Sonnet van existentieel onbehagen

waarin het ofwel te koud is ofwel te warm

Foto: Bram de Biezen/ANP

Zoals het onvoorstelbaar is dat wij een maand of wat geleden nog, toen regen en sneeuwstorm joegen door verkleumde wegen, naar hitte hunkerden, zo zal het vrij

absurd zijn ons te heugen dat we nu de winter wensen en verkoeling zoeken, wanneer we als vanouds weer weer vervloeken onder een stukgewaaide paraplu.

Ons leven is als weer: het is nooit goed. Als men iets doet, blijkt het alternatief toch beter. Waar men níet is, ligt het goud.

Wie in de hemel foutloos weer ontmoet, zal smachten naar ons huidig ongerief, waarbij het of te warm is of te koud.

schrijft elke twee weken een sonnet naar aanleiding van de actualiteit.
    • Ilja Leonard Pfeijffer