Hier willen ze honkballend naar de top, desnoods met vals spel

Honkbal

Kinderen uit San Pedro de Macorís gebruikten decennialang suikerrietstengels als knuppels om mee te slaan. Tal van talenten schopten het tot de Amerikaanse topteams. Maar het is er vaak zo: drugs of honkbal.

Dominicaanse kinderen spelen honkbal op een veldje in San Pedro de Macorís in de Dominicaanse Republiek. De streek staat bekend om zijn enorme vijver aan honkbaltalent. Foto Terrence Antonio James/TNS via Getty Images

Ronald Santana krijgt het nog altijd bijna te kwaad als zijn vervlogen droom ter sprake komt. De nu 22-jarige Dominicaan stond in 2013 op het punt een profcontract te tekenen toen hij zijn knie verdraaide. „Ik wist eigenlijk meteen dat het goed mis was. Alles was in één keer weg. Een tijd lang heb ik zelfs geen woord gesproken. Het heeft jaren geduurd voordat ik weer zin in het leven kreeg”, zegt Santana op de tribune van een klein honkbalstadion in Villa Gautier, waar hij coach is van een team met talenten. „Het zou heel mooi zijn als één van hen het wel lukt de majors te halen.”

Het stoffige complex in de binnenlanden van de Dominicaanse Republiek ligt op zeer vruchtbare honkbalgrond. Simón Castro, de nu 30-jarige pitcher van de Oakland Athletics, groeide hier op tot lokale held. Zo heeft vrijwel ieder honkbalveldje in de provincie San Pedro de Macorís zijn eigen sterren voortgebracht. Van buitenvelder George Bell tot tweedehonkman Robinson Canó. Meer dan honderd honkballers uit deze regio haalden de Amerikaanse Major League. Een onwaarschijnlijk hoog aantal voor deze nauwelijks ontwikkelde streek in het zuidoosten van de Dominicaanse Republiek. Maar er is ook een keerzijde. Verschillende Dominicanen kwamen in opspraak door dopinggebruik.

Vermaak rond de suikerrietplantages

NRC ging op zoek naar de achtergronden van het succes in San Pedro de Macorís, dat door de Amerikanen omgedoopt is tot The Cradle of Shortstops, de bakermat van de korte stops. Van toeval is geen sprake, zo wordt al snel duidelijk. Honkbal kwam overwaaien uit het nabijgelegen Cuba. Het was de voorbije anderhalve eeuw voor velen simpelweg de enige vorm van vermaak in een uitgestrekt gebied vol suikerrietplantages. Kinderen gebruikten de stengels als knuppels om mee te slaan. Binnen de veelal door Amerikanen gerunde plantages ontstonden in de loop van de tijd hele competities.

Het honkbal verplaatste zich van het platteland naar de stad, waar de sport serieuzer werd beoefend. Nadat de Amerikaan Jackie Robinson in 1947 als eerste donkere speler een plek in de top had verdiend, ging een nieuwe wereld open. De Dominicaanse Republiek kreeg met Ozzie Virgil in 1956 de eerste ster in het Amerikaanse honkbal. Daarna zouden er bijna zevenhonderd profs in zijn voetsporen treden. Sammy Sosa en José Canó maakten met hun debuut in 1989 als honkballers van respectievelijk Texas Rangers en Houston Astros naam voor San Pedro de Macorís. Sammy Sosa werd beroemd als homerunkoning, die later bleek te sjoemelen met een knuppel van kurk. José Canó werd pas na zijn loopbaan echt bekend als vader van Robinson Canó, die hem met een tienjarig contract van ruim 200 miljoen euro bij Seattle Mariners overschaduwde.

Vice ging ook al eens langs in San Pedro de Macorís en maakte deze korte documentaire:

Robinson Canó (35) – genoemd naar Jackie Robinson – is het boegbeeld van een nieuwe generatie tophonkballers. Zijn talent werd al zeer vroeg door Amerikaanse scouts van de Yankees ontdekt. Sinds de internationalisering van het Amerikaanse honkbal in de jaren tachtig en negentig investeerden grote clubs steeds meer in het gebied rondom San Pedro de Macorís. Vandaag de dag wordt in deze kraamkamer van het honkbal niets meer aan het toeval overgelaten. De Amerikanen stuurden experts om excessieve het dopinggebruik op het eiland terug te dringen. Vrijwel alle grote organisaties beschikken ter plekke over een eigen trainingscomplex en stadions. Baseball is big business.

