Hierom zijn we bang

kiest gedichten uit vakantielanden.
Foto iStock

Ook al hoor ik bijna al mijn vrienden klagen dat Amerika het meest verderfelijke land ter wereld is, gaat het gros van mijn omgeving dit jaar mooi op vakantie naar de States. Het blijft een magische plek. Het leegspuiten van een fles wc-eend heeft in New York nou eenmaal epischere proporties dan in Giethoorn. En wat je ook vindt van Trump, het gezondheidssysteem (of het gebrek daaraan) en de Rednecks, het blijft een spannend land, met nog spannender literatuur.

Sommigen menen dat alleen een samenleving die op scherp staat geweldige kunst kan voortbrengen. Of dat zo is laten we maar even in het midden, maar feit is wel dat de laatste jaren de Amerikaanse dichtkunst een vogelvlucht heeft genomen. Nog meer dan in de twintigste eeuw is er in de huidige poëzie ruimte voor kritiek op de samenleving, vormexperiment en meerstemmigheid. En het hedendaagse sociale klimaat levert behoorlijk sinistere verzen op, zoals het exemplaar van Jade Lascelles hiernaast.

In Hierom zijn we bang is een jager aan het villen. Het jagen is zijn taak, het doden zijn plicht, het ophakken van dieren een recht. Lascelles beschrijft het tafereel zo dat het wel een scène uit een horrorfilm lijkt. Het blauwe licht maakt van het villen en doden een chirugische aangelegenheid. De buurman verandert in een potentieel gevaar. De identiteit waar hij recht op meent te hebben weet Lascelles zo in beeld te brengen dat al het geweld dat eraan ten grondslag ligt opeens op de voorgrond treedt. De onveiligheid, is haast tastbaar.

Het is de vraag hoe blij je mag zijn met dit soort kunst, dat alleen voort had kunnen komen uit een op hol geslagen land. Je hoopt dat het een prettig bijproduct is van iets dat hopelijk aan zijn laatste zetten bezig is, maar er is nog steeds geen afzettingsprocedure tegen de president gestart, iedereen mag een wapen hebben en het moment dat heel Amerika veganist is, lijkt in de verre toekomst te liggen. Gelukkig zijn er dan nog dit soort gedichten. Troosten ze? Ze bieden op zijn minst een kleine adempauze. En de geruststelling dat je niet gek bent.

    • Ellen Deckwitz