Net iets principiëler dan andere CDA’ers

Hannie van Leeuwen (1926-2018) Voormalig lid Tweede Kamer Mede dankzij Hannie van Leeuwen is het CDA niet uiteengevallen toen werd besloten tot samenwerking met de PVV, in 2010.

Hannie van Leeuwen, geportretteerd in juni 2006. Zij was toen lid van de Eerste Kamer. Foto Joost van den Broek/Hollandse Hoogte

Ze was, zei Hannie van Leeuwen in de jaren zeventig, „gepokt en gemazeld in de AR en voor volstrekte eerlijkheid in de politiek”. Daarmee vatte de woensdag op 92-jarige leeftijd overleden politica van het CDA zichzelf in een paar woorden perfect samen. Hannie van Leeuwen wás de Anti-Revolutionaire Partij – zelfs toen deze al lang niet meer betond maar was opgegaan in het Christen Democratisch Appèl, waarvan ook de Katholieke Volkspartij (KVP) en Christelijk-Historische Unie (CHU) deel uitmaakten.

Na de definitieve fusie van deze drie partijen, waaraan jarenlange discussies waren voorafgegaan over de vraag hoe christelijke politiek vormgegeven moest worden, was van een aantal gefuseerde politici het originele partijstempel op kilometers afstand te zien. Hannie van Leeuwen hoorde zeker tot die categorie. Loyaal en dienstbaar aan de nieuwe partij, maar altijd herkenbaar aan die typische AR-inslag. Net iets principiëler, net iets minder rekkelijk, net iets meer uitgesproken dan de anderen.

Van Leeuwen, tijdens de oorlog gevormd in het verzet, maakte tot het laatst toe duidelijk waar ze voor stond. Tijdens het legendarische en tumultueuze congres van het CDA op 2 oktober 2010, waar de partij moest besluiten om met de PVV van Geert Wilders regeringssamenwerking aan te gaan, sprak de toen al 84-jarige Hannie van Leeuwen de woorden waar iedereen op dat moment in de kolkende zaal op zat te wachten: „Mensen, ik stem vandaag tegen, maar ik loop niet weg. En ik hoop u geen van allen. Ik blijf vechten, want samen zijn we verantwoordelijk voor het CDA. En voor de toekomst.”

Het was Hannie van Leeuwen ten voeten uit. Haar interventie heeft er zeker aan bijdragen dat het besluit van het congres, waar 32 procent van de aanwezigen tegen samenwerking met de PVV stemde, niet leidde tot een scheuring in de partij. Zij wist respect af te dwingen met haar oproep de partij bij elkaar te houden, „voor moslims en voor mastodonten”.

Ze kwam eind 1966 in de Tweede Kamer, waar zij deel uitmaakte van de uit 13 leden bestaande fractie van de Anti-Revolutionaire Partij, een mannenbolwerk. Maar haar sekse hoorde er, vond zij. Of, zoals Van Leeuwen in de jaren tachtig in een terugblik zei: „Diep, heel diep in ons hart vinden we dat Sara toch nog in de tent hoort.”

Lees ook: 'Ik heb een grote liefdesverhouding met mijn ruggengraat', een interview uit 1997 van Frénk van der Linden met Hannie van Leeuwen.

Departementale hiërarchie

Voor haar Kamerlidmaatschap was zij maatschappelijk werkster geweest. In de Tweede Kamer hield zij zich aanvankelijk ook met deze ‘groeisector’ bezig. Het jaar voordat zij toetrad had dit beleidsonderdeel een prominente plaats gekregen binnen de Haagse departementale hiërarchie, met het opgetuigde ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk.

Hannie van Leeuwen bleef niet steken in de softe sector maar ging zich in de jaren zeventig met de harde wereld van Defensie bezighouden. Voor haar partij voerde ze het woord over de omstreden aanschaf van F-16-gevechtsvliegtuigen. De communist Marcus Bakker noemde haar om die reden spottend „straaljager Hannie”. Het was een mooie vervanging van de bijnaam ‘tante Hannie’, naar de televisieomroepster Hannie Lips die tot dan toe aan haar zat vastgekleefd.

Tot een kabinet toegetreden is zij nooit. In 1971 en 1975 werd haar naam genoemd als staatssecretaris. De eerste keer werd zij gepasseerd, de tweede keer weigerde zij. In 1978 verliet Hannie van Leeuwen de Tweede Kamer omdat zij het niet eens was met de samenwerking van haar partij met de VVD in het kabinet Van Agt.

Langs de zijlijn bleef Van Leeuwen het CDA kritisch én constructief volgen. Van 1995 tot 2007 zat zij in de Eerste Kamer; in 2007 trad zij op 81-jarige leeftijd voor een periode van drie jaar toe tot het partijbestuur. En daarbij altijd discussiërend „op het scherp van de snede”, zoals zij zelf zei. „Niet zeuren als je elkaar een kras op de ziel bezorgt.”

    • Mark Kranenburg