Recensie

Lichtvoetige ‘De Meeuw’ van Tsjechov in het Amsterdamse Bostheater

Theater Het Amsterdamse Bostheater brengt een vlotte en toegankelijke bewerking van Tsjechovs klassieker ‘De Meeuw’, met selfies en quads met vierwielaandrijving.

Nina (Hanna van Vliet) en Kostja (Jesse Mensah) in ‘De Meeuw’ door het Amsterdamse Bostheater. Foto Ben van Duin

„Jij bent een stadsmens, opgebouwd uit fijnstof”, luidt het verwijt in De Meeuw van Tsjechov jegens de vrolijk-levensmoede oom Sorin. Regisseur Ingejan Ligthart Schenk en bewerker Erik Bindervoet van het Amsterdamse Bostheater maken van Tsjechovs meesterwerk uit 1896 een opvallend lichtvoetige, snelle bewerking. Schrijver Trigorin heet Boris Brusselmans, de beroemde actrice Arkadina heet Dina. Het stuk speelt zich niet af op een verlaten Russisch landgoed maar op een eiland. Het decor stelt een kunstzinnig geknipte siertuin voor, met heesters in de vorm van een dolfijn.

Hedendaagse versies van klassieke toneelstukken zijn altijd spannend. Esther Scheldwacht als de geëxalteerde actrice Arkadina maakt onophoudelijk selfies. Haar gloriejaren zijn voorbij, dat weet ze. Daarom is haar aanval op haar zoon Kostja, aspirant-schrijver die nieuwe toneelvormen zoekt, zo doelgericht. Hij maakt „pretentieuze rotzooi” en zijzelf schept „levende personages”.

Generatieconflict

De Meeuw gaat over een generatieconflict in een artistieke bedding. De Kostja van Jesse Mensah is een en al opstandigheid, gedreven door angst voor verlies. Van zijn theatertalent, van zijn geliefde Nina (Hanna van Vliet) en van aandacht van zijn moeder. Zijn opponent is de zelfvervulde schrijver Brusselmans (een vileine verwijzing naar de echte Vlaamse schrijver), die het meisjeshart van Nina verovert. Iwan Walhain speelt hem snoevend. Als toeschouwer kun je niet geloven in zijn amoureuze triomfen, toch is het zo. Dat is een gekke, dramatische ongerijmdheid.

Dit is geen weemoedige Tsjechov. De toon is eerder hard. Peter van Heeringen als de eeuwig klagende Sorin is een vondst: hij verstaat de kunst grappen te laten doodvallen. In een dubbelrol raast hij rond op een quad met vierwielaandrijving.

Traditioneler in de tweede helft

Niet alles is even geslaagd in Schenks regie. De eerste twee bedrijven zijn het meest hedendaags, het derde en vierde zijn getrouwer aan het origineel. Dan blijkt hoe extreem gemoderniseerd ook, de oorspronkelijke tekst oersterk is en niet kapot te krijgen. De vraag is gewettigd waartoe die verwijzingen naar nu dienen, behalve om zomers en toegankelijk theater te bieden. Dat neemt niet weg dat deze De Meeuw, hoe on-Tsjechoviaans in veel opzichten ook, toch weet te raken. De Masja van Julia Diepstraten en de Nina van Hanna van Vliet zijn in al hun verstikkende verdriet sterke karakters. Hier raakt de komedie aan de tragedie. Aan het slot hult Nina de gekwetste Kostja in een stuk zeil als een zwarte mantel. Dan klinkt het zelfmoordschot. Arkadina beseft dat zij het zelf is die haar zoon heeft gedood.

    • Kester Freriks