Oliedollars worden langzamerhand onvermijdelijk

Overname FC Den Bosch

FC Den Bosch komt in handen van Kachi Jordania (23), zoon van de oud-eigenaar van Vitesse. In de eerste divisie worden buitenlandse clubeigenaren langzamerhand onvermijdelijk.

Stadion De Vliert van FC Den Bosch. De M-side werd in 2017 gesloten, omdat die te zeer vervallen was.

Met verbazing keek Paul van der Kraan eind maart naar zijn telefoon. Op het scherm verscheen een naam die zoveel herinneringen opriep dat het was alsof hij een déjà vu had. Hoe was het mogelijk, dat uitgerekend de zoon van Merab Jordania de Nederlandse eerstedivisieclub FC Den Bosch wilde kopen?

Toen de algemeen directeur van de Brabantse club enkele dagen later weer eens de hand schudde van de Georgische zakenman aan wie hij eerder Vitesse had verkocht, bleek die al net zo verwonderd.

Van der Kraan: „Ik wist niet dat jouw zoon een voetbalclub wilde kopen.”

Jordania: „Ik wist niet dat jij een koper voor een voetbalclub zocht.”

Zo klonk het alsof de deal binnen enkele telefoontjes beklonken had kunnen zijn. In werkelijkheid is een clubovername een uiterst ingewikkeld proces, dat zich zo veel mogelijk buiten de openbaarheid afspeelt. Belangstelling voor clubs is er in dit voetbaltijdperk volop, maar naast serieuze gegadigden melden zich ook investeerders met minder koosjere plannen of onvoldoende (wit) geld. Die moeten eruit worden gefilterd. En dat is FC Den Bosch in het verleden niet altijd gelukt gezien de onderhandelingen die de club eens voerde met nepsjeiks van Pownews.

In zijn kantoor in De Vliert herhaalt Van der Kraan wat hij eerder al zei toen hij Vitesse en Fortuna Sittard in buitenlandse handen bracht: „Je verkoopt geen reep chocola.”

Allerhande problemen

Wat hij wel op de markt bracht is een voetbalclub uit 1965 die sinds begin dit decennium worstelt met allerhande problemen. De eredivisie raakte na degradatie (2005) uit zicht en met de prestaties liepen ook de toeschouwersaantallen terug, van 4.391 in 2010, naar gemiddeld 2.790 per duel vorig jaar. De harde kern overschaduwde dikwijls het voetbal. Fans onthaalden AZ-spits Jozi Altidore met oerwoudgeluiden en relden met de rivalen van TOP Oss.

Kwam bij dat hun M-side in 2017 werd gesloten: te vervallen. Twee dixie-toiletten worden er omgeven door woekerend groen. Een megaspandoek ligt er verloren in de nattigheid. Het supportershome is gesloopt op last van toenmalig burgemeester Ton Rombouts. Redenen: drugs, ondermijnend gedrag, ongewenste samenscholing. „Rombouts geef ons een kans”, staat gekalkt op de tribune. De club heeft inmiddels beloofd de tribune van elektriciteit, stromend water en toiletten te voorzien.

Zorgelijker dan dit alles zijn de financiën. Quitte draaien is hier, op de plek waar eens Ruud van Nistelrooij en Arnold Scholten doorbraken, al jaren een utopie. De gemeente schoot in 2011 nog te hulp door een lening van 1,65 miljoen euro voor het leeuwendeel kwijt te schelden in ruil voor het jeugdcomplex. Het bleek symptoombestrijding. Afgelopen voorjaar had de club nog steeds zo’n 900.000 euro schuld.

„We zijn eigenlijk nooit goed gered”, zegt de Bossche vastgoedondernemer Maarten de Gruyter, tussen 2013 en 2016 voorzitter van de raad van commissarissen. „Al jaren stoeien we vergeefs om een keer die nul-situatie te bereiken. Sponsoren moesten we continu vragen of ze maanden van tevoren wilden betalen. Zoiets heeft negatief effect. Eigenlijk lopen we al jaren achter de feiten aan.”

