Silicon Valley is het nieuwe Wall Street

De macht van Big tech

Apple luidt het tijdperk in van ‘trillion dollar companies’. De ongebreidelde macht van techbedrijven wordt een systeemrisico.

Deze week doorbrak Apple de historische grens van 1.000 miljard dollar beurswaarde en luidde daarmee het tijdperk in van ‘one trillion dollar companies’. David Paul Morris/Bloomberg

We zitten midden in de techlash, de langverwachte terugslag tegen de grote technologiebedrijven. Nog nooit verloor een bedrijf zoveel beurswaarde als Facebook vorige week (120 miljard dollar). Er zijn boetes. Parlementaire onderzoeken. Sancties voor machtsmisbruik en dataschandalen. De FAANGs (de beleggersafkorting voor Facebook, Amazon, Apple, Netflix en Google) hebben hun beste tijd gehad, als je sommige analisten mag geloven.

Of toch niet?

Nou nee. ‘Big tech’ is juist sterker dan ooit. Deze week doorbrak Apple de historische grens van 1.000 miljard dollar beurswaarde en luidde daarmee het tijdperk in van ‘one trillion dollar companies’. Amazon en Googles moederbedrijf Alphabet hebben die drempel ook in het vizier. Facebook kreeg vorige week weliswaar te maken met de grootste koerscorrectie ooit, maar is nog altijd het vijfde bedrijf ter wereld gemeten naar beurswaarde.

En Googles recordboete van de Europese Commissie vanwege machtsmisbruik via Android dan? Die boete van 4,3 miljard euro kreeg het vorige maand, maar schreef het meteen in één moeite van de kwartaalwinst af (restte 3,2 miljard dollar). Big tech is zo onaantastbaar, zo rijk en zo machtig dat Silicon Valley inmiddels doet denken aan het Wall Street van voor de bankencrisis.

Big tech, waaronder ook de Chinese reuzen Tencent en Alibaba, is stilletjes uitgegroeid tot de grootste investeerder in de reële economie. Uit Amerikaanse nationale statistieken blijkt dat de tien grootste Amerikaanse en Chinese techbedrijven gezamenlijk 215 miljard dollar per jaar investeren, meldde The Economist vorige week. Meer dan welke andere bedrijfstak dan ook - buiten de financiële sector.

Too big to fail

Prachtig nieuws natuurlijk. Alleen al de bouw van Apples nieuwe, UFO-achtige, hoofdkantoor leverde 13.000 banen in de bouwsector op. Maar de bedrijven gebruiken hun diepe zakken ook om al in een vroeg stadium potentiële concurrenten op te kopen. Zoals Facebook bij Instagram en WhatsApp heeft gedaan. Zoals Google deed met het Britse Deepmind. En zoals Microsoft het veelbelovende quantum-instituut QuTech in Delft heeft ingelijfd. De zuurstof om te kunnen concurreren met de techreuzen wordt zo uit de economie gezogen.

En wat als er ineens iets mis gaat bij dit kleine clubje bedrijven? Dan kan die gigantische stroom investeringen ook in één klap wegvallen. De techbedrijven zijn hard op weg om too big to fail te worden, vooral vanwege hun onmisbare rol in het maatschappelijk verkeer.

Lees ook: Lees ook: Interview met historicus Niall Ferguson: ‘Zuckerberg is een ouderwetse alleenheerser’

Wat de techbedrijven ook gemeen hebben met de systeembanken: goed toezicht is vrijwel onmogelijk. Hun algoritmes, net zo geheim als het recept van Coca-Cola, zijn in potentie de credit default swaps en collateralized debt obligations van nu, de innovatieve maar riskante instrumenten die de crisis deels veroorzaakten. Op die instrumenten was officieel nog toezicht, op algoritmes ontbreekt dat vrijwel volledig.

De slimme wiskundigen, quants, die deze instrumenten maakten, werken nu ook in Silicon Valley. Ook de algoritmes van Google en Facebook zijn ondoorzichtige instrumenten die voor volstrekt onbekende risico’s zorgen. Ze versterken nepnieuws, creëren sociale segmentering, censureren informatie, sturen sociaal gedrag. Net als complexe financiële producten begrijpt vrijwel niemand precies de werking van cruciale computerrecepten van zoekmachines, besturingssystemen en sociale media.

‘Massavernietigingswapens’

Dat terwijl het de algoritmes zijn die onze democratische processen sturen, onze informatie-infrastructuur beheren en steeds meer onderdelen van het dagelijks leven bestieren. Beslissingen die miljarden mensen en complete industrieën beïnvloeden worden uitsluitend genomen en gecontroleerd door een paar engineers in Silicon Valley. Net zoals wereldveranderende financiële innovaties in de jaren voor 2008 uitsluitend aan Wall Street werden gecreëerd en gecontroleerd. Ook daar begrepen alleen de quants ze, en niet hun bazen, laat staan de toezichthouders. Daar bleken in de woorden van superinvesteerder Warren Buffet ‘financiële massavernietigingswapens’ tussen te zitten.