Honkballers zijn nu het voornaamste exportproduct van de provincie. De 16-jarige Brady Nova zit in een rood honkbaltenue nabij Boca Chica onder een boom op de bus te wachten. Een paar kilometer verderop ligt het luxe complex van de Yankees, waar talentvolle Dominicanen, Venezolanen en Mexicanen hun eerste stappen zetten in het profhonkbal. „Op een dag hoop ik daar ook te spelen”, zegt hij op bescheiden toon. Nova krijgt bijval van zijn coach Victor Arrajo. Hij is oud-prof van de Pittsburgh Pirates, maar kwam niet verder dan de minors. Arrajo: „Of Brady uiteindelijk als prof zal slagen hangt van veel dingen af. Een scout moet je talent zien. Van een coach moet je de kans krijgen. Het is een lange en moeilijke weg.”

Robinson Canó, hier in 2017 na het winnen van de prijs voor meest waardevolle speler tijdens de jaarlijkse All Star Game. Foto Rhona Wise/EPA

Het doel heiligt alle middelen

Het spelen van béisbol is nu de manier om de misère te verlaten en op legale wijze uit te groeien tot multimiljonair. Desnoods met vals spel of doping. Het doel heiligt alle middelen in San Pedro de Macorís. Wie eenmaal een ster met geld is, verliest er zijn aanzien niet zo snel. Sammy Sosa is er nooit van zijn voetstuk gevallen. Dominicanen als Alex Rodriguez, Jhonny Peralta en Nelson Cruz keerden na dopinggebruik terug op de velden.

Zo zal Robinson Canó door de bewoners van krottenwijk Barrio Lindo ook altijd op handen worden gedragen. Ook nu de profhonkballer van Seattle Mariners een schorsing van tachtig wedstrijden uitzit wegens een positieve test op furosemide, een verboden middel dat dopinggebruik kan maskeren; hij is op 14 augustus officieel weer beschikbaar voor zijn team. Canó zegt zelf niet te hebben geweten dat het op de lijst van verboden producten stond. „Ik heb de schorsing geaccepteerd”, zo liet hij deze zomer via Instagram weten. „Dat was een van de moeilijkste beslissingen in mijn leven, maar uiteindelijk wel de juiste omdat ik niet ontken dat ik dit middel gekregen heb.”

Doping of niet, voor Julissa Tejada blijft Robinson Canó een ongekende grootheid. „Het is treurig dat zijn naam nu aan doping is verbonden. Maar hij zal dit te boven komen. Er is geen honkballer die zoveel betekent voor de lokale gemeenschap als hij”, zegt de directeur van de eerste RC 22 Dream School. „Robinson heeft zelf alles aan het honkbal te danken. Nu wil hij anderen kansen geven. Hij is begonnen met een stichting die tijdens Driekoningen cadeautjes uitdeelde aan kinderen. Die waren dan een dag dolgelukkig. Vier jaar geleden besloot Robinson via het geven van onderwijs een structurele bijdrage te willen leveren.”

Het schoolgebouw aan de Avenida Hugo Chávez staat er nu zo’n drie jaar. Via een achterdeur komen de 112 leerlingen in de leeftijd van 2,5 tot vijf jaar dagelijks vanuit Barrio Lindo naar binnen. Hier staan jongeren die aan de armoede willen ontsnappen grofweg voor twee keuzes: drugs of honkbal. „Goede honkballers hebben we hier al genoeg. We proberen de kinderen ook andere mogelijkheden te bieden”, zegt Catherine DeLaura met een glimlach op haar gezicht. Deze Amerikaanse helpt Robinson Canó met het opzetten van een netwerk van scholen. „Hij wil er 22 neerzetten. Net zoveel als zijn rugnummer. Dat is zijn nieuwe droom.”

    • Koen Greven