De toegang tot stadion De Vliert.

Foto Merlin Daleman

Directeuren kwamen De Vliert binnen via een draaideur: eenmaal binnen stonden ze zo weer buiten. Zelfs Fred van der Hoorn moest eraan geloven toen hij in 2016 na twintig jaar dienst te horen kreeg dat zijn functie (technisch manager) verdween. Terugkijken wil Mister Den Bosch niet. „Mijn voorruit is groter dan mijn achteruitkijkspiegel. Ik gun ze het allerbeste, club en stad.”

Van der Kraan, oud-bestuurder bij Vitesse, RBC, RKC, wist dat hem een zware taak te wachten stond toen hij september 2017 terugkeerde bij FC Den Bosch. Zijn voorganger Bert Wernke zat er slechts een halfjaar voordat hij zich terugtrok. Van der Kraan: „Soms dacht ik: de uitdaging is hier wel héél groot. Er moet immers wel een uitweg zijn. Niet iedereen voelde aan hoe urgent het was.”

Met zijn bruinleren koffer, roze ruitjesoverhemd en zijn grijze haar in een zijscheiding komt hij over als een man van wie je zo zijn auto overneemt, al is het goed te weten dat het verkopen van enigszins gehavende objecten hem niet vreemd is. Via hem kwam het totaal uitgeklede Fortuna Sittard in 2016 na een stevige reorganisatie in handen van de Turkse econoom Isitan Gün, die de club vervolgens naar de eredivisie leidde. Eerder koppelde hij Vitesse en Merab Jordania. En nu dus diens zoon aan FC Den Bosch.

Lees ook: De herrijzenis van het armlastige Fortuna Sittard

„Denk niet dat zo’n verkoop een luxe is, hè”, zegt Van der Kraan. „Liefst had ik het met Den Bosch op eigen kracht gedaan.”

De verliezen waren blijvend

Een club verkoop je als het niet anders kan, zegt hij. De verliezen waren blijvend, de sponsorinkomsten zaten aan hun max en een reorganisatie bood geen soelaas. Kwam hij de businesslounge in, dan zag hij sommige sponsoren haast wegduiken. Had je hem weer, de man die altijd maar vroeg of ze alvast vooruit konden betalen. „De twee miljoen aan sponsorinkomsten is helemaal niet verkeerd. Maar als dat al jaren zo is, wordt dat niet ineens drie miljoen.”

Wetend dat de club het niet op eigen kracht kon, maakte hij kenbaar dat Den Bosch een koper zocht. Niet via officiële kanalen, maar in de wandelgangen, waar tussenpersonen vraag- en aanbod bijeenbrengen. Types met contacten in de jetset of de hogere rangen van het zakenleven. Zelden zijn het Nederlandse ondernemers die toehappen. Hollands calvinisme, denkt hij. Leden van een Bossche Rotaryclub zeiden dat ze liever een schilderij voor een museum kochten dan aandelen van een voetbalclub.

Toch was er genoeg interesse voor een overname. Zeker nadat hij in het Brabants Dagblad liet vallen dat de club te koop stond. Dat wakkerde de belangstelling alleen maar meer aan. Hij reisde nog naar Azië voordat hij vorige week een overeenkomst tekende met Kachi Jordania, de 23-jarige directeur van de in 2010 opgerichte Oil Energy Group, die volgens de site 65 mensen in dienst heeft verspreid over vijf kantoren in Rusland en gespecialiseerd is in de infrastructuur rond olie- en gasbronnen.

Of 23 jaar nogal jong is om een club te bezitten? „Heel jong”, zegt Van der Kraan. Niet té jong.

