het interessant om de ontwikkeling van dertig jaar schrijven te zien. In deze verhalen, geschreven aan het begin van zijn schrijversbestaan tussen 1986 en 1998, is hij duidelijk experimenteler. In de jaren tachtig maakte hij in China naam als avant-garde schrijver, wat volgens de uitgever niet dezelfde lading heeft als in het Westen: ‘In China kan ongeveer iedereen tot de avant-garde worden gerekend die zich niet strikt houdt aan de regels die door het systeem worden gedicteerd’.

In zijn latere romans is Yu Hua’s schrijfstijl conventioneler, en dat is ook in de verhalen van de jaren negentig te zien. De vroegere verhalen zijn mysterieuzer, waarbij de vraag zich opdringt in hoeverre dat te maken heeft met het politieke klimaat. Het onderdrukkende Mao-tijdperk waarin Yu Hua opgroeide was immers nog niet zo lang verleden tijd.

Het extreemste voorbeeld van raadselachtigheid is ‘Het verleden en de straffen’. De hoofdpersoon, aangeduid als ‘de onbekende’, heeft het gevoel te zijn afgesneden van zijn verleden. Waarom blijft onduidelijk. Eigenlijk is het alleen te begrijpen als allegorie voor de Chinezen in het algemeen, die door de Culturele Revolutie van hun verleden zijn afgesneden. Het ontroerendst zijn ‘Appendix’, ‘Ik heb geen eigen naam’ en ‘De jongen in het schemerlicht’, stuk voor stuk zeer menselijke verhalen waarin je onder de huid van de personages zit, waarbij je zou willen ingrijpen om de gebeurtenissen recht te trekken.

Voor wie Yu Hua nog niet kent is dit een mooie eerste kennismaking, met verhalen die je nu eens onderdompelen in een onbekende wereld – en dat kan het China van enkele decennia geleden zijn, of een meer kafkaëske wereld met ongrijpbare machten – die dan weer een bron van herkenning vormen. Hoe dan ook biedt elk verhaal de nodige stof tot nadenken. Oplossingen of antwoorden heeft ook Yu Hua uiteraard niet. Al met al een heel fijne bundel.

    • Silvia Marijnissen