Palestijnen boos over verlies van hun taal

Joodse-natiestaat-wet

Een nieuwe basiswet maakt het Hebreeuws tot enige officiële taal van Israël. Minderheden vrezen dat de wet discriminatie aanwakkert.

Arabische parlementariërs protesteren in de Knesset tegen de Joodse-natiestaat-wet.Foto Olivier Fitoussi/AP

Het werkwoord ‘boos zijn’ – lakos in het Hebreeuws – staat op het whiteboard. De leerlingen van talenschool Ulpan Milah in Jeruzalem kijken ingespannen naar de lerares die het bord heeft volgeschreven met Hebreeuwse werkwoorden. „Boos zijn”, zegt ze. Ze past het meteen toe in een zin. „Bijvoorbeeld: veel mensen zijn boos op de regering.”

Sinds de Knesset, het Israëlische parlement, de controversiële ‘Joodse-natiestaat’-wet heeft aangenomen, zijn inderdaad veel mensen in Israël boos. Het land raakt al twee weken niet uitgepraat over de nieuwe basiswet die de status van Israël als de natie-staat van de joden vastlegt. Een Palestijns parlementslid stapte op, druzische soldaten deserteerden, de Turkse president Erdogan vergeleek de bedenkers van de wet met Adolf Hitler. En Palestijnse Israëliërs? Die zien vooral de zoveelste bevestiging van hun achtergestelde positie.

Lees ook: Parlement Israël stemt in met controversiële ‘Joodse natiestaat’-wet

De nieuwe basiswet legt symbolen als de kleur van de Israëlische vlag en de naam van het volkslied vast, maar bevat ook veel controversiële elementen. Een daarvan is de degradatie van Arabisch van officiële taal naar een ‘speciale status’, die nog nader gedefinieerd moet worden. Veel zal dat niet veranderen, denkt Hour Mohammed Abu Khdeir, een van de Palestijnse leerlingen. Ze heeft Hebreeuws nodig om bij het ministerie van Onderwijs te kunnen werken. Ook nu al kom je volgens haar zonder Hebreeuws niet ver. „Ik heb wel eens bij een ministerie gevraagd om geholpen te worden in het Arabisch. Dat weigeren ze gewoon, al is Arabisch een officiële taal.”

‘Wet zaait verdeeldheid’

In het winkeltje van Issam Ballan in Haifa is de voertaal Hebreeuws. Haifa wordt gezien als het toonbeeld van vreedzame coëxistentie, omdat er in tegenstelling tot Jeruzalem weinig spanningen zijn tussen joodse en Arabische Israëliërs. Garek Shalom, een joodse vertegenwoordiger van een Arabisch bedrijf in Nazareth laat een factuur tekenen. Hij is tegen de wet, want die gaat tegen het principe van gelijkheid in en zaait alleen maar verdeeldheid, zegt hij.

Als Shalom de deur uit is, zegt verkoper Ballan: „Al spreek ik vloeiend Hebreeuws, Arabisch blijft mijn moedertaal. Het doet mij pijn dat dat niet meer erkend wordt.” Zijn kinderen zitten op een Arabische school, maar leren verplicht Hebreeuws. Andersom geldt dat niet. „Ik ken een paar woordjes Arabisch”, zegt een jongen die een broodje komt kopen, lachend. „Honger, slapen...”

Druzische militairen zegden het leger vaarwel uit protest tegen de wet

Een van de groepen die de afgelopen dagen het meest van zich liet horen, zijn de Israëlische druzen, waarvan er zo’n 120 duizend in Israël wonen. Deze religieuze minderheid houdt zich doorgaans op de achtergrond, maar voelt zich door de nieuwe basiswet extra gekwetst omdat zij in tegenstelling tot de Palestijnen wel in het Israëlische leger dienen en zich loyaal verklaren aan Israël. Ook de druzen hebben Arabisch als moedertaal.

Zodra de wet was aangenomen, kondigde een druzisch parlementslid aan de wet aan te vechten bij het Hooggerechtshof. In de dagen erna zegden verschillende druzische militairen het leger vaarwel uit teleurstelling over het „verraad” en de degradatie tot „tweederangs burgers”. Premier Netanyahu haastte zich om de druzen te sussen, en woensdag presenteerden religieuze leiders en de regering een plan om de gelijke rechten van druzen „en andere minderheden die het land dienen” te garanderen. Over de Palestijnen geen woord.

Ruk naar rechts

Voor voorstanders is de nieuwe basiswet een belangrijke stap om de identiteit van de staat vast te leggen, voor tegenstanders is het de culminatie van de ruk naar rechts die Israël de laatste jaren maakt.

Behalve de status van het Arabisch is ook een bepaling over het „bevorderen van joodse nederzettingen” een heikel punt. In een eerdere versie van de wet zou de bouw van woongemeenschappen op grond van religieuze of nationale kenmerken worden toegestaan. Daartegen kwamen niet alleen Palestijnse Israëliërs, maar ook liberale joden en andere groepen in verweer – het zou de deur openzetten voor verdere segregatie van gemeenschappen. Deze vorm van discriminatie komt al voor, maar nu kunnen gevallen van uitsluiting nog worden aangevochten op basis van de eerste basiswet, die menselijke waardigheid en vrijheid belooft.

En dan is er nog het artikel over het „nationale zelfbeschikkingsrecht”, dat „uniek is voor het joodse volk”. Volgens voorstanders is dit „stating the obvious”: iedereen weet dat Israël de staat van de joden is. Dat heeft niks met apartheid of racisme te maken, stelt de Israëlische schrijver David Hazony in een opinieartikel op de joodse website Forward.com. „Wat zouden nationale rechten voor niet-joodse gemeenschappen anders kunnen betekenen dan het einde van de joodse staat?”

Voor tegenstanders ondermijnt dit punt echter de Israëlische democratie. Toen de staat Israël werd opgericht, kreeg deze geen grondwet, maar een serie basiswetten. In de eerste daarvan wordt Israël een ‘Joodse en democratische’ staat genoemd, maar er werd geen beslissing genomen over wat moest prevaleren in het geval de twee waarden ooit in conflict zouden komen.

Lees ook het NRC-commentaar: ‘Joodse natiestaat’-wet is wettelijke goedkeuring van discriminatie

„De natie-staatwet staat discriminatie op grond van ras en religie toe (...), noemt democratie niet als de basis van het land en noemt gelijkheid niet als een basiswaarde”, stelden schrijvers als Amos Oz en David Grossman in een petitie.

Al verandert de nieuwe basiswet nu misschien nog weinig, de gevolgen op de langere termijn zijn niet te overzien.

Mensenrechtenorganisaties vrezen dat de nieuwe wet de basis gaat vormen voor discriminerende wetgeving die nu nog, soms met succes, kan worden aangevochten via het Hooggerechtshof. „Omdat het een basiswet is, is het onomkeerbaar”, zegt Jafar Farah, directeur van Mossawa, een organisatie die opkomt voor Palestijnse Israëliërs. „Deze basiswet maakt een einde aan elk streven om gelijke rechten te bereiken.”

Terwijl de Knesset heeft aangekondigd volgende week van reces terug te komen voor een speciale sessie over de wet, rekent Ballan de boodschappen af van zijn klanten. In het Arabisch én Hebreeuws.

    • Jannie Schipper