Junior-oligarch

Hoe vermogend de Georgiër is, weet hij. De junior-oligarch kan het aankoopbedrag betalen én in de toekomst van de club blijven investeren. Want een voetbalclub is net een huis: doe je niks, dan brokkelt het af. Volgens Van der Kraan had de „goed voorbereide” Jordania niet de illusie dat hij Den Bosch bliksemsnel zou opstuwen in de Keuken Kampioen Divisie. Hij oogde geduldig.

Voor hem had het interessant kunnen zijn de club vóór 1 juli te kopen. In dat geval hoefde hij niet te wachten op toestemming van de KNVB, wat door veranderende licentie-eisen nu wel het geval is. Nu kan de bond na het inschakelen van forensische accountants wel of geen groen licht geven. Naar verluidt gaat het om 2,5 miljoen euro.

Na Vitesse, ADO Den Haag en Fortuna is Den Bosch de vierde Nederlandse club met een buitenlandse eigenaar. „Dit hoort bij de moderne voetballerij”, zegt oud-commissaris De Gruyter. „Natuurlijk kijk ik ook de kat uit de boom, ben je soms wat sceptisch. Maar ik ben vooral blij dat iemand wil investeren. Ik hoef de eredivisie niet in. Stabiliteit zou al mooi zijn.”

Gemengde gevoelens

In de omgeving wordt met gemengde gevoelens naar de overname gekeken. Algemeen directeur Frank van Mosselveld van RKC associeert een overname eerder met identiteitsverlies dan topprestaties in de nabije toekomst. „Als iemand alle aandelen heeft, dan wil die daar natuurlijk wel wat te zeggen hebben.”

Investeerders kloppen ook bij hem aan, maar vaak mailt hij niet terug. Als het aan hem ligt blijft RKC immer baas in eigen huis. „Iedereen kent onze relatie met onze belangrijkste sponsor Ben Mandemakers. Maar zoiets ontstaat ook uit clubliefde. Zelfde geldt voor Frans van Seumeren bij FC Utrecht. Maar ik besef goed dat ik makkelijk praten heb. Wie moet kiezen tussen een faillissement of een buitenlandse eigenaar, kiest niet voor een faillissement.”

Lees ook: Eindelijk is Mandemakers echt de baas in Waalwijk

Twintig kilometer van Den Bosch benadrukt Peter Bijvelds dat hij helemaal niet argwanend tegenover de komst van particuliere clubeigenaren staat. Volgens de baas bij TOP Oss is dit het model van de toekomst in de eerste divisie. „Ik schrik er niet meer van. Elke club in de eerste divisie heeft het moeilijk, dit gaat alleen maar meer gebeuren. We hebben hier ook met een serieuze partij gesproken, maar dat werd uiteindelijk niets omdat ik vond dat beide visies te ver uit elkaar lagen.”

Identiteit van de club

Dát is essentieel, vindt Bijvelds. „De visie van een buitenlandse eigenaar moet aansluiten bij die van de club. Anders ben je twee jaar later misschien wel je identiteit kwijt. Vaak zie ik bestuurders na een overname zeggen dat ze benieuwd zijn naar de plannen van de eigenaar. Dan denk ik: dat moet je toch al weten?”

TOP Oss is in handen van lokale particulieren, van wie niemand een meerderheidsbelang heeft. Nieuwe aandeelhouders zijn welkom. Bijvelds: „Pak ’m beet Jumbo mag hier zo aankloppen. Buitenlandse financiers ook. Ik heb liever een goede investeerder uit Japan dan een slechte uit Nederland. Het enige is: je ziet bij Den Bosch dat het voortkomt uit kwetsbaarheid. Als het water je aan de lippen staat, ben je sneller bereid om van je eigen plannen af te wijken.”

Van der Kraan denkt dat overnames onvermijdelijk zijn. „Er is in het Nederlandse voetbal een gebrek aan geld. Het voordeel hiervan is dat je het niveau opkrikt. Kijk naar Fortuna. Zonder de nieuwe eigenaar had Fortuna nooit in de eredivisie gespeeld.”

    • Fabian van der Poll