Wat er straks bij big tech uit de kast komt vallen, is gissen maar vorige week stelde een Britse parlementscommissie vast dat „de toekomst van de democratie wordt bedreigd” als er geen controle komt op algoritmes. Maar hoe?

Nog een parallel: Vlak voor de financiële crisis recruteerden de grote banken veel medewerkers van rating agencies en toezichthouders om bij hen te komen werken. Begin dit jaar vertrok de mededingingsbaas van toezichthouder ACM, Johan Keetelaar, naar Facebook. In Washington staat inmiddels een goed geoliede draaideur tussen politiek en big tech.

Digitale infrastructuur

Big tech is misschien een wat te eenduidige term voor de bonte verzameling techbedrijven. Google gaat doorgaans heel anders om met kritiek dan Facebook, Microsoft zit in een totaal andere markt dan Amazon. Apple heeft weer een volstrekt ander verdienmodel dan de rest. Maar ze hebben gemeen dat ze in cruciale sectoren van de economie een monopolie hebben. Concurreren met Google op zoekmachines is net zo moeilijk als concurreren met Facebook op sociale media of met Amazon op webwinkelgebied. We zijn van elk van deze bedrijven volstrekt afhankelijk voor vitale onderdelen van de digitale infrastructuur. Microsoft, Facebook en Google leggen zelfs inmiddels eigen internetkabels aan. Hun omvang is niet per se het probleem, het gebrek aan keuzevrijheid en autonomie van burgers wel.

Ja, de bedrijven zorgen voor enorme vernieuwing en vooruitgang, ze zijn niet voor niets zo populair en zo rijk. En ze zijn gelukkig niet helemaal immuun voor de kritiek die de laatste jaren aanzwelt op misstanden en machtsconcentratie. Facebook verwijderde deze week proactief accounts die een beïnvloedingscampagne planden voor de aankomende Amerikaanse verkiezingen. Het lanceerde deze week ook speciale anti-verslavings-timers voor op Facebook- en Instagram, net zoals Apple en Google eerder al maatregelen namen tegen overmatig smartphone- en socialemediagebruik. Nepnieuws wordt serieus aangepakt.

Lees ook: Ex-Googlemedewerker: ‘Google wil je brein zo lang mogelijk vasthouden’

In hun pr-verklaringen klinkt (sinds kort) daadwerkelijk verantwoordelijkheidsgevoel door. De meeste techbedrijven lijken bereid om bepaalde algoritmes aan te passen aan wat maatschappelijk verantwoord is. Googles oude slogan don’t be evil is niet helemáál vergeten.

Maar hun verdienmodellen blijven onaangepast en het oplossen van de problemen wordt overgelaten aan de bedrijven zelf, eventueel aangevuld met een relatief kleine boete hier of daar. En is dat niet precies waar het ook misging bij de bankencrisis? Nog los van de sfeer van hybris die Silicon Valley lijkt te hebben geërfd van Wall Street.

Reguleren als nutsbedrijven

Populistische politici beginnen ook te teren op het omslaande sentiment tegen technologiebedrijven. Tech-miljardairs lopen het risico om ook wat volkswoede betreft snel de nieuwe bankiers te worden. Trump valt op Twitter geregeld uit tegen Amazons oprichter Jeff Bezos, die de Amerikaanse postdienst US Post zou gebruiken „als loopjongen”. Bezos is ook eigenaar van de Trump-kritische Washington Post, dat speelt ook mee, maar Trump is ook bepaald geen vriend van Google, Facebook en Apple.

Concrete beleidsoplossingen biedt Trump voorlopig nog niet. Zijn voormalige strateeg Steve Bannon was er voorstander van om techbedrijven te reguleren als nutsbedrijven. Maar hij is opgestapt en sindsdien lijken deze ideeën geen politiek draagvlak meer te hebben.

Lees ook: Een biljoen dollar is een biljoen dollar, maar hoeveel is een biljoen dollar?

In Europa werd de strengere privacywet AVG in mei onthaald als een stok om big tech mee te slaan. Maar de echt impact van die wet moet nog maar blijken. Tot nu toe zijn het vooral kleinere bedrijven, waaronder potentiële concurrenten van de techreuzen, die er last van hebben.

Hoewel het probleem van de overmacht van techbedrijven al enkele jaren overduidelijk aan het ontstaan is, is er nog niet een begin van een antwoord op de vraag: willen we die macht in de handen van zo’n klein clubje Amerikaanse en Chinese bedrijven?

Wegen de voordelen van hun vernieuwing nog op tegen de nadelen? Moeten algoritmes verplicht transparant worden? En hoe dan? Moeten de bedrijven worden opgesplitst om hun macht te breken? Hoe dan? Hoe krijgen we überhaupt meer democratische controle op deze bedrijven?

Het zijn misschien wel de belangrijkste economische en politieke vragen van het moment.

    • Wouter van Noort