Ook het knuffelkonijn van je kind is waarschijnlijk een mannetje

De man is de norm

De man is de standaardmens, de vrouw een geval apart. Dit androcentrisme valt opeens op als vrouwen in topfuncties worden benoemd.

iStock

De afgelopen tijd werd een naamloze ‘vrouw’ in allerlei hoge functies benoemd, meldden krantenkoppen en tweets. ‘Vrouw tijdelijk aan het hoofd van Air France-KLM’. ‘Vrouw krijgt leiding over beurs New York’. ‘Accountant KPMG krijgt vrouw aan de top’. ‘Vrouw gaat Boekenweekgedicht schrijven na forse kritiek op CPNB’. Nou, ‘vrouw’ krijgt het wel érg druk, grapten, grinnikten en mokten verscheidene twitteraars.

Wat er te zien is, in die koppen, heet androcentrisme: de neiging om mannen als gewone, neutrale mensen te zien en vrouwen als speciale gevallen waarbij het geslacht specifiek benoemd moet worden. De man is de default, de standaardmens.

Natuurlijk, dat komt ook doordat die hoge posities meestal door mannen worden vervuld. ‘Man krijgt leiding over beurs New York’ is geen nieuws. Maar dat hangt nu juist voluit met androcentrisme samen. Het komt door de scheve machtsbalans tussen de seksen dat we de neiging hebben om de man als maat der mensen te zien, beargumenteren drie Amerikaanse psychologen (twee vrouwen en een man) van Yale University in een overzichtsartikel in Personality and Social Psychology Review (17 juli online).

Noem een persoon, een Nederlander, een hoofdpersoon van een film? De meeste mensen zullen dan met mannelijke voorbeelden komen. Waarschijnlijk is ook de teddybeer of het knuffelkonijn van je kind een mannetje.

Hoe komt dat? Het begint ermee, volgens de drie psychologen, dat mensen alles wat ze waarnemen automatisch in categorieën indelen, én dat die categorieën als eigenschap hebben dat sommige elementen als betere voorbeelden worden gezien dan andere. Appels en vijgen zijn allebei vruchten, maar toch vonden Amerikaanse studenten in een klassiek onderzoek uit 1983 een appel een beter voorbeeld van een vrucht dan een vijg. En 4 een beter voorbeeld van een even getal dan 106. Zo zijn mannen een beter voorbeeld van een burger, een mens, een persoon.

Er zijn verschillende manieren waarop iets een goed voorbeeld van een categorie kan worden, maar de duidelijkste is: het gebeurt bij dingen die je vaak ziet. Er liggen meer appels in de supermarkt dan vijgen, je ziet het getal 4 veel vaker dan het getal 106. En er mogen dan ongeveer evenveel mannen als vrouwen zijn, zeker in de westerse wereld, maar mannen zijn veel zichtbaarder in de maatschappij.

Hoofdpersoon

Hollywood is van oudsher een deeltjesversneller van seksistische beelden, schreef filmrecensent Dana Linssen vorig jaar. De revolutie in Hollywood begint bij hoe wij kijken.

Mannen zijn oververtegenwoordigd op machtsposities, wereldwijd en in Nederland, en komen vaker in de media. In Nederland komen bijvoorbeeld vier keer zo vaak mannen als vrouwen in de krant, op tv en op de radio. Mannen zijn ook vaker hoofdpersoon van bijvoorbeeld kinderboeken en films. In 1985 zei een personage in een strip van de Amerikaanse tekenaar Alison Bechdel dat ze alleen naar films ging waar (a) minstens twee vrouwen in voorkomen die (b) met elkaar praten over (c) iets anders dan een man. Vrijwilligers hebben sindsdien 7.760 films aan deze ‘Bechdel-test’ onderworpen; nog geen 58 procent voldoet aan alle drie de criteria. Er zijn dan misschien niet meer mannen dan vrouwen, maar er lijken wel meer mannen dan vrouwen te zijn.

Wat bijdraagt aan die illusie is dat ‘hij’ in verschillende talen wordt gezien als een persoonlijk voornaamwoord dat voor álle mensen kan gelden, ook als nergens expliciet staat dat voor ‘hij’ ook ‘zij’ gelezen kan worden: ‘een voetganger moet naar beide kanten kijken voor hij oversteekt’ – natuurlijk, vrouwen moeten dat ook. Maar mensen lezen dat zogenaamd-algemene ‘hij’ vaak niet als algemeen geldend. In onderzoek uit 2009 zeiden mensen gemiddeld in bijna driekwart van de gevallen dat zinnetjes als over die voetganger niet over een vrouw kunnen gaan. Mensen stellen zich ook eerder een man dan een vrouw voor bij zo’n zin. Het als algemeen geldend bedoelde gebruik van ‘hij’ en ‘zijn’ draagt er dus aan bij dat mannen meer vooraan in het hoofd van mensen zitten dan vrouwen.

Daardoor lijken mannen normaler, neutraler. Androcentrisme is een verschijnsel dat zichzelf in stand houdt. Zo blijven mensen bij ‘een persoon’ dus sneller aan een man dan aan een vrouw denken, en bij ‘gender’ juist aan vrouwen. En zo blijven mensen het bij vrouwen belangrijker vinden om het geslacht erbij te noemen: als onderzoek voornamelijk mannen als proefpersonen heeft, staat dat meestal niet in de titel of abstract van een wetenschappelijk artikel; bij vrouwen wel.

Appels en peren

En androcentrisme uit zich op meer manieren. Mannen worden ook meestal eerder genoemd dan vrouwen, want mensen zijn geneigd de meer prototypische elementen in een categorie eerst te noemen. Appels en peren, mannen en vrouwen, hij of zij, zijn of haar, m/v – ‘dames en heren’ is de uitzondering, blijkt uit onderzoek.

In Nederland komen vier keer zo vaak mannen als vrouwen in de krant, op tv en op de radio

Zo stonden in psychologische wetenschappelijke tijdschriften uit de periode 1965-2004, waarin sekseverschillen in tabellen of grafieken werden weergegeven, de mannen in bijna driekwart van de 282 artikelen links of boven. In cartoons en op foto’s en schilderijen wordt ook meestal de man links van de vrouw afgebeeld, althans in landen waar men van links naar rechts schrijft; dat blijkt ermee samen te hangen dat aan mannen meer macht wordt toegekend. Het belangrijkste eerst.

Mannen, schrijven de drie psychologen van Yale, „staan zó centraal dat ze genderneutraal lijken, in staat om de mensheid als geheel te vertegenwoordigen”. Er is een groot machtsverschil tussen de seksen, maar het idee dat mannen en mannelijkheid neutraal zouden zijn, verdoezelt dat. En is dat erg? Ja, zeggen de psychologen. Androcentrisme komt niet alleen doordat mannen meer macht hebben dan vrouwen, het houdt dat machtsverschil ook in stand en het schaadt vrouwen. Als personeelsadvertenties voor hogere functies in mannelijke termen omschreven zijn, lijken vrouwen minder geschikt. Komt daar dan toch een vrouw op terecht, dan is haar sekse het eerste wat opvalt. Een vrouw! Daar is ze weer – ‘vrouw’ krijgt het nog druk.

    • Ellen de Bruin