Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Stalbrand

Mijn moeder denkt dat ik vanwege mijn beroep overal kom. Als Rutte op bezoek gaat bij Trump ben ik erbij. Zo bezien was de vraag logisch of ik kwam eten als ik toch naar de afgebrande varkensstal in Didam ging kijken, die ze, toen ze nog les gaf, dagelijks passeerde.

„Dat had toch gekund? Omdat je met je vader ook weleens bij een afgebrande varkensstal bent gaan kijken.”

Dat klopte.

Ik was toen een jaar of dertien, we waren op vakantie in Noord-Brabant en bevonden ons op een verjaardag in zijn ouderlijk huis in Middelbeers. Zoals dat daar ging: zitten in een kring, zingen, over elkaar heen schreeuwen, worstenbrood. Allemaal broers en zussen van hem, een ex-vriendin zou ze later vanwege hun grote neuzen en oren liefkozend ‘de vleermuizen’ noemen. Er moet iemand binnengekomen zijn met het nieuws dat de varkensstal van die of die de nacht ervoor was afgebrand. Nou dat vond mijn vader dan wel een mooie wandeling voor hem en mij. Pas bij het schrijven van dit stukje daalt het besef in dat hij nog liever bij de dode dieren dan tussen zijn eigen familie zat, maar toen dacht ik nog niet zo cynisch.

Het zal bij Diessen of Knegsel geweest zijn. De oorzaak van varkensbranden was ook toen al een combinatie van zware lucht vol stof, licht ontvlambare mest en kortsluiting.

De dode dieren werden met een grijper uit de stal getild, mannen in overalls sleepten ze naar de kant van de weg. Een bult van vijf of zes, daaroverheen zwart zeil met bakstenen op de punten, het destructiebedrijf kwam de volgende dag.

Normale vraag, tussen de kadavers: „Zijn er nog slachtoffers gevallen?” Nee gelukkig niet, de boer stond er evenzogoed wel verslagen bij. Gesprekken over schade en dat je toch nooit genoeg kreeg van je verzekering.

„Ja, jongen”, zei mijn vader, „ben maar blij dat ik geen boer ben geworden.”

Op de weg terug plaste hij tegen het schrikdraad. Ook dat maakte grote indruk.

Ik zei tegen mijn moeder dat ik me de geur van die brand opeens weer kon herinneren. „O ja”, zei ze, want ze wist als boerendochter echt wel hoe verbrande varkens roken, „iedere keer als ik eieren met spek bak weet ik het weer.